• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

Directeur ‘superschool’ overweegt te stoppen 

‘Ik pleeg roofbouw op mijn docenten’

Eric van ’t Zelfde, directeur van ‘superschool’ Hugo de Groot in Rotterdam, vertrekt als de overheid niet radicaal haar koers wijzigt. “Ik belazer de boel als ik blijf.”

‘Er is een oplossing!’ Dat staat in blauw op het whiteboard in zijn kamer geschreven. Halverwege het gesprek wijst Eric van ’t Zelfde, directeur van scholengemeenschap Hugo de Groot in Rotterdam, ernaar. “Al jaren staat dat zinnetje er, ik kijk er elke dag naar en ik geloof er heilig in. Maar vanaf januari lukt het me niet meer om de problemen op te lossen. Voor het eerst in twintig jaar heb ik gekeken naar vacatures voor docent Engels. Ik laat de boel de boel, dacht ik, en ga weer voor de klas. Het docentschap is een fantastisch, eervol beroep. Maar ja, wie wil mij nou onder zich hebben?”
In de afgelopen zes jaar wist hij de probleemschool in de achterstandswijk Charlois om te turnen tot een veilige school met fantastische resultaten: voor het tweede jaar op rij zijn al zijn leerlingen van mavo, havo en vwo geslaagd en op het centraal schriftelijk scoren ze op of boven het gemiddelde. Om dit te bereiken nam hij rigoureuze maatregelen, wat leidde tot het vertrek van een groot aantal docenten en leerlingen. Mede hierdoor en zijn vele media-optredens, waaronder de Tegenlicht-documentaire ‘Superschool’, kampt hij met het imago van een bevlogen, maar ook lastige schoolleider die het altijd beter weet. Dat beeld klopt niet, zegt hij. “Ik ben goed voor mijn mensen, en niet te beroerd om zelf het schijthuis schoon te maken als de conciërge ziek is, daar is dus niets arrogants aan. Maar de vraag is wel hoe interessant het nog is om directeur te zijn. Ik pleeg roofbouw op mijn docenten en mezelf, terwijl dat geen nut heeft als de overheid nu niet helpt. Wat ik wil, is niet haalbaar zonder goede docenten en ik vind dat ik als directeur de boel belazer als ik blijf.”
Zijn ambitie is om de beste school van Rotterdam te worden. Zijn leerlingen wonen in achterstandswijken en starten met een gemiddelde leerachterstand van twee jaar. Om die in te halen, schroefde hij het aantal lesuren op van 27 naar 38 uur per week. Daarnaast vormen buitenschoolse activiteiten als duiken, paardrijden of klimmen een vast onderdeel van het curriculum, omdat leerlingen die kans anders nooit krijgen. Bijna al zijn leerlingen (98 procent) zijn risico-geïndiceerd, wat wil zeggen dat ze door hun thuissituatie een hoog risico lopen op uitval. “Geweld, armoede, eerwraak, moord of ontvoering, het komt allemaal voor”, vertelt Van ’t Zelfde. “Daarom willen we dat ze hier binnen stappen in een andere wereld. Waar mensen goed voor ze zijn, waarin we hoge eisen aan ze stellen. Daar staat tegenover dat we ze geen seconde loslaten en dat hier veel te halen is. Er zijn nu leerlingen in Berlijn, in de Bohemen en zelfs in Singapore.”

Grens
Zijn besluit om te vertrekken noemt hij triest, maar waarschijnlijk onvermijdelijk. Hij is bovendien niet de enige die het voor gezien houdt. “Waarom denk je dat er haast geen rector meer te vinden is? We zijn door die lumpsum-regeling geen onderwijskundig, maar financieel leider geworden, terwijl de reguliere bekostiging simpelweg niet voldoet. Ik sta in de min, dus ik kan geen kant op. Ik stel allerlei eisen aan mijn mensen, maar ik heb ze niets te bieden. We zitten in een slecht onderhouden gebouw dat tocht aan alle kanten, de computers zijn zes jaar oud en het kopieerapparaat is per definitie kapot. Mijn docenten lopen al over en dan mag ik ze ook nog eens gaan vertellen dat hun opslagfactor wordt aangepast waardoor ze nog harder moeten werken.”
Dat hij nog zulke resultaten weet te boeken, komt door zijn team, meent hij. “We hebben bovengemiddeld goede docenten, qua IQ, EQ en accu. Ze kunnen meters maken, zijn ontzettend sociaal geëngageerd en hebben minimaal een tweedegraads bevoegdheid. Ik vind ze super, maar we zijn geen supermensen. We hebben ons vak geleerd en we verstaan ons beroep en daarmee kom je blijkbaar heel ver. Dus met die simpele eisen die vroeger normaal waren, ben je nu uniek in Nederland.”
Docenten draaien massaal overuren, geld om die te betalen heeft hij niet. Voor hun bescherming weigert hij soms de alarmcode van de school af te geven aan docenten die in het weekend of vakanties aan de slag willen met de leerlingen. “Als je niet goed bent voor je personeel, ga je het als school niet redden”, benadrukt hij. “Ons motto is: family first. Als het thuis niet goed gaat, investeren we in ze. Dan geven we ze vrij, sturen ze naar de sauna of helpen ze met verhuizen of klussen.”
Van ‘t Zelfde heeft een week lang de school dichtgegooid en voor zijn zeventig personeelsleden een kasteel in de Ardennen afgehuurd. Uit sponsorgelden kan hij dit soort dingen betalen, hij haalde afgelopen jaar maar liefst 330 duizend euro binnen. Maar voldoende is het niet. Lesgeven aan dit type leerlingen is volgens hem zo zwaar dat docenten het maximaal vijf jaar volhouden. Daarna moet hij op zoek naar anderen, en zie daar een van zijn onoplosbare problemen: die zijn er niet. De school groeit als kool, van 292 leerlingen naar 640, en hij streeft naar klassen van maximaal 25 leerlingen. Dat betekent dat hij sowieso al meer docenten nodig heeft. “Het is schandalig wat zich permitteert te solliciteren. Van de tweehonderd kandidaten, heb ik er drie uitgenodigd”, zegt hij terwijl hij met zijn vingers op de tafel roffelt.
Onbevoegden opleiden ziet hij niet als zijn taak. “Ik ga ook niet naar een hartchirurg die zegt: Joh ik kan het nog niet, maar ik wil zo graag. Maar met al die miljoenen kinderen in Nederland staan we dat dagelijks toe”, reageert hij fel. “En dat begint bij de peuters waar goedwillende mbo’ers staan die de taal onvoldoende beheersen, daarna gaan ze naar een basisschool waar alleen maar vrouwen werken omdat ze een prut-salaris verdienen waardoor het beroep een bijbaantje is geworden. Vervolgens komen de kinderen met al hun achterstanden in het voortgezet onderwijs waar veel onbevoegde docenten zijn. En dan gaan we in de Kamer vergaderen over dat we een zesjescultuur hebben. Je moet verdomme trots zijn dat de kinderen nog een 6 scoren in dit systeem.”

Strijdbaar
Hier zit geen vermoeide man die de moed opgeeft, maar iemand die nog even strijdbaar is als altijd. Hij zou willen dat heel het onderwijs een maand lang het werk neerlegt. “Docenten moeten meer waardering krijgen voor hun vak, ook uitgedrukt in salaris. Dat kan simpel door een belastingvrije voet van 12 duizend euro in te stellen. Daardoor gaat de docent er duizend euro per maand aan koopkracht op vooruit, zonder dat de overheid het salaris hoeft te verhogen. Als de politiek hier niet van doordrongen raakt, verandert er dus niets. Maar we zijn watjes. Staken blijkt geen optie, omdat dat zielig is voor de kinderen. Ik vind dat onzin. Kinderen zijn juist de dupe als we nu niet gaan staken.”
Binnenkort verschijnt zijn boek Superschool, dat moet bijdragen aan een nationaal debat over onderwijs. “Ik hoop dat de overheid zich schaamt als ze het leest”, zegt hij. “Het lijkt nu alsof ze deze leerlingen geen toekomst gunt, alsof ze niet geeft om de gezondheid van docenten. Ik heb hier 602 leerlingen met een hoog risico op uitval: allemaal potentiële uitkeringstrekkers als we hen geen adequaat onderwijs bieden.”
Hij heeft wel eens geroepen dat het ministerschap hem wel wat lijkt, maar daar komt hij van terug. “Als minister kun je hooguit de schade beperken. Dan ben je vier jaar verder en is je nalatenschap een rekentoets. Ik zou eerder nog hoofd van een vakbond willen zijn. We moeten weer trots zijn op de mensen die het land dragen, we moeten opstaan en zorgen dat we zelf inspraak creëren. Eigenlijk zouden de vakbonden van onderwijs, politie en zorg moeten opgaan in één politieke partij. Dan tel je bij elkaar meer dan een miljoen mensen die allemaal stemgerechtigd zijn, dus dan hebben we het over meer dan dertien zetels. Op die manier kunnen we heus het schip keren.”

{kader als fotobijschrift}
Eric van ’t Zelfde (1972) groeide op in een arbeiderswijk in Schiedam Oost. Zijn middelbare schooltijd bracht hij door op een kostschool in Schotland. Hij begon zijn loopbaan in 1995 als docent op het Johan de Wittcollege in Den Haag waar hij tien jaar werkte. Na managementfuncties op verschillende scholen, begon hij in 2009 bij Hugo de Groot in Rotterdam. Zijn ideaal van één school voor kinderen van twee tot achttien jaar moet nog worden gerealiseerd. Deze maand verschijnt zijn boek Superschool bij Uitgeverij Prometheus.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.