• blad nr 15
  • 3-10-2015
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Het populaire kind

Elke klas heeft er wel een: een leerling met een uitzonderlijk warm karakter, een leuk smoeltje. Geen popiejopie, maar een kind dat sfeer brengt met een terloopse opmerking. De leraar kan er zijn voordeel mee doen.

Het kan geen leerkracht ontgaan dat het ene kind aardiger is dan het andere: liever, knapper, slimmer, diplomatieker of grappiger. Sommige leerlingen springen er zo bovenuit dat het moeilijk is ze hetzelfde te behandelen als hun klasgenoten. “Als leraar moet je best een beetje oppassen”, vertelt juf Wijnanda van Engelen, die lesgeeft aan groep 6 van de Eben-Haëzerschool in Apeldoorn. “Je trekt bijna automatisch naar een populair kind toe. Je bent bij zo’n innemend kind toch wat eerder geneigd iets door de vingers te zien. Als een ander kind nog even door de instructie heen kletst, zal je daar eerder wat van zeggen dan als een populaire leerling dat doet. Daar moet je voor waken. Je moet je leerlingen natuurlijk gelijk behandelen.”
Wat maakt dat je van het ene kind meer kunt hebben dan van het andere; wat maakt een leerling geliefd? “De populaire leerling heeft aandacht voor anderen, is weinig agressief, speelt niet opzettelijk de baas, pest niet, kan vrede sluiten en heeft vaak betere leerprestaties”, zegt Marja Zeelenberg van onderwijsadviesbureau Zien.
Psycholoog Eddy de Bruyn is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en heeft veel onderzoek gedaan naar populariteit bij kinderen en jongeren. Hij onderscheidt twee soorten populaire leerlingen: de popiejopies en de aardig populairen. “Een popiejopie vertoont veel antisociaal gedrag. Hij is de klassenclown, die niet per se de leukste is, maar wel alle aandacht krijgt. Een aardig populair kind is gewoon heel relaxt. Hij strijkt anderen niet tegen de haren in en is redelijk meegaand.”
Ook Henderien Steenbeek, lector Leren & gedrag aan de Hanzehogeschool Groningen en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, herkent die twee typen populariteit. Het ene type noemt zij perceived popularity, het andere is volgens haar het soort populariteit dat je kunt vaststellen met een sociale matrix. “Die laatste soort gaat over hoe geliefd een leerling is. Kinderen die door heel veel leeftijdgenoten worden betiteld als ‘leuk’, wier likeability hoog is, zijn volgens de sociale matrix populair. Dat is zo’n 5 procent per groep. Het zijn kinderen die sociaal competent zijn, vriendelijk en aardig. Kinderen met perceived popularity laten wel eens ander gedrag zien. Ze zijn vaker sociaal dominant, zich erg bewust van hun status en vaker manipulatief.”
“De popiejopies en de aardig populairen verschillen enorm”, vertelt psycholoog De Bruyn. “Maar er is ook één grote overeenkomst tussen beide kinderen: ze hebben hun uiterlijk mee. Ze zijn de knapste en ook nog eens de hipste en best geklede kinderen. Zodra kinderen de puberteit bereiken, hebben beide typen populairen ook het meest verkering. Uiteindelijk draait het allemaal om seks. Nou hebben kinderen op de basisschool dat natuurlijk nog niet door, het is een onbewust mechanisme, maar zelfs al bij de kleuters zijn zij die er het leukst uitzien, het populairst. En over het algemeen is de positie van het populaire kind – van beide typen – stabiel. Ben je op de basisschool populair? Dan is de kans groot dat je dat op de middelbare school ook bent. Datzelfde geldt voor niet-populaire kinderen.”

Rolmodel
Populariteit is van invloed op hoe leerlingen samenwerken, ontdekte psycholoog Tessa Lansu van de Radboud Universiteit Nijmegen drie jaar geleden in haar promotieonderzoek. Wie met een populaire klasgenoot een opdracht uitvoert, stelt zich minder dominant en negatief op. Meisjes die samenwerken met een populaire klasgenoot stellen zich zelfs onderdaniger op. Populaire meisjes op hun beurt nemen eerder de leiding, maar houden tegelijkertijd rekening met de wensen van hun partner. Populaire jongens zijn minder inlevend, maar zijn ook nog steeds een goede match met leerlingen die negatief gedrag vertonen.
“Wanneer je een populaire leerling in een groepje bij een druk kind zet, kan die sociaal sterke leerling fungeren als een bliksemafleider. Wanneer je een kind met een lage impulsbeheersing naast een andere driftkikker zet, krijg je vuurwerk”, vertaalt onderwijsadviseur Zeelenberg. “De leerkracht moet zich wel afvragen of een populair kind er zelf ook wat aan heeft als bliksemafleider te fungeren. Het is niet altijd leuk naast het sociaal zwakke of drukke kind gezet te worden. Aan de andere kant ontwikkelen populaire kinderen zich sociaal nog sterker als ze gekoppeld worden aan zwakkere leerlingen. Ze doen er vaardigheden mee op waar ze de rest van hun leven nog wat aan hebben. Je ziet vaak dat populaire kinderen het als volwassenen ver schoppen in de maatschappij.”
“Ik wil het populaire kind niet het idee geven dat hij verantwoordelijk is voor het sociale klimaat in de klas”, vertelt juf Van Engelen. “Maar ik zet de populariteit van een kind soms wel in. Ik hou er bijvoorbeeld van om leerlingen in de groep eens een andere rol te geven. Bij een verstoorde dynamiek in de klas – als er bijvoorbeeld een akkefietje op het plein is geweest – laat ik leerlingen zelf rechtertje spelen. Ik ben dan geneigd om het populaire kind tot rechter te benoemen. De rest van de klas accepteert toch vaak meer van het populaire kind. Ik merk ook dat een populair kind makkelijker een uit de hand gelopen situatie in een perspectief kan plaatsen. Er was bijvoorbeeld een keer een gedoetje over voetballen. Een leerling kon dat niet, hij verpestte het spel volgens anderen. ‘Ach joh, wat maakt dat nou uit’, zei de populairste jongen van de klas. ‘Ik ben dyslectisch, jij kan niet voetballen, zo heeft iedereen wat.’ Daarmee was de kous voor de rest van de klas ook af.”
Het idee populaire kinderen in te zetten om ruzietjes te beslechten, krijgt ook wetenschappelijke steun. Populaire kinderen zijn vergevingsgezinder dan hun klasgenoten, zowel naar vriendjes als niet-vriendjes, ontdekte gedragswetenschapper Reine van der Wal van de Radboud Universiteit in promotieonderzoek.
“Het aardig populaire kind moet je dus rolmodel maken”, adviseert psycholoog De Bruyn. “Je moet laten zien dat aardig gedrag beloond wordt. Vooral op de basisschool heeft dat effect omdat de mening van de leraar er daar nog toe doet.”
En dat andere populaire kind, de popiejopie? “Die moet je isoleren. Je moet zorgen dat hij andere kinderen niet ondermijnt. Dat is best ingewikkeld, want je moet ook de popiejopie respecteren. Vaak denkt de popiejopie dat hij grappig is. Dan moet jij als leraar dus grappiger zijn dan hij. Zonder dat dat ten koste van de popiejopie gaat. Want leerlingen pikken het niet als een klasgenoot voor schut wordt gezet.”
“Je kunt geen standaard recept maken van hoe de populaire leerling in te zetten in de klas”, denkt lector Steenbeek. “Maar je kunt wel gebruikmaken van het feit dat klasgenoten positief reageren op de populaire leerling.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.