• blad nr 10
  • 20-5-2000
  • auteur O. Bosma 
  • Redactioneel

Valse beschuldigingen dwingen tot aanpassing klachtenprocedure 

Aandacht voor de aangeklaagde

Er moet in de procedures voor de behandeling van klachten over seksuele intimidatie op scholen meer aandacht komen voor de aangeklaagden. Volgend jaar wordt de model-klachtenregeling uit 1998 geëvalueerd. Het project Preventie seksuele intimidatie vraagt de organisaties die de regeling ontwierpen, om een aantal ingrijpende aanpassingen. Aangeklaagden moeten zich kunnen wenden tot aparte vertrouwenspersonen. Voorts zou er een mogelijkheid tot rehabilitatie van ten onrechte beschuldigd personeel moeten komen.

De positie van aangeklaagden werd in 1998 in de schijnwerpers geplaatst door artikelen in Het Onderwijsblad. Daarin kwam een groot aantal mensen aan het woord die ten onrechte beschuldigd werden van ongewenst seksueel getint gedrag. Ze kwamen daardoor in een neerwaartse spiraal terecht. Velen van hen zijn ziek, afgekeurd of moesten omzien naar ander werk. De psychische schade van een valse beschuldiging is groot. Nog steeds, twee jaar na publicatie van de artikelen, melden zich docenten en onderwijsondersteuners bij de AOb om aandacht te vragen voor hun zaak. Tijdens een onlangs door de AOb georganiseerde bijeenkomst van vals beschuldigden besloten zij tot de vorming van een los-vaste groep voor onderlinge steun.
Veel problemen worden veroorzaakt doordat vertrouwenspersonen, klachtencommissies en schooldirecties ernstige fouten maken en handelen in strijd met de richtlijnen van de model-klachtenregeling. Maar de regeling zelf vertoont ook tekortkomingen. Die werd twee jaar geleden vastgesteld door vrijwel alle organisaties van schoolbesturen, personeel en ouders in het openbaar en bijzonder primair en voortgezet onderwijs. Vanaf 1 augustus 1998 moet elk schoolbestuur op grond van de Kwaliteitswet een klachtenprocedure hebben. In deze wet is ook de invoering van het schoolplan en een schoolgids geregeld.

In de fout
De nieuwe richtlijnen betekenden veel werk aan de winkel voor het project Preventie seksuele intimidatie, dat sinds 1992 in opdracht van het ministerie van Onderwijs op dit terrein opereert. Volgens Anke Visser, projectleider van het PPSI, is het project langzamerhand een spin in het web van de activiteiten. ³We organiseren elk jaar drie bijeenkomsten voor contactpersonen, vertrouwenspersonen en klachtencommissies. Vorig jaar stond de positie van de aangeklaagden op de agenda. Verder heeft het PPSI een helpdesk en ontwikkelen en verspreiden we voorbeeld- en voorlichtingsmateriaal.²
De procedure bij de behandeling volgens de model-klachtenregeling komt in grote lijnen op het volgende neer. Iedere school moet ten minste één contactpersoon hebben. Diens taak is klagers te verwijzen naar de vertrouwenspersoon van het bevoegd gezag. De vertrouwenspersoon onderzoekt of bemiddeling mogelijk is, begeleidt de klager indien nodig in de verdere procedure, verwijst naar hulpinstanties of helpt bij het doen van aangifte bij de politie. Als het tot een formele klacht komt, wordt die behandeld door de klachtencommissie. Deze adviseert het bevoegd gezag over de gegrondheid van de klacht en over maatregelen.
Sommige schoolbesturen hebben enigszins afwijkende regelingen. Zo werkt in de provincie Utrecht een procesmanager, die uitsluitend belast is met het bewaken van de procedure. Volgens het algemene reglement is dat een taak voor de vertrouwenspersonen.
Veel interne vertrouwenspersonen en contactpersonen maken volgens PPSI-projectleider Anke Visser de fout dat ze hun taak te breed opvatten. ³Het model laat over die taak geen misverstand bestaan. De contactpersoon, meestal iemand van het personeel, is niet meer dan een doorgeefluik en een richtingaanwijzer. Vooral in het voortgezet onderwijs worden ze vaak gerekruteerd uit de leerlingbegeleiders. Die beschouwen het als een uitholling van hun professie als ze alleen maar mogen luisteren en doorverwijzen. Ze willen inhoudelijk met een klacht aan de gang. Nog afgezien van het ontbreken van de nodige deskundigheid en ervaring met dit werk, kan iemand die deel uitmaakt van een schoolteam nooit de vereiste afstand bewaren van klagers en aangeklaagden. Bijna altijd gaat de eigen positie van de contactpersoon een rol spelen en volgt er een loyaliteitsconflict als hij actief gaat onderzoeken. In het primair onderwijs doet het probleem zich minder vaak voor, al zie je daar ook nog wel eens de neiging om te zeggen: We lossen het intern wel op. Dat is ook een recept voor moeilijkheden.²

Aparte bemiddelaars
De bepalingen in het modelreglement over de vertrouwenspersonen moeten worden aangepast, meent Visser. ³Het moet worden uitgesloten dat vertrouwenspersonen de rol van bemiddelaar op zich nemen. Sommige klachtencommissies vragen hen zelfs om bemiddeling. Maar dat kan alleen succes hebben als de bemiddelaar een onafhankelijke buitenstaander is. Een vertrouwenspersoon is volgens het model steun en toeverlaat van de klager, dus per definitie niet onafhankelijk. Wij pleiten ervoor om professionele bemiddelaars in de arm te nemen, die geregistreerd zijn bij het Nederlandse Mediation-instituut.²
Het PPSI zou graag zien dat in de klachtenregeling de verplichting voor schoolbesturen wordt opgenomen om ook een vertrouwenspersoon voor de aangeklaagde aan te stellen. Visser: ³Daarvan is nu in het model geen sprake, hoewel er langzamerhand al aardig wat schoolbesturen zijn die twee vertrouwenspersonen hebben. Als de klager naar de ene gaat, is de andere automatisch beschikbaar voor de aangeklaagde. In Friesland hebben ze het keurig geregeld: de klager gaat naar iemand van de GGD en de aangeklaagde naar het maatschappelijk werk. Gescheiden instellingen, dat is helemaal perfect.² Het PPSI vindt de instelling van vertrouwenspersonen voor aangeklaagden zo urgent, dat scholen wordt geadviseerd om hiermee niet te wachten tot de evaluatie van de model-klachtenregeling.
De fouten die schooldirecties maken, vloeien volgens Visser niet voort uit gebreken in de regeling. ³Ze gaan de zaak onderzoeken. Hun taak is af te wachten hoe de procedure verloopt, wat de uitkomst is van een eventuele bemiddeling en hoe het advies van de klachtencommissie luidt. Pas daarna moeten er besluiten worden genomen. Als de klacht ernstig is, kan bij aanvang van de procedure een schorsing in het belang van het onderwijs worden overwogen. Voor de aangeklaagde is dat overigens heel erg. Bijna niemand kent het verschil tussen zo¹n maatregel als ordemaatregel en een schorsing als straf. Voor een aangeklaagde kan het aan de andere kant ook bevrijdend werken. Het is heel belastend om door te gaan, terwijl er een ernstige beschuldiging boven je hoofd hangt.²
Op de kwaliteit van het werk van de klachtencommissies heeft Visser weinig aan te merken, al was er bij de AOb-groep van aangeklaagden iemand die ernstig bezwaar maakte tegen vermeend eigenmachtig optreden van een commissie in haar zaak. De meeste commissies functioneren landelijk voor een van de onderwijszuilen. De Brabantse commissie KOMM, ooit begonnen in Waalwijk, heeft zo¹n goede reputatie dat ook uit aangrenzende provincies hulpvragen komen. Sommige grotere gemeenten hebben voor het openbaar onderwijs een eigen commissie, zoals Utrecht, Groningen, Enschede en Apeldoorn.

Beroepsmogelijkheden
De model-klachtenregeling biedt volgens het PPSI onvoldoende beroepsmogelijkheden tegen handelingen of uitspraken van instanties. Klagers kunnen na een hen onwelgevallig advies van een klachtencommissie een civiele procedure beginnen bij de rechter. Dat is geen hoger beroep, maar een alternatieve route waarbij weer van voren af aan moet worden begonnen. Aangeklaagden kunnen, na een maatregel van het bevoegd gezag op grond van het advies van een klachtencommissie, op de gebruikelijke manier in beroep gaan bij de rechter (openbaar onderwijs) of de commissie van beroep (bijzonder onderwijs). Na de uitspraak Œongegrond¹ van een klachtencommissie kan een aangeklaagde overwegen een civiele procedure tegen de klager te beginnen wegens smaad.
Geen van de partijen kan ergens terecht als er klachten zijn over de handelwijze van contact- of vertrouwenspersonen en klachtencommissies. Een uitzondering betreft het openbaar onderwijs in de weinige gemeenten die zijn aangesloten bij de Nationale Ombudsman. Anke Visser: ³Wij pleiten voor een landelijke beroepsinstantie boven de bestaande klachtencommissies, waar mensen heen kunnen die bezwaar maken tegen de handelwijze van een van de instanties.²
Ten slotte wil het PPSI de mogelijkheid tot rehabilitatie van aangeklaagden opnemen in het reglement. Als component daarvan zou een klager gestraft moeten worden wanneer de klacht opzettelijk vals was. Een ongegrond verklaarde aanklacht, waarbij een klager oprecht meende verkeerd behandeld te zijn, is niet strafwaardig, maar kan wel tot rehabilitatie leiden. Het PPSI werkt aan een rehabilitatiebrochure waarmee scholen geholpen worden op dit terrein vol voetangels en klemmen. Visser: ³De officiële rechtspraak in Nederland kent geen mogelijkheden tot rehabilitatie. Je wordt schuldig bevonden of vrijgesproken. Maar na een onterecht gebleken klacht over seksuele intimidatie kan rehabilitatie een bruikbare vorm van eerherstel zijn, al voorkom je er natuurlijk niet mee dat er geroddeld wordt. De beroerdste uitkomst voor alle partijen is, wanneer de klachtencommissie niet tot een oordeel kan komen, vergelijkbaar met een sepot bij de rechter. Beschuldiging en verdediging kunnen dan eindeloos doorgaan. Als schoolleiding kun je daar weinig anders mee dan iedereen opdragen over te gaan tot de orde van de dag. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.²

Wie zich vals beschuldigd voelt en contact wenst met lotgenoten kan zich melden bij de AOb,
Onno Bosma, telefoon (030)2989217.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.