• blad nr 9
  • 9-5-2015
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

Van conciërge en fysiotherapeut tot roostermaker 

De onmisbare schakels in de school

Werken in het onderwijs vinden ze fantastisch, maar ze voelen zich vaak ondergewaardeerd, zowel in loon als in aandacht. Het onderwijsondersteunend personeel laat nu van zich horen. Een conciërge, een onderwijsassistent en een administratief medewerker spreken in het Onderwijsblad ronduit. “Als wij er niet zouden zijn, liep alles vast.”

Geen groep zo divers als het onderwijsondersteunend personeel (oop). De verzamelnaam omvat zo’n zestig functies: van conciërge en technisch onderwijsassistent tot fysiotherapeut en roostermaker. Maar er is in elk geval één gemene deler: het onderwijsondersteunend personeel voelt zich vaak ondergewaardeerd, zowel op school als binnen de bond. En dat is niet zo vreemd, want de ontwikkeling van het loon bleef de afgelopen jaren ver achter bij die van het onderwijspersoneel. Bovendien zijn de loonschalen kort en de perspectieven om door te groeien beperkt. Daarnaast nemen de taakbelasting en daarmee de werkdruk toe door de vele klussen die een oop’er voor zijn kiezen krijgt. ‘Nee zeggen’ doet de goedwillende oop’er niet, want het werk moet toch gebeuren. En dus vangt de conciërge tijdens lesuitval de leerlingen op, vervangt een klassenassistent wekenlang een zieke juf of zet de administratief medewerker altijd de koffie en haalt de wasmachine leeg.
Ton Tummers, voorzitter van de AOb-groep voor onderwijsondersteunend personeel, herkent de signalen dat een ondersteuner zich ondergewaardeerd voelt. “Het is het calimero-effect. Een ondersteuner is een klein radertje in het grote geheel, maar wel essentieel. En dat geldt zowel op school als binnen de bond.”
“Zeg niet te snel ‘ja’, al is de klus nog zo leuk”, waarschuwt hij. Hij noemt een voorbeeld uit eigen ervaring als roostermaker op college de Heemlanden in Houten. “Begeleiden van de leerlingenraad leek me heel leuk. Over betaling heb ik het niet gehad en men ging er automatisch vanuit dat ik dat het volgende jaar weer zou doen. Zo krijg je geleidelijk steeds meer taken op je bordje.”
Later vragen om extra betaling, ligt lastig. “De kans is groot dat de directie dan zegt dat je die klussen niet hoeft te doen, je hebt er immers zelf voor gekozen. Zo werkt het”, zegt Tummers. De oop’er kan het probleem dan aankaarten bij de MR. “Maar veel oop’ers gaan uiteindelijk een confrontatie uit de weg uit angst om verhoudingen te verpesten of hun baan te verliezen.”

Vloer in centen
De OOP-groep strijdt voor een betere positie en organiseert bijeenkomsten voor oop’ers in alle AOb-rayons. Bij de cao-onderhandelingen zet de AOb in op een loonsverhoging van 3 procent met een vloer in centen, dus een minimumbedrag voor de laagste schalen. “Want het is nogal een verschil of je als docent 3 procent salarisverhoging krijgt, of als oop’er, die veel minder verdient”, legt Tummers uit. Ook pleit de AOb voor betere doorgroeimogelijkheden en betere vervanging. Tummers: “Een oop’er kan geen dag wegblijven, want het werk blijft gewoon liggen. Er is niemand die dat overneemt.”
Desondanks gaat Tummers altijd met veel plezier naar het werk. “In tegenstelling tot een kantoorbaan is het op school elke dag anders. Ik zou echt niet anders willen.”

{noot}
Zie voor het laatste nieuws over cao-onderhandelingen en informatie over de OOP-groep: www.aob.nl

{Kaders in foto’s}

Kloppend hart

José Mendels (59), administratief medewerker Jan van Nassauschool, Den Haag

“Twintig peuters ontving ik vanochtend in onze kinderboerderij, waarvan ik hoofdverzorger ben. Ik geef de kippen en konijnen eten, zorg dat de hokken worden verschoond en sluit elke avond de boel af. Ik werk inmiddels tien jaar op de leerlingadministratie, maar die vlag dekt allang de lading niet meer. Er is een flink stuk financiële administratie bijgekomen, zoals de overblijfkosten of de tegemoetkoming in de ouderbijdrage. En ook de regelingen vanuit het ministerie vergen steeds meer werk. Zo gaat de nieuwe gewichtenregeling gepaard met formulieren voor ouders in 25 verschillende talen, en vaak moeten we die alsnog uitleggen. Omdat onze conciërge is wegbezuinigd, zijn ook veel van zijn taken bij mij en mijn collega terechtgekomen. Als administratie vormen we het kloppend hart van de school, waar zich de hele dag iedereen meldt met vragen en verzoeken. We zijn bovendien gastvrouw, EHBO-post, uithuilschouder en vaak opvang voor kinderen die even de klas uit moeten. Soms doe ik de deur open met een telefoon aan mijn oor en een kind aan de hand, terwijl op de computer de maandstaten om aandacht schreeuwen.
Ik vind mijn baan op school wel hartstikke leuk. De kinderen zijn zo spontaan en enthousiast, en al die nationaliteiten vind ik fantastisch. Om ouders beter te woord te kunnen staan, volg ik een cursus Spaans. In mijn vrije tijd, ja, en dat vind ik op zich geen probleem. Het frustreert me wel dat de salarisschalen beperkt zijn, en er geen mogelijkheden zijn voor extra salaris. Ik zit al zeven jaar op het maximum, terwijl er alleen maar werk is bijgekomen. Nee zeggen is moeilijk, want het werk moet toch gebeuren. Ik hoop dat hier meer aandacht voor komt.”

Complexe zorg

Petra ten Brinke (47), onderwijsassistent bij de Twijn, onderwijscentrum voor speciaal (voortgezet) onderwijs in Zwolle

“Begin jaren negentig heb ik als leerkracht gewerkt op een reguliere school, maar ik stopte toen ik kinderen kreeg. Negen jaar geleden besloot ik rustig aan te beginnen als onderwijsassistent op deze speciale basisschool voor meervoudig beperkte kinderen. De combinatie van onderwijs en zorg vind ik fantastisch en ik zou het medische gedeelte nu ook niet meer willen missen. De zorg wordt wel complexer, van het aansluiten op sondevoeding, het geven van injecties of het uitzuigen bij beademing. In overleg besluit je wat je wel of niet wilt doen, maar ik zie die toename in handelingen juist als een verrijking. Als er een nieuwe leerling komt, zoek ik ook meteen extra informatie op internet. Dat vind ik superinteressant en ik wil ook graag goed geïnformeerd zijn om een kind verder te kunnen helpen. Het is geweldig wat je samen kunt bereiken. Als team sta je echt om een kind heen. De leerkracht vormt samen met de onderwijsassistent de groepsleiding en ieder wordt op zijn eigen deskundigheid bevraagd. Als assistent tel je dus volledig mee. Wat ik wel jammer vind is dat de beroepsgroep door veel mensen niet op waarde wordt geschat. Wij doen echt heel veel meer dan kopiëren of lijmpotjes bijvullen. Ik hoop vooral dat het reguliere onderwijs dat meer gaat inzien. Als leerkracht had ik heel graag iemand gehad om mee te sparren, die meehelpt met de lessen en het bewaken van de leerlijn.
Gezien de verantwoordelijkheid van het werk zou een betere waardering in geld ook wel op zijn plaats zijn. Natuurlijk is het een mbo-functie, maar ik zit al op het maximum van schaal 5 en doorgroeien in salaris is niet meer mogelijk. Overigens zou ik dit werk desnoods gratis doen, zo leuk is het, maar schrijf dat maar niet op.”

Ogen en oren

Henk Jansen (58), conciërge CSG het Streek in Ede, locatie voor praktijkonderwijs, vmbo en mavo

“Ik heb een ongelooflijke mooie baan. Achttien jaar heb ik in het praktijkonderwijs gewerkt, gedeeltelijk ook als onderwijsassistent, waarvoor ik een cursus volgde. Het begeleiden van leerlingen gaat me goed af, maar ik vind het werk van een conciërge toch leuker. Je hebt veel vrijheid, je werkt met jongeren en elke dag is anders: ik weet ’s ochtends niet wat de dag zal brengen. Heerlijk!
Sinds drie jaar zitten we met drie andere scholen in een nieuw gebouw. Met vier conciërges op één school bevind ik me nu in een luxepositie, dat besef ik best. En ik heb ook niets te klagen over het salaris, omdat ik als onderwijsassistent hoger ben ingeschaald. Ik vind wel dat een conciërge beter betaald mag worden, zeker gezien onze verantwoordelijkheid voor 900 leerlingen. We zijn de ogen en oren van de school, waardoor we vaak conflicten weten te voorkomen. Leerlingen voelen zich hier prettig, omdat ze echt gezien worden. We verwelkomen ze en maken even een praatje, zeker als we zien dat ze niet lekker in hun vel zitten.
Dat ik me hier als een vis in het water voel, komt vooral ook doordat er goed naar ons wordt geluisterd. Zo zijn we heel erg betrokken bij de bouw: van de verhuizing, het sleutelplan tot aan het waarborgen van de veiligheid in de school. Daardoor heb ik het gevoel dat het echt onze school is.
Wat ik mis is de aandacht van de bond voor ons werk, zowel in de onderhandelingen als in het blad. Een oop’er is een onmisbare schakel, of je nou koffiedame bent of telefoniste. Met zijn allen maken we het onderwijs, en als wij er niet zouden zijn, liep alles vast.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.