• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur D. van der Zweep 
  • Kleine column

 

Bezetting Maagdenhuis

Dat na de bezetting en de ontruiming van het Bungehuis een bezetting van het Maagdenhuis volgde, mag niemand verbazen. Er is geen symbolischer plek om verandering te eisen in de manier waarop het hoger onderwijs wordt georganiseerd. De richting die studenten en medewerkers van de Universiteit van Amsterdam op willen is duidelijk. Ze eisen meer zeggenschap en willen een grotere rol in de koersbepaling van de instelling.
Terecht. De aansturing van het onderwijs is gedecentraliseerd, universiteiten en hogescholen voorop. Schoolbesturen beschikken grotendeels zelf over de toegekende publieke middelen. De Hoftoren bepaalt niet meer waaraan dat geld moet worden besteed. Dat is een probleem omdat het model over onvoldoende checks and balances beschikt.
Het archief van het Onderwijsblad biedt een bloemlezing van de gevolgen. Topsalarissen, mislukte fusies, derivatenhandel en vastgelopen vastgoedprojecten kregen veel aandacht. Deze gevolgen worden vaak weggeschreven als incident. En inderdaad: op veel plaatsen gaat het gewoon goed. Maar we moeten zo langzamerhand erkennen dat deze ‘incidenten’ symptomatisch zijn voor het gebrek aan controle in het stelsel. De politiek onderkent dat en poogt een aantal eerder weggegeven bevoegdheden terug te halen. Via de Wet fusietoets, de Wet openbaarmaking topinkomens, de Wet normering topinkomens of de bestuursakkoorden over de inzet van het belastinggeld. Allemaal pogingen om weer greep te krijgen op middelen die zijn gereserveerd voor onderwijs. Toch is de politieke bemoeienis symptoombestrijding. Decentralisatie van de macht vraagt om tegenwicht via inspraak en medezeggenschap. Keer op keer blijken die middelen niet goed verankerd: docenten, studenten, scholieren en ouders staan vaak aan de zijlijn. Controle en verantwoording op het niveau waar de beslissingen worden genomen, zijn echter voorwaarden voor een goed functionerende onderwijsinstelling. En dat is precies waar de actievoerders om vragen.
Maar dat is niet alles: er moet ook een betere weging komen van financiële en beheersvraagstukken versus onderwijsinhoudelijke vraagstukken. Beheersmatig kan het legitiem zijn een opleiding te sluiten waarop financieel moet worden bijgelegd, maar dat moet worden afgewogen tegen de maatschappelijke kosten van een dergelijke beslissing. Die afweging mag niet exclusief door het bestuur worden gemaakt. Dat vraagt om goede spelregels. Te beginnen met het herinvoeren van een volledig instemmingsrecht op de begroting. En dus niet alleen op de hoofdlijnen, zoals de minister nu voorstelt. En als een bestuur het dan niet voor elkaar krijgt zijn plannen uit te leggen aan het eigen personeel en de eigen studenten, dan is het zaak die te heroverwegen.

Douwe van der Zweep
Bestuurder AOb

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.