- blad nr 9
- 9-5-2015
- auteur K. Hagen
- Redactioneel
Kwaliteit pabo’s omhoog
De NVAO, de organisatie die alle hbo-opleidingen controleert, spreekt van een ‘opmerkelijke verbeterslag’ bij de pabo’s, vergeleken met de laatste beoordelingsronde in 2009.
‘Pabo’s hebben actief gereageerd op de maatschappelijke bezorgdheid over de kwaliteit van de lerarenopleidingen’, zegt NVAO-voorzitter Anne Flierman. Volgens hem is de verbetering vooral te zien in de instroom van de studenten, het docentenkorps en het eindniveau. De NVAO is ook te spreken over de samenwerking met het werkveld. Wel kunnen de opleidingen meer aandacht besteden aan onderzoeksvaardigheden.
Studenten zien het soms anders. Onlangs bleek uit het inspectierapport ‘De staat van het onderwijs’ dat een vijfde van de pabo-studenten het niveau niet hoog genoeg vindt en (zeer) ontevreden is.
In het verleden kregen veel pabo’s kritiek op de kwaliteit. Het niveau van de studenten moest omhoog, vonden politici en de opleidingen zelf. Nu blijkt dat alle 24 bezochte lerarenopleidingen in orde zijn. Drie opleidingen worden later beoordeeld.
Toetsen
Wie nu juf of meester wil worden, krijgt een groot aantal toetsen voor zijn kiezen, zoals reken- en taaltoetsen. AOb-bestuurder primair onderwijs José Muijres wijst erop dat er genoeg aandacht moet blijven om het werkveld, de docenten die al voor de klas staan, bij de lerarenopleidingen te betrekken. “De leraren weten wat nodig is voor de klas en waaraan studenten moeten voldoen. Zij kunnen meedenken over het curriculum.” Ook moeten de pabo’s letten op het aantal toetsen. “Toetsen leidt wel tot meetbare gegevens, maar worden de studenten daar uiteindelijk betere leraren van? Er moet voldoende aandacht zijn voor andere belangrijke vaardigheden die je als leraar ook nodig hebt.”