- blad nr 9
- 9-5-2015
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
Lessen sociaal-emotionele ontwikkeling door straatslimme trainers
Leer het van een hangjongere
De levens van de Social Effect-trainers staan nu weer op een gezonder spoor, maar hun uitdagende jeugd heeft ze wel permanent een bepaalde uitstraling opgeleverd. Gehard. Gepokt en gemazeld. Of ‘straatslim’, zoals Esther Popelier het noemt. De founding mother van The Social Effect verzorgt op scholen al jaren workshops in sociaal-emotionele ontwikkeling. “Vroeger gaf ik ze zelf, maar ik lijk teveel op een leraar. Ik ben een blanke vrouw, praat netjes, heb een bepaald woordgebruik. Pas toen ik een straatslimme jongere aan het werk zag met een klas, viel het kwartje. Het is net als bij een roedel honden, die voelen ook feilloos de pikorde aan. Bij pubers werkt het ook zo. Zij zijn extreem gevoelig voor status en ruiken als het ware wie respect verdient.”
Werken met de Social Effect-trainers is niet eenvoudig, hen vinden ook niet. Popelier: “Het zijn de rebellen, jongens en meisjes van de straat, vaak zonder startkwalificatie. Die zijn niet netjes georganiseerd op een bepaalde plek. Sommigen ontvangen een uitkering, anderen niet. De een heeft een baantje, de ander niet. Voor de pilot in Rotterdam zijn we zelf de straat op gegaan.”
Met haar organisatie wil Popelier twee vliegen in één klap slaan. Kinderen in de schoolbanken zoveel en waar mogelijk ondersteunen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Én ‘kansarme’ jongeren - die de leerplichtige leeftijd al voorbij zijn - een waardevolle ervaring bezorgen door ze op te leiden tot trainer en vervolgens voor een klas te zetten. “Juist voor deze groep is het heel bijzonder om een voorbeeldfunctie te hebben. Soms op dezelfde school waar ze ooit voor veel problemen hebben gezorgd.”
Samen is het een ramp
Voor 2-mavo van het Sint Maartenscollege in Voorburg werd het in ieder geval tijd om de boodschap eens van een ander te horen. Met een van de twee klassen wil het maar niet vlotten. “Dit heb ik in 35 jaar nog niet meegemaakt”, verzucht mentor Annelies Kort. “Het zijn stuk voor stuk leuke kinderen, maar samen is het ramp. Wat wij ook zeggen, het komt maar niet aan. Een paar weken gaat het goed, maar dan is er weer grote bonje. Onderling, of met een leraar.” Coördinator en lerares Nederlands Melanie van Slobbe gaat de groepen volgend schooljaar mixen. “In de klas van Annelies zijn zonder opzet veel leerlingen beland met een pittige achtergrond. Ook zitten er een stuk of drie die de havo hadden aangekund en nu alle tijd hebben om de boel te verstieren.” Toch zocht Van Slobbe voor de laatste maanden nog iets dat de groep kan triggeren. Ze kwam uit bij The Social Effect. “Hiervoor heb ik onder andere op een basisschool gewerkt in een lastige Haagse buurt. Ik weet hoe krachtig de peer-to-peerbenadering kan zijn.”
Van Slobbe is wat dat betreft pragmatisch. “Wij blijven in de ogen van leerlingen toch de volwassenen die hen belerend toespreken. Bovendien komen ze niet aan leren toe in een slechte sfeer. Eerst moet het sociale goed zitten, daar ben ik van overtuigd. En dan denk ik: als het niet linksom gaat, dan maar rechtsom.”
Zij en Popelier kijken toe terwijl twee kersverse Social-Effect-trainers een blokuur workshop geven aan de ‘makkelijke’ mavo-klas in Voorburg. Trainer Martijn* ziet er inderdaad uit als een jongen waar je geen ruzie mee wilt krijgen. Gedrongen type, zware basstem, tattoos, zilveren ring om de pink en donkere kringen onder zijn ogen. Hij en zijn collega-trainer Omar hebben het geregeld over ‘cool’, ‘vet’ en ‘chill’. Hun kleding is hip en hun dialect Haags. De oefeningen die ze doen, hebben wel wat weg van de bekendere Kanjertrainingen en van het tv-programma Over de streep. Energizers - waarbij de leerlingen fysiek in beweging zijn, van stoel wisselen, met hun armen zwaaien – worden afgewisseld met rustiger opdrachten die een beroep doen op de sociale vaardigheden van de leerlingen.
Roep maar
Martijn gaat in het midden van de kring mavo’ers op een stoel zitten. Zijn collega-trainer Omar jut de leerlingen op. “Roep maar. Wat denken jullie van deze jongen? Heeft hij werk? Wat voor werk? Is hij Nederlander? Heeft hij een vriendin? Een kind?” De klas is wat voorzichtig. “Ik denk dat hij van vechtsport houdt.” “Hij heeft een relatie en een kind.” “Hij is Nederlander.” Maar op de meeste gebieden zitten ze er faliekant naast. Martijn geeft zijn korte biografie: half Turks, geen vriendin, wel een zoontje, houdt van videogames, rapmuziek, r&b en hiphop. Hij concludeert: “Dat is dus het gevaar van een eerste indruk. Jullie weten het niet. Julie kennen me niet.”
Hun workshop is doorspekt met trucjes om leerlingen te laten nadenken over groepsvorming, eerste indrukken en de daaruit rollende vooroordelen. Een cruciale oefening is ‘de ijsberg’. Op het bord krijt Martijn een soort parabool en doorkruist die met een horizontale lijn: de waterlijn. “Mensen zijn net als ijsschotsen. Een deel kun je zien, maar de meeste informatie zit onder water.” Samen met de klas wordt de ijsberg ingevuld. Boven de waterlijn komen: uiterlijk en gedrag. Onder de waterlijn is het een stuk voller. Daar staan onder andere ‘geloof’, ‘familie’, ‘behoeftes’, ‘interesses’, ‘gevoelens’, ‘problemen’.
Popelier licht achteraf toe: “Jeugd in de middelbare schoolleeftijd is extreem naar buiten toe gericht, op uiterlijk en gedrag. Hoe ver kan ik gaan? Wat werkt wel en wat niet? Die fixatie op de buitenwereld heeft met hun identiteitsontwikkeling te maken en dat is ook logisch. Maar het zorgt er ook voor dat de school vaak onveilig aanvoelt. Vooral voor leerlingen die niet zo extravert zijn, of die er anders uitzien. Met de workshop willen we ze aanzetten tot introspectie, ze laten zien dat juist de binnenwereld mensen kan verbinden.”
Dapper
Het blokuur daarop doet mentor Kort dapper mee met haar eigen klas. Martijn verruilt zijn plek als trainer voor de 21-jarige Tessa. Samen met Omar laat ze de leerlingen een stap naar voren zetten wanneer een uitspraak voor hen geldt. Al snel wordt de vinger op de zere plek gelegd. Omar zegt: “Zet een stap naar voren als je je fijn voelt in deze klas.” Slechts drie van de 27 leerlingen komen schoorvoetend in beweging. Mentor Kort haakt erop in en ook coördinator Van Slobbe stelt vragen. “Maar bedoelen jullie dan fijn, of veilig?” En: “Je hoeft niet elkaars schouder te zijn, maar het gaat wel om verdraagzaamheid.” Het woordgebruik verandert zodra de docenten de regie overnemen. Mentor Kort: “Het is belangrijk niet te veroordelen, gewoon op een normale manier met elkaar om te gaan.” De leerlingen knikken wat, maar niemand wil er echt op ingaan.
Tessa doet vervolgens een spannende poging: zichzelf kwetsbaar opstellen. Of een trainer dat wil, laat Popelier aan de persoon in kwestie. “Het moet voor hen ook veilig zijn. En passen bij de persoon.” Tessa laat de groep in een grote kring zitten en start de oefening ‘Als jullie me echt zouden kennen, dan zouden jullie weten dat…’. Zelf vult ze de zin als eerste aan. “Als jullie mij echt zouden kennen, dan zouden jullie weten dat ik een tijdlang heel depressief ben geweest. Nu gaat het beter. Wel gebruik ik nog steeds medicijnen en daar schaam ik me voor.” Even is het heel stil in de klas. Tessa: “Maar je mag ook gewoon vertellen over een hobby of over hoe je slaapkamer er uitziet.” De zucht van verlichting is bijna hoorbaar. Dankbaar maken de pubers gebruik van de geboden ruimte. Het meisje naast Tessa meldt nors dat ze niets in te brengen heeft en de meeste andere leerlingen vullen plichtsgetrouw het zinnetje aan door te zeggen dat ze voetballen of op kickboksen zitten. Exemplarisch is de stemverklaring van een jongen: “Wat deze klas van mij mag weten, weten ze al. Dat is niet veel en de rest houd ik voor mezelf.” Een meisje durft te vertellen dat haar zusje is overleden en ontlokt daarmee verbaasde en troostende blikken van haar klasgenoten.
Na afloop van het heftige blokuur bekent Tessa dat het de eerste keer is dat ze de workshop geeft. En haar eerste keer voor de klas ook. De docenten staan paf. Van Slobbe: “Echt waar? Jeetje, je bent een natural.” Kort: “Heb je wel eens overwogen het onderwijs in te gaan?” Glunderend verlaat Tessa het gebouw. Mochten de 2-mavo-leerlingen nog niet voldoende op weg geholpen zijn in hun emotionele ontwikkeling, deze dame heeft in ieder geval een flinke boost zelfvertrouwen gekregen. “Volgende week heb ik wel vijf trainingen staan geloof ik. Superleuk! Ik heb er nu al zin in.”
*De namen van de trainers zijn om privacy-redenen gefingeerd.
{kadertje}
The Social Effect is in het schooljaar 2012/13 gestart met pilots op middelbare scholen in Rotterdam. Dit schooljaar verzorgen achttien Haagse trainers lessen op zeven scholen in de gemeente Den Haag. Sommige scholen laten één klas meedoen, andere alle. Dankzij subsidies aan The Social Effect bedragen de kosten voor de school 85 euro voor drie lessen (een blokuur en een los uur). Volgend schooljaar probeert de organisatie weer in Rotterdam en Den Haag aan de slag te gaan en staat Amsterdam op de agenda.
Kijk voor meer informatie op www.thesocialeffect.nl.