• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Passend onderwijs in de praktijk: 

‘Cultuuromslag voor ambulante begeleiders’

Passend onderwijs komt vaak negatief in het nieuws. Op de werkvloer proberen veel leraren en ondersteuners er toch vorm aan te geven, met soms positief resultaat, zoals bij de ambulante begeleiders van het samenwerkingsverband Apeldoorn. “Wij kunnen nu meer doen voor de leerlingen.”

Een kleuter die door boze buien bijna niet te handhaven is in de klas. Een leerling van groep 5 met een enorme spellingachterstand. Een hele groep 6 die niet lekker draait, of een hoogbegaafd kind dat in sociaal opzicht buiten de boot dreigt te vallen. Voor deze problemen - en nog veel meer - kunnen Natasja Berends en Annelies Jongen worden ingevlogen vanuit het Samenwerkingsverband Apeldoorn voor Basisonderwijs.
Dit samenwerkingsverband is een van de ruim zeventig die er de afgelopen jaren door het hele land zijn opgericht. Het Apeldoornse verband werkt, net als de meeste andere nieuwe samenwerkingsverbanden, voor alle scholen in de betreffende stad - ongeacht de zuil. Ook het speciaal onderwijs is in de samenwerking opgenomen, en er zijn korte lijnen met de afdeling Jeugd en Gezondheid van de gemeente. Dat maakt de nieuwe verbanden, in elk geval in theorie, slagvaardiger dan de kleinere verbanden in de oude situatie.
Ik de praktijk werkt het inderdaad zo, zegt Anja Baars, manager van het Samenwerkingsverband Apeldoorn voor Basisonderwijs. “Vroeger waren er allemaal commissies: je moest voor een individuele leerling langs de indicatiecommissie, je moest een plaatsing aanvragen in het speciaal onderwijs of een rugzak voor in het regulier onderwijs, en elke instantie en commissie hield een eigen dossier van de leerling bij. Dat hebben we hier bij het samenwerkingsverband nu allemaal in één hand. Dat is alvast winst.”
In de nieuwe situatie kunnen ambulant begeleiders vanuit het samenwerkingsverband ook hulp bieden voordat de zaken op een school uit de hand lopen, zegt begeleider Berends. “Ik was afgelopen week bij een kind dat bijna niet meer te handhaven was op school. Vroeger moest er dan eerst een diagnose worden gesteld van wat er met die leerling aan de hand was. Maar dat duurde een tijdje. En ondertussen had de school soms de handdoek al in de ring gegooid, zat de leerling thuis omdat hij geschorst was en stonden ouders en school al lijnrecht tegenover elkaar.”
In de nieuwe situatie kunnen de begeleiders meteen naar de school toe - desnoods nog dezelfde dag. Berends: “Dan ga ik samen met de betrokkenen kijken wat er aan de hand is, en wat de beste oplossing voor de leerling zou zijn. Ik heb het gevoel dat ik nu veel meer kan doen voor de leerlingen.”
In de oude situatie kon de diagnose - of liever: het gebrek daaraan - soms ook een probleem zijn, zegt begeleider Jongen. “Als een kind een diagnose kreeg van een stoornis waarvoor hij niet in het speciaal onderwijs terechtkon, dan had je een probleem. Ik begeleid bijvoorbeeld een kind dat extreem dyslectisch is. Daar zouden we vanuit het samenwerkingsverband vroeger nooit langdurig ondersteuning aan hebben kunnen bieden. Nu kunnen we dat wel.”
Ambulant begeleiders waren vroeger vaak gekoppeld aan één bepaalde leerling, zegt begeleider Jongen. Dat had voordelen: met een rugzak was er geld om een bepaalde leerling gedurende een vaste periode een vast aantal uren te begeleiden. Maar dat was meteen ook een nadeel, want niet alle leerlingen hadden alle uren voor de hele periode nodig.
Verder richten de begeleiders zich tegenwoordig ook meer op de omgeving van het kind: de klas, de leraar en de school. Jongen: “Soms word ik bijvoorbeeld ingeschakeld als op een school veel leerlingen van één klas achterblijven. Dan kom ik er, na observatie, misschien achter dat het niet alleen ligt aan de leerlingen, maar ook aan de leerkracht, het onderwijsaanbod of het klassenmanagement. Ik heb vorig jaar een gesprek gehad dat begon bij één kind, maar waarbij uiteindelijk het hele onderwijsconcept van de school aan bod kwam.”
Door de nieuwe situatie bouwen basisscholen nu ook zelf expertise op in het omgaan met problemen. “Dat is goed, want uiteindelijk is het de zaak van de scholen om te zorgen voor passend onderwijs”, zegt manager Baars van het samenwerkingsverband. “Wij zorgen alleen voor ondersteuning.” Maar in de nieuwe situatie gaat dat veel makkelijker dan vroeger. “Het is voor de ambulante begeleiders een enorme cultuuromslag, maar het werpt vruchten af. En het is ontzettend leuk.”
Basisscholen kunnen de nieuwe aanpak waarderen, zegt Inge Voncken, directeur van basisschool de Bundel in Apeldoorn. “Ambulante begeleiders kwamen vroeger langs voor bepaalde kinderen met een expliciete stoornis en een diagnose daarvan. Nu kijken ze niet meer alleen naar het kind, maar ook naar de groep, de leraar en de school. De ouders, de leraar en het team worden ook betrokken bij het maken van keuzes, wat uiteindelijk ook weer in het voordeel van de leerling is. Wij zijn er blij mee.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.