• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur A. Jonkman 
  • Column

 

Amateurs

Als ik buiten schooltijd met kleine groepen de stof voor een toets nog eens doorneem of vragen over huiswerk beantwoord, heb ik het reuze naar mijn zin. Leerlingen bieden tegen elkaar op, de wil om te leren druipt er vanaf. Heerlijk. Een betere vrijetijdsbesteding kan ik mij niet wensen. Als ik alleen nog maar klassen had van maximaal vijftien leerlingen, zouden de examenresultaten en het plezier van zowel leerlingen als mijzelf explosief toenemen. Experimenteren met andere onderwijssystemen waarin leerlingen gemotiveerder en effectiever zouden werken, is dan niet meer nodig.
Dit is al veel vaker gezegd. Toch snijd ik het onderwerp nog een keer aan. Wie weet zal de kracht van de herhaling ooit zijn uitwerking hebben.
De middelbare school waar ik lang geleden op zat, werd geleid door een rector en twee conrectoren, die alle drie ook nog lesgaven. Mentoren, coördinatoren, trajectgroepbegeleiders, afdelingsleiders, communicatiemedewerkers, personeelsfunctionarissen – ze waren er niet. En zelfs als ik bij economie - vanwege hardnekkig spijbelgedrag - dertien proefwerken had gemist, werden mijn ouders niet gebeld. Om over te kunnen naar de vijfde, moest ik aan het begin van het nieuwe schooljaar een examen doen over de volledige stof van de vierde. Docenten heetten toen nog geen professionals, maar waren dat wel. Voor geschiedenis hadden wij geen boek. De docent vertelde boeiende verhalen waarbij wij aantekeningen maakten; toetsen bestonden uit spotprenten die wij aan de hand van onze kennis moesten uitleggen. Mevrouw Van Doorn van Nederlands schreef oergeestige teksten die wij ontleedden of samenvatten. Meneer Willems deelde met ons de richtingenstrijd over de uitspraak van de lettercombinatie ae in het Latijn. De docent muziek leidde het schoolorkest. Natuurlijk waren er docenten die geen orde konden houden. Of zij daar erg onder leedden, weet ik niet. In elk geval was het een probleem dat zij zelf moesten oplossen, met ons leerlingen werd er door het management niet over gesproken. In de vijfde klas zat ik met jongens van 20 die vanwege wangedrag al bij twee of drie andere scholen waren weggestuurd. Niemand vroeg zich af of wij een motivatieprobleem hadden en hoe dat kon worden opgelost.
In de medewerkerskamer wordt over de veranderingen van de laatste decennia gesproken als iets dat ons is overkomen. Maar wij hebben het zelf laten gebeuren, de autonomie uit handen gegeven. Met wild puberende leerlingen moeten wij zelf een werkbare relatie opbouwen, met overbezorgde en veeleisende ouders zelf in gesprek gaan. Leerlingen goed voorbereiden op het examen kunnen wij zonder resultatennota’s en bijbehorende evaluaties. Ontwikkelingen binnen ons vak bijhouden, daar hoeven wij geen functioneringsgesprekken voor te voeren, dat willen wij toch zelf? Een school kan prima worden bestuurd door een rector en twee conrectoren. Ik heb een erg prettige en inspirerende leidinggevende met gedegen plannen voor verbetering van het curriculum. Maar die bijdrage had zij ook kunnen leveren als docent. Hoe kunnen wij serieus worden genomen als wij visie, verantwoordelijkheid en controle bij anderen leggen? Wie wil er met mij een school beginnen waar iedereen die er werkt ook lesgeeft en er dus geld overblijft voor veel kleinere klassen? Amateurs met een professionele houding, verenigt u.


Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.