• blad nr 12
  • 17-6-2000
  • auteur O. Bosma 
  • Commentaar

 

Vakmanschap

Scène: De kleuters zitten in een kring. De juf houdt een glazen pot met plastic donuts omhoog. Hoeveel zouden erin zitten? De groep produceert uiteenlopende getallen. Wat kunnen we doen om het beter te zien? Goedzo, Rob, we gooien de pot leeg. Hoeveel liggen er nu op het stapeltje? Weer verschillende antwoorden. Wie weet, hoe we het nòg beter kunnen zien? Netjes leggen, juf. Doe dat maar eens, Fatima. Het meisje legt de donuts in twee rijen van vijf. Ze mag tellen. De groep is het eens: tien. Een bijdehandje zegt: Je kunt ook één rij tellen, juf, en dan is twee keer vijf tien.
De videobeelden staan op een cd-rom bij het boekje Jonge kinderen leren rekenen. En zo nog enkele tientallen tafereeltjes uit de groepen een tot en met acht. Een lust om te zien en te horen: systematisch, stap voor stap, geen improvisatie, alles weloverwogen, rust in de tent. Het echte vakmanschap.
In dit Onderwijsblad voorspelt de scheidende voorman van het Freudenthalinstituur, Adri Treffers, dat binnen enkele jaren het rekenonderwijs op alle scholen door de inspectie wordt beoordeeld op het criterium: werken jullie met de tussendoelen en leerlijnen die in Jonge kinderen leren rekenen worden beschreven? Voor het taalonderwijs is een vergelijkbare nationale aanpak in voorbereiding. Als Treffers gelijk heeft, wordt het debat over het al of niet invoeren van leerstandaarden door de realiteit ingehaald. Ze worden dan gemeengoed langs een alternatieve route, lopend van het organiseren van consensus tussen alle vakdidactici en leerplanontwikkelaars, via het informeren van de inspectie om deze met de aanpak vertrouwd te maken, naar verwerking ervan in de methodes. Het is de vraag of het in Nederland-vrij-onderwijsland werkelijk zo gaat, maar als voorbeeld van stevige vakdidactiek zullen de producten ongetwijfeld grote invloed hebben.

De kwestie is alleen: hoe maken aspirant-onderwijzeressen en -onderwijzers (om deze wettelijk afgeschafte titulatuur maar weer eens te gebruiken) zich het vakmanschap eigen dat nodig is om het gebodene in praktijk te brengen? Gemiddeld worden op de pabo¹s in vier jaar 120 contacturen gegeven aan vakdidactiek rekenen. Er zijn er die aan hooguit één les per maand komen. Volgens een leertheorie waarmee dit minimum wordt gerechtvaardigd, zou het voldoende zijn om de aanstaande juf of meester enkele voorbeelden van geslaagde lessen aan te bieden. Dankzij een wonderschoon proces in de hersenen vindt daarna een transfer plaats, waardoor ze in alle overige lessen op dezelfde goede manier werken.
Bekijk, voorzover nodig, de videobeelden op de eerdergenoemde cd-rom en constateer: dit leer je niet in een uur per maand. Wat is er in vredesnaam de afgelopen decennia gebeurd dat we ons met ons allen hebben laten wijsmaken dat het wèl zou kunnen? Dat vanzelfsprekende onderdelen van de initiële opleiding, zoals grondige studie van de didactiek van de vakken op de basisschool, zijn geërodeerd tot Œruiken aan¹?
Goed personeel sleutel tot succes zwarte school¹ kopte de Volkskrant vorige week op de voorpagina. Na deze open deur volgt een opsomming van nog meer platitudes: heldere regels zijn nodig, het team moet dezelfde aanpak in alle groepen hebben, de directeur moet planmatig werken en een Œkanjer¹ zijn. De krant presenteert het als het resultaat van een onderzoek. Nieuws! Nieuws! Volgende keer lezen we over nog meer diepgravend speurwerk: ŒWie kinderen wil leren rekenen, moet het zelf kunnen.¹ Zo ver zijn de vanzelfsprekendheden over het vakmanschap van de onderwijzer weggezakt dat de herontdekking op de voorpagina¹s komt.
Hoe kan op de pabo¹s (en de cursussen voor zij-instromers en herintreders) de weg naar echt vakonderwijs worden hervonden? Treffers suggereert de vrijheid van hogescholen drastisch in te perken en weer met landelijke voorschriften over urentabellen te komen. De suggestie is een debat waard. De vraag hoe de vakdidactiek weer in ere hersteld kan worden, is in elk geval urgenter dan de door minister Hermans opgeworpen vraag hoe elke leerling aan een e-mailadres kan worden geholpen. Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.