• blad nr 9
  • 9-5-2015
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Toelatingstests rukken op bij hoger onderwijs 

Wat is het einddiploma nog waard?

Wanneer de loting in 2017/18 verdwijnt, neemt een toelatingsexamen voor het hoger onderwijs de rol van het eindexamen voortgezet onderwijs over. Een omslag zonder veel discussie of deugdelijke onderbouwing. Het effect? Het diploma voortgezet onderwijs wordt minder waard. Sociale selectie neemt toe. Een vooruitblik.

Eindexamens! Maandag beginnen ze. Zo’n 90.000 havisten en vwo’ers gaan op jacht naar het diploma. En dan zijn er nog eens een slordige 30.000 mbo’ers die ook door willen naar het hoger onderwijs.
Voor sommigen is het echt erop of eronder. Nee, niet alleen omdat ze balanceren tussen zakken of slagen. Maar ook of ze gemiddeld een acht of hoger halen, zodat ze zonder loten of selectie door kunnen naar de studie van hun keuze. De examenkandidaten van dit en volgend jaar zijn de laatsten die door hun goede schoolprestaties een direct toegangskaartje kunnen krijgen voor gewilde studies als medicijnen, bedrijfskunde of hbo-communicatie. Vanaf schooljaar 2017/18 verdwijnt de loting. Geen gewogen loting meer voor de geslaagden met een gemiddelde tussen zes en acht. Voor bollebozen met een acht of hoger verdwijnt de automatische toelating.
Maar komt er dan een beter systeem voor terug? In plaats van loting komt er overal ‘decentrale selectie’ bij overtekende studies. Dat wil zeggen: eigen toelatingseisen van de opleidingen. Verder bepaalt een studie zelf hoeveel plaatsen er zijn en of ze overtekend dreigen te worden. Hogescholen en universiteiten kunnen dat zelf beslissen en makkelijk overstappen op een eigen selectieprocedure. Dat kunnen eindexamencijfers zijn, maar zeker niet alleen. De minister wil per se dat ook eigen toetsen, persoonlijkheidskenmerken of motivatie een rol spelen.
Volgens Bussemaker is dat hard nodig voor een ‘betere inhoudelijke match tussen student en opleiding’. Misschien is dat waar, maar gaat het ook werken? En werkt het beter dan de huidige loting? En is het wel nodig om de automatische toelating te schrappen?

Cum laude
Vijftien jaar geleden was er stevige discussie over de rechtvaardigheid van de loting. Toen had niemand zekerheid over de uitslag. Meike Vernooy werd ondanks haar examengemiddelde van 9,6 driemaal uitgeloot voor medicijnen. Voor toenmalig minister van Onderwijs Ritzen aanleiding om een bonus te zetten op de 8-plus: automatische toelating. Iets dat zijn opvolger Hermans in 1999 invoerde. En nu verdwijnt die weer. Als doekje voor het bloeden gaat staatssecretaris Dekker wel bij deze groep officieel cum laude op het diploma zetten. Dat staat leuk, maar het geeft bij de toelating geen garantie meer op een plek.
Minister Bussemaker schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat zij wel verwacht dat cijfers een rol blijven spelen bij de selectie door hogescholen en universiteiten zelf. Mooie gedachten, maar daar gaat de minister straks niet meer over. Opmerkelijk is dat er nauwelijks discussie plaatsvindt over de verbouwing van de doorstroom naar het hoger onderwijs. Blijkbaar willen we van de loting af, zonder dat we weten of de eigen selectie van hogescholen en universiteiten beter werkt.
Decentrale selectie mag al sinds 2000, hogescholen en universiteiten zijn daar toen aarzelend mee begonnen. De laatste paar jaar heeft de eigen toelatingsprocedure een enorme vlucht genomen. Inmiddels zit maar liefst een derde van de universiteitsstudenten op een opleiding met een fixus, waarvan het overgrote deel een eigen selectie kent voor alle studenten; bij hogescholen gaat het om één op de tien.
Voor de inspectie reden om waarschuwende woorden te spreken. ‘Nu de loting met ingang van studiejaar 2017/18 wordt afgeschaft, wordt het belangrijker om een betrouwbare decentrale selectie te organiseren.’ Want betrouwbaar zijn de eigen selectieprocedures allerminst.

Alarm
Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) sloeg vorig jaar alarm. Bij opleidingen met een eigen selectie werd op internet en in folders alle informatie bekeken. Vervolgens vroeg het ISO naar de normen voor toelating. Het resultaat was droef. Opleidingen beschreven vaak wel hoe de selectieprocedure in elkaar steekt, maar duidelijkheid over de normen bleef uit. Of afgewezen studenten behoorlijke feedback krijgen, werd zelden duidelijk.
Het heeft Bussemaker niet gealarmeerd. Ze gaat ‘bezien of het nodig is om voorschriften op te nemen ten aanzien van selectiecriteria en –procedures’. Pas als het misgaat dus, terwijl het nu al een rommeltje is.
‘Een ratjetoe aan stupide toegangstests’, noemde hoogleraar psychologie Harald Merckelbach in NRC Handelsblad kortgeleden de selectie bij geneeskunde. Motivatievragen leiden volgens hem tot verscherpte sociale selectie. Jan-David, zoon van een radioloog, bluft zich makkelijker door de vragenlijst en interviews heen dan Samantha of Fatima. En met de eigen normen steken universiteiten in zijn ogen een dikke middelvinger op naar het voortgezet onderwijs. ‘Het is zoveel als zeggen: jullie examens zijn waardeloos.’ Selecteren op basis van eindexamencijfers noemt hij snel, goedkoop en eerlijk.
Maar er is sinds de invoering van de loting wel iets veranderd in de studentenstromen. In 1996 gingen drie van de tien vwo’ers naar het hbo. Misschien de zesjes die dachten dat de kans op studiesucces op de universiteit klein zou zijn. In 2009 was dat nog maar 13 procent. Niet zo gek, want ‘stapelen’ van hbo naar universiteit of een tweede studie is inmiddels peperduur geworden: hogere collegegelden, meer lenen. Dus dan maar meteen alles of niets, en hop, naar de universiteit. Hetzelfde gebeurde in mindere mate bij het hbo; ook havisten gaan massaal doorstuderen op het hoogst mogelijk niveau.

Toverwoord
Zo zitten vandaag de dag in de collegezalen van hogescholen en universiteiten studenten met een zes en een hoog uitvalrisico. Bij de opleidingen neemt de roep om selectie toe. Er kwam een bindend studieadvies; de eindexameneisen zijn verscherpt. Potentiële eerstejaars moeten zich door een vragenlijst heen worstelen en krijgen een matchingadvies over hun keuze: geschikt of ongeschikt - waar ze zich overigens niet aan hoeven te houden. Blijkbaar is dat toch allemaal niet genoeg. Politiek en opleidingen zetten samen zwaar in op een toelatingsexamen hoger onderwijs. Meer dan cijfers, met eigen toetsen en interviews. Motivatie is het toverwoord.
Het leidt tot politieke cirkelredeneringen. Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer: ‘Motivatie kan een rol spelen bij decentrale selectie en op die manier kan decentrale selectie bijdragen aan studiesucces.’ Hoezo? Is daar enig bewijs voor? Nee, moest ook Bussemaker toegeven in dezelfde brief. Overtuigende wetenschappelijke onderbouwing voor positieve effecten van selectie aan de poort is er nauwelijks. Een speurtocht daarnaar komt uit op twee behoorlijke onderzoeken.
Bij de studie psychologie van de Universiteit van Amsterdam keken ze naar de effecten. Bij de eerstejaars zit een mix van lotingstudenten en eigen selectie. Die selectie bestond vooral uit een studietaak over de toekomstige studie, zodat eerstejaars beter zicht kregen op niveau en inhoud van de opleiding. Degenen die de test haalden en werden toegelaten, vielen minder vaak uit dan de groep die met loting binnenkwam. Maar bij degenen met gemiddeld een zeven of hoger op het eindexamen, verdween dat effect. Die zeven-plussers rolden sowieso soepel door de studie.
Op de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzocht geneeskunde ongeveer hetzelfde. Ook daar scoren de geselecteerden beter: minder uitval, hogere cijfers en positievere beoordelingen van de co-schappen. Geselecteerde studenten gaan bovendien vaker naast hun medische opleiding een onderzoeksmaster doen. Oftewel: selectie werkt goed. Hier werd niet vergeleken met de studenten die door een acht-plus automatisch waren toegelaten, die doen het namelijk sowieso prima. Cijfers gaan daarom zeker meetellen bij de eigen selectieprocedure, zegt de opleiding, maar van de minister mag dat niet het enige zijn.
In Rotterdam keek men ook of de samenstelling van de studentenpopulatie veranderde. Komen er minder allochtonen of kinderen van laagopgeleide ouders door de tests heen? Dat effect doet zich nog niet voor en dat is hoopvol, zeggen de onderzoekers. Maar er is ook aarzeling, want misschien schrikt de eigen selectie bijvoorbeeld allochtonen wel af. Bovendien gaat het in het onderzoek van de Erasmus Universiteit om erg kleine aantallen, dus hoe pakt dat uit bij eigen selectie op grote schaal?

Extra stressmoment
Samenvattend kun je zeggen dat bij leerlingen met een gemiddeld cijfer tussen de zes en zeven selectie een positief effect heeft. Zeker als je in de procedure zicht geeft op de lesstof en het niveau. Maar leerlingen met een gemiddeld cijfer boven de zeven doen het prima. Moeten we al die leerlingen dan opzadelen met een extra stressmoment in hun examenjaar? Moeten we van de hogescholen en universiteiten vragen dat ze alle aankomende eerstejaars door een peperdure selectiemolen halen? En wat doen we dan met al die andere selectie-instrumenten, zoals het bindend studieadvies en matching. Blijven we die ook gebruiken? Of stomen we gewoon door en komen we uiteindelijk uit bij een toelatingsexamen hoger onderwijs? Daar koerst Bussemaker wel op af. Misschien moet het debat daarover opnieuw worden gevoerd. Want kijken we naar vergelijkbare stelsels in het buitenland, dan staat ons het volgende te wachten:
1.Alle opleidingen gaan selecteren
Wie niet selecteert, krijgt op langere termijn de studenten die nergens heen kunnen. Om dat te voorkomen zal iedere hogeschool en universiteit bij alle studies een stop plus selectie invoeren. Dat kan, de opleiding bepaalt immers zelf het aantal beschikbare plaatsen.

2.Een zeven wordt de nieuwe zes
Cijfers van het eindexamen blijven waarschijnlijk meetellen. Maar kijkend naar normen die een aantal bijzondere programma’s al gebruikt (Utrecht Law College, International Business Administration Rotterdam) bestaat er een grote kans dat gemiddeld een zeven de norm wordt voor toelating. Daarmee wordt de zes een onvoldoende. De waarde van het eindexamen voortgezet onderwijs devalueert.

3.Extra stress bij examenkandidaten
De decentrale selectie vindt nu plaats tussen 15 januari en 15 april. Precies in het toch al drukke examenjaar. Voor leerlingen wordt de motivatie- en testbatterij van hogeschool of universiteit belangrijker en stressvoller dan het eindexamen.

4.De verschillen tussen scholen worden groter
Een selecte groep scholen zal succesvoller zijn in het voorbereiden van hun leerlingen op de toetsen en motivatietests van het hoger onderwijs. Zoals in Engeland het particulier onderwijs hofleverancier is van Oxford en Cambridge, zo zullen hier misschien gymnasia die rol krijgen. Het gevecht om een plekje in die brugklassen wordt nog heviger.

5.Sterkere sociale selectie door motivatietests
Jongeren uit de regio, uit lagere sociaaleconomische milieus of allochtonen zullen meer moeite hebben de juiste codewoorden bij motivatietoetsen of -interviews te gebruiken voor toelating. Misschien springen bedrijven in dat gat en kun je voor een flink bedrag een trainingscursus voor het toelatingsexamen kopen.

[kader + grafiek]

Leerlingen zetten hoger in

Stapelen neemt af, vooral bij havisten waar de keuze voor vwo afnam van 13 naar 4 procent. Een groeiende groep vwo’ers neemt een tussenjaar. Maar het belangrijkste verschil tussen de examengeneratie van 1996 en die van 2009 is toch wel dat leerlingen steeds vaker doorstromen naar een vervolgopleiding die direct aansluit bij hun diploma en zelden meer een trapje lager.
Ging vroeger 30 procent van de vwo’ers naar het hbo, nu is dat 13 procent. Vroeger koos 10 procent van de havisten voor mbo, nu nog maar 3 procent. De conclusie is simpel: leerlingen zetten met hun diploma hoger in op de vervolgopleiding, ongeacht hun examencijfers.

doorstroom havo 1996 2009
naar vwo 13% 4%
naar mbo 10% 3%
naar hbo 56% 78%
geen onderwijs 18% 14%


doorstroom vwo 1996 2009
naar hbo 30% 13%
naar wo 59% 71%
geen onderwijs 10% 16%

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.