- blad nr 7
- 4-4-2015
- auteur . Overige
- Redactioneel
Een helpend handje voor de beelddenker
Tekst Mandy Pijl
Tot aan de kleuterleeftijd heeft bijna ieder kind een voorkeur voor beelddenken. Daarna krijgt bij de meerderheid het denken in woorden en begrippen de overhand. Hoewel de wetenschappelijke onderbouwing van beelddenken nog mager is, is er steeds meer steun voor het idee dat er kinderen zijn bij wie het visuele denken overheerst. Deze leerlingen lopen dikwijls vast in de talige omgeving van een schoolklas.
“Beelddenken is een snelle, associatieve manier van denken”, legt leerkracht, remedial teacher en beelddenker Tineke Verdoes uit. “Bij beelddenkers razen plaatjes in gedachten voorbij. Ze zien beelden van situaties en handelingen waarin meerdere zaken naast elkaar zichtbaar worden, op elkaar inwerken en dan een betekenisvol geheel vormen. Ze leggen snel verbanden en komen makkelijk tot oplossingen.”
Maar het verwoorden van die oplossingen is vaak een probleem. “Beelddenkers hebben moeite met informatieverwerking, kunnen slecht luisteren en houden zich slecht aan afspraken.” Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels van vermenigvuldiging is lastig voor deze kinderen. Ook kunnen ze vergeetachtig en rommelig zijn en maken ze leesvorderingen in een relatief langzaam tempo. Kinderen met adhd en dyslexie zijn over het algemeen ook beelddenkers.
Verdoes: “Het is een misvatting te denken dat ze gebaat zijn bij alleen het toevoegen van plaatjes in de les. Ze hebben vooral tijd nodig om de beeldenstroom te leren stoppen en te ordenen, alvorens ze een antwoord kunnen geven.”
Stop, denk en doe
Wanneer je in beelden denkt, heb je moeite met tijdsbesef. Beelddenkers zijn dus regelmatig te laat of lopen juist voor op de rest en hebben moeite met taakinitiatie. Ze gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar slijpen nog even een potlood, gaan naar de wc of beginnen aan iets anders. Ze hebben moeite met het plannen van hun werk. Speciale methodes kunnen hen helpen zich te concentreren, zoals Stippestappen en de Stop-denk-en-doe-methode.
Oorkap op, hokje in
Kinderen die in beelden denken, verwerken meestal meer prikkels dan anderen. Ook geluiden kunnen beelden oproepen die onhandig zijn wanneer ze geconcentreerd moeten werken. Hulpmiddelen zoals oorkappen en afschermingen van hun tafel kunnen helpen bij de concentratie. Beschouw dit als tijdelijke oplossingen die kinderen helpen hun gedrag te leren remmen. Bespreek het inzetten van deze hulpmiddelen ook met de ouders, zodat zij betrokken zijn bij de begeleiding van hun kind.
Gun ze rust
Veel kinderen die in beelden denken, hebben regelmatig een hyperfocus. Ze kunnen zich volledig verliezen in iets dat hun interesse heeft en vinden geen rust tot ze het gehoopte resultaat hebben bereikt. Dat kan een groot voordeel zijn, maar het kan een beelddenker ook overweldigen. Alles gaat snel en alles lijkt tegelijkertijd te moeten. Dit kan leiden tot hyperactiviteit en chaos in hun hoofd. Geef ze na een hyperfocus vooral de ruimte om uit het raam te staren, ze hebben het nodig om tot rust te komen.
Omgaan met perfectionisme
Mede door het overconcentreren hebben veel beelddenkers extreem hoge verwachtingen van zichzelf. Het eindresultaat voldoet meestal maar net aan hun minimale eisen. Door als leerkracht af en toe ook te laten zien dat iets niet in een keer lukt, help je het kind in te zien dat we allemaal wel eens ontevreden zijn. Een trucje dat Verdoes veel gebruikt: de onzichtbare camera. “Beeldenkers hebben voldoende verbeeldingskracht. Vaak helpt het als ik ze in gedachten een foto laat maken van hun eigen werk en ze het ‘perfecte’ plaatje hierdoor laat vervangen.”
Wijs met het digibord
Het digibord is ook voor beelddenkers een visuele verrijking van lessen. Toch hebben juist zij ook moeite met het digibord, dat veel licht geeft. De hoeveelheid van dat licht en de frequentie van kleurverandering bij het veranderen van site, pagina of programma kan visuele overprikkeling geven. Bouw daarom voldoende momenten in waarop het bord helemaal uit staat. Bovendien: veel lesonderdelen worden niet meer stap voor stap opgeschreven, maar staan ineens op het digibord. Een beelddenker mist de opbouw en denkt, met zijn hang naar perfectie, het in één keer te moeten kunnen.
Zeg niet niet
Roep vooral beelden op van gedrag dat je graag bij leerlingen ziet. Dus zeg: “Ik wil dat jullie lopen in de gang.” Of: “Ik wil dat je achter aansluit in de rij.” Van het woord niet bestaat namelijk geen beeld. Elke ontkenning roept bij beelddenkers daardoor dikwijls precies het tegenovergestelde gedrag op van wat jij wilt zien.
Tipje van de sluier
Kinderen die in beelden denken, leggen snel verbanden. Daardoor denken ze soms te weten wat er van ze wordt verwacht, of wat er gaat gebeuren. Ze willen dan meteen gaan beginnen of roepen tijdens de instructie iets waarmee ze vooruitlopen op jouw uitleg. Licht daarom kort een tipje van de sluier op. Zoals: “We gaan vandaag verder met breuken en ik ga jullie hier iets nieuws over leren.” En vertel een leerling vooraf dat hij eerst je hele instructie beluistert, en pas daarna aan het werk mag gaan.
Van elke alinea een beeld
Beelddenkers zien woorden vaak niet woord voor woord, maar als geheel. Het filmpje gaat als het ware pas draaien na het lezen van een hele zin of zelfs pas na het hele verhaal. Leer kinderen zich na elke alinea een beeld te vormen van wat ze hebben gelezen. Oefen dat samen, totdat ze het zelfstandig kunnen.
Leren door te beleven
Door te ervaren leren beelddenkers beter. Maak van een les daarom een belevende leerles. Rekenen leent zich daar bij uitstek voor. Denk aan boodschappen doen en winkeltje spelen met geld. Laat kinderen koken en bakken, en een schat zoeken in en om de school met behulp van een schatkaart. Maar bijvoorbeeld ook het doen van haasje-over, waarbij een kind zegt Ik sta voor je en tijdens het springen Ik spring over je, is leerzaam. Kinderen ervaren wat voor en over betekent, begrippen die ze bij klokkijken als lastig ervaren.
{KADER}
Meer weten?
Van Tineke Verdoes verscheen eerder dit jaar bij uitgeverij SWP het boek ‘Belevend leren – Ideeën om beelddenkers bij de les te houden’. ISBN 97.8908.8505.232. Meer informatie over beelddenken vind je ook op www.stichtingbeelddenken.nl