• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Sensatie

Wat moeten aankomende bakkers en horecamensen weten van geschiedenis? Wat moet ik ze bijbrengen in het vmbo? Is de nieuwste geschiedenis belangrijker dan het oude Egypte? Liever geen Noormannen of horigen? Heeft het zin tot het uiterste te gaan om ze jaartallen en chronologie bij te brengen, ook al kunnen de meesten zelfs bij rekenen het metrieke stelsel niet in de vingers krijgen?
Weet ik veel, denkt de kerndoelenman. Hij stopt de vraag snel weg in een prullenbak waar ‘mens en maatschappij’ op staat en schrijft op: ‘De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een beargumenteerd standpunt in te nemen en te verdedigen, en daarbij respectvol met kritiek om te gaan.’ Daar kan niemand tegen zijn. Op naar de volgende prullenbak, denkt de kerndoelenman en zet zich aan ‘mens en natuur’.
Ik vind het zielig dat de kerndoelenman zijn tijd zo moet doorbrengen. Maar ik vind het niet erg dat hij mij niets voorschrijft. Ik wil de leerlingen namelijk in de eerste plaats een aha-erlebnis bezorgen, een aha-ervaring. Ik wil dat mijn leerlingen het tot in hun merg voelen, al was maar één keer: Achter ons liggen totaal andere werkelijkheden, waarin mensen rondliepen die hele andere dingen deden dan wij, maar die toch net zo echt waren als wij nu, en net zo echt leden, lachten, leefden, seks hadden en stierven. Echt echt, niet Game of Thrones-echt.
Mij kan niet zo heel veel schelen of leerlingen die historische sensatie krijgen bij een piramide, in het brandende Dorestad, onder de guillotine of tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als iemand de schok één keer heeft gehad, is mijn theorie, is de sensatie over te plaatsen. Zo iemand zoekt de werkelijkheid dan ook in andere tijdvakken. Zelfs zijn eigen tijd wordt er ‘echter’ van.
Dat betekent niet dat chronologie en een kapstok van kennis er niet toe doen, integendeel. Chronologie en kennis zijn de grond waarop de historische sensatie groeit. Maar zonder de historische sensatie onthouden mijn leerlingen al die dingen helemaal niet. Hoe bezorg je ze die schok?
Ik hou van nature niet zo van vernieuwende didaktiek. Ik zou, bij wijze van spreken, het liefst zien dat leerlingen stil binnenkwamen, het boek pakten waar ze mee bezig waren, mij af en toe een vraag toefluisterden en zich na een bepaald aantal lessen inschreven voor een toets over het onderdeel dat ze doorgewerkt hadden. Die toets zou ik dan mondeling afnemen en dan zouden we samen boeken uitzoeken voor het volgende onderdeel.
Maar mijn leerlingen zouden in die opzet geen spat uitvoeren. De boeken zouden binnen twee weken stuk, zoek en verbrand zijn. Dus moet ik listen verzinnen. En dan blijkt dat ik voor de ‘historische sensatie’ tot veel bereid ben: ik verkleed me als neanderthaler, organiseer debatten tussen een Romein en een Germaan en laat leerlingen een afgedankt Engels weefgetouw in 1799 naspelen.
Werkt het? Geen idee, stamel ik. Ja mevrouwtje, dat gaat zo niet… meten is weten, brult de moderne tijd me toe. Hoe meet je nieuwsgierigheid, weet-plezier, fantasie? Niet. Zuchtend zet ik de verkleedkist bij het grofvuil. Mijn rijk der vrijheid is geschiedenis.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.