- blad nr 9
- 9-5-2015
- auteur W. de Lange, de
- Column
Asielzoekers
“Je hebt gezien hoe die mensen op elkaar in zo’n boot zitten”, zegt een klasgenoot. “Daar zitten ze een paar dagen op, geen eten, geen drinken, hartstikke bang. En dan ga jij met ze paintballen… Wil je kijken of ze omslaan?” Tom haalt grijnslachend zijn schouders op. Hij heeft geen zin in nadenken, hij heeft geen zin in een goed gesprek, hij heeft zin om mensen op de kast te jagen.
Sjoerd wil best een paar vluchtelingen toelaten, maar “niet te veel, want wat een meneer tegen me zei: Nederlanders zijn op zich redelijk beschaafd, alleen door de buitenlanders zijn we nu gaan schelden, en zo. Maak een apart eiland ergens, net als Flevoland, waar allemaal vreemdelingen wonen.”
Wilco is een stuk guller, behalve met woorden. Vluchtelingen opvangen? “Ja, tuurlijk.” Waarom? “Zielig.” Zo denkt Thomas er ook over, maar die wil er wel wat meer woorden aan vuil maken: “Ik vind dat het leger de mensen moet helpen met oversteken, zodat ze niet verdrinken. En dan moeten die mensen in héél Europa worden opgevangen, niet alleen in een paar landen. Maar ook in Nederland, want wij hebben het geld en de ruimte en ze hebben het hier veel beter.” Wat geld? Wat ruimte? Helemaal niet! “Het is hier al crisis. En dan wordt het nog meer crisis. De mensen hier zijn nu al werkloos”, zegt Marcus.
Vooraf is de klas verteld dat er miljoenen vluchtelingen in Libanon, Turkije en Jordanië zitten en dat Nederland in 2014 ongeveer 26.000 vluchtelingen heeft zien komen. Maar het meisjesblok vooraan vormt een solide front: de vluchtelingen moeten toch ergens anders heen, “dichter bij hun eigen land”. Europa is vol en Nederland helemaal. De meiden zijn kort van stof en gebruiken allemaal dezelfde woorden.
Gianna heeft het er moeilijk mee. Ze is het meest bevriend met de meisjes van het meisjesblok vooraan, maar ze is het niet helemaal met ze eens: “Ik vind eigenlijk dat er geen vluchtelingen meer in Europa moeten komen, want het is al druk en er komen er alsmaar meer. Maar er gaan ook wel veel mannen, vrouwen en kinderen dood in de landen waar ze vandaan komen.” Hè, hè, zegt Nurdan: “Ze zouden welkom moeten zijn. Ze hebben een goede reden om te vluchten. Als het in Nederland oorlog was, zou je ook ergens welkom willen zijn.” Haar vriendinnen, los verspreid achterin, nemen háár korte betoog over.
De journaalbeelden aan het begin van de les, met overvolle bootjes, lijkenzakken en uitgeputte overlevenden maken weinig indruk. De emo-tv rond vijf Nederlanders die voor de EO twee weken doormaken wat vluchtelingen uit Syrië onderweg naar Nederland zoal kan overkomen, wordt aandachtiger bekeken. Echte werkelijkheid met echte wanhoop is voor de leerlingen niet echt.