- blad nr 9
- 9-5-2015
- auteur B. Hoogenboom
- Kleine column
Laat dat maar aan ons over
Het onderwijspersoneel weet: schoolbestuurders hebben erg veel macht. Vanuit de gedachte dat je een school beter kunt besturen zonder regie vanuit de Hoftoren zijn tal van bevoegdheden en verantwoordelijkheden overgedragen naar een lokaal niveau. Een schoolbestuur krijgt van Den Haag een zak met geld en mag dat naar eigen inzicht uitgeven. Maar al te vaak is het dan zo dat te veel geld aan randzaken en onderwijshypes wordt uitgegeven. Het praktische dagelijkse onderwijs is een restpost. Een post die vervolgens wel als eerste aan de beurt is als er moet worden bezuinigd.
We kennen het verschijnsel van de op Amerikaanse leest geschoeide bedrijven: ceo’s en grootaandeelhouders spelen voor zonnekoningen die alles bepalen; het personeel wordt behandeld als voetvolk en mag volgen. In een commerciële organisatie is dat al geen koers die ik verdedigbaar vind, maar als bestuurders in de publieke sector zich zo gaan gedragen, is dat onaanvaardbaar.
Maar toch: bestuurders in het VO claimen beleidsvrijheid aan de onderhandelingstafel. In hun beleving staan zij aan het roer en moet met het personeel gemakkelijker geschoven kunnen worden. In kosten, formatieomvang en/of taaklast als de behoefte aan onderwijsvernieuwing volgens hen daar om vraagt. In mijn ogen een omkering en verkeerde voorstelling van zaken met funeste gevolgen. Het is niet voor niks dat het steeds de leraar is die mikpunt is van kritiek of lof.
Bij het produceren van een publiek goed zoals onderwijs, zijn niet alleen de belangen van de leerlingen, maar ook van de samenleving in het geding. Leerlingen en samenleving hebben baat bij maar één ding: goed onderwijs. Dat onderwijs valt of staat met hoogopgeleide bevoegde docenten. Die kun je niet degraderen tot uitvoerend serviel personeel. Zij kosten goed geld en hebben naast de verantwoordelijkheid die hun wordt toegeschreven ook bevoegdheden nodig. Zíj bedienen het roer: zij geven vorm aan onderwijsvernieuwing en definiëren de voorwaarden. En voor de realisatie van die voorwaarden zijn dienende bestuurders noodzakelijk.
Goede bestuurders zien in dat het onderwijs beter wordt wanneer de werkdruk hanteerbaar is en de leraar zeggenschap heeft, bevoegdheden heeft om zijn verantwoordelijkheid inhoud te geven. Goede bestuurders zien in dat je niet kunt aankomen met een loonbod van 0,2 procent.