• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Goed Beter Best

Ooit was het vergelijken van leerlingen en hun leerresultaten een pedagogische doodzonde. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw moest je er echt niet mee aankomen. Ieder kind was namelijk speciaal. Ook leraren werden niet beoordeeld of vergeleken met elkaar. Het hoofd der school gaf zelf les en had om die reden geen tijd om zijn personeel te beoordelen. Zo nu en dan kwam er een inspecteur op bezoek, maar zijn bevindingen waren arbitrair en hadden amper consequenties.
Nu wemelt het van de beoordelingsinstrumenten: van de Citotoetsen en methodetoetsen bij leerlingen, de beoordelingsinstrumenten voor leraren tot de audits van allerlei instanties in de hele school. De inspectie valt niet zomaar meer binnen, maar kondigt haar komst uitgebreid aan. Als het niet in orde is, dan komt de inspectie terug, en nog eens, en nog eens. De interne begeleider komt kijken, de directeur komt inventariseren. En alles wordt geboekstaafd tot het eind der tijden. Kortom, het is een drukte van belang daar op de drempel van de klas. Vergelijken, beoordelen, de maat nemen - deze zaken lijken een ding gemeen te hebben: het is nooit genoeg. Het gaat niet om een C-score bij Cito, nee, het gaat om een hoge of lage C-score, of wacht… die categorieën zeggen onvoldoende, laten we er Romeinse cijfers van maken, dan weten we meer. Het gaat niet om een vruchtbaar gesprek tussen directeur en leraar waarin ze de tijd nemen om elkaar eens uitgebreid te spreken over de meest wezenlijke dingen op school, nee, het gaat om het invullen en plichtmatig afwerken van lange lijsten competenties. Niet alleen de ouders, ook de leerlingen zijn steeds beter gaan kijken waarin zij zich onderscheiden. Wat heb je immers aan een A-score als vijf anderen ook zo’n score hebben? Dus bestuderen ze de grafieken die meegegeven worden bij het rapport heel zorgvuldig: kijk, haha, ik heb hier een hogere A dan jij!
De hamvraag is natuurlijk: wordt het er allemaal beter van? Ik denk van niet. De situatie in de Verenigde Staten maakt akelig duidelijk dat het meten van resultaten geen natuurlijk einde kent, met als gevolg dat men op de public schools nog maar twee dingen doet: toetsen en oefenen voor de toets. Het koppelen van de resultaten van de leerlingen aan de inspanningen van hun leerkrachten leidt daar inmiddels tot schrijnende want volslagen onterechte ontslagrondes en burn-outs. Niemand in de VS wil nog leraar worden. Het harteloze systeem heeft de hele beroepsgroep vogelvrij verklaard. Die kant kan het hier ook zomaar opgaan. Goede leraren moeten het vooral hebben van hun intrinsieke motivatie, hun speelsheid en hun vermogen om snel en goed waar te nemen en te anticiperen. Op achterdocht gestoelde controles zorgen ervoor dat zij eerder slechter presteren dan beter, terwijl leraren wier hart niet echt bij het vak ligt geen haar beter gaan presteren door al deze bemoeizucht. Ze zijn namelijk vaak te druk met solliciteren naar een andere (hogere) functie, zo eentje waarbij ze zelf iedereen de maat kunnen nemen.
De wereld heeft niet alleen toppresteerders nodig. Waarom zouden we alleen mensen willen opleiden die A-tjes vergelijken of met enorm veel bijles diep gefrustreerd en beroofd van alle lol in leren een hoge C-score bereiken? De wereld heeft ook kunstenaars, dichters, schrijvers nodig en – waarom ook niet – luiaards en dromers. Er moeten auto’s gerepareerd worden en gebouwen schoongemaakt. Al dat toetsen, al dat vergelijken, al dat goed-beter-best-gedoe leidt tot een diepe frustratie bij kinderen: het constante gevoel niet goed genoeg te zijn. Ik kan dit niet, juf! We hadden gewoon gelijk in de vorige eeuw: vergelijken is een pedagogische doodzonde. Kinderen kunnen namelijk niet mislukken. Een systeem kan dat wel.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.