• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Moeders

Zaytouna’s moeder kijkt strak naar haar dochter en zegt zachtjes: “Als jij wordt uitgescholden, moet je ze negeren. Je bent hier om te leren. Als je zelf begint met schelden, zit je helemáál fout.” Zaytouna is rood aangelopen en kijkt heel ongelukkig.
Even wordt Zaytouna, een hartveroverend maar explosief lid van mijn mentorgroep, gemangeld tussen moeder en juf. Gemangeld, bedremmeld, maar niet verpletterd. Ze doet haar woordje, verweert zich, legt uit en geeft uiteindelijk toe: ze gaat te vaak tekeer en het zou beter voor haar en haar klasgenoten zijn, als ze zich zou weten in te houden.
Moeder speelt niet betrokken, ze ís het. Ze speelt niet liefdevol, ze speelt niet duidelijk, ze speelt niet strikt, ze ís het. “U had misschien eerder moeten bellen”, zegt ze, beleefd maar streng, tegen mij ook al streng. En ik hád ook eerder moeten waarschuwen. Ik ben nog uit de tijd dat kinderen in principe hun eigen boontjes dopten, op school. Maar met zoveel soorten boontjes hebben ouders en leerkracht elkaar nodig. Zaytouna krijgt een week om te bewijzen dat ze in staat is a) mensen niet te onderbreken, b) niet te schelden, c) niet te schreeuwen, d) geen ruzie te zoeken en e) ruziezoekers te negeren. De hele week gaat het goed, vriend en vijand getuigen ervan. Waarbij vriend en vijand keihard schreeuwen en elkaar voortdurend onderbreken, maar beduidend minder schelden.
Met Zaytouna’s vriendin Farida gaat het precies zo: moeder op bezoek, driegesprek, duidelijke afspraken en respect alom. En dan, juist in deze week van hoop en vooruitgang, een geharnast schrijven van de moeder van stille Margy, ook al uit mijn mentorgroep. Nee, Margy doet niet mee aan de speciale mentorlessen voor de acht meisjes in de klas, schrijft haar moeder. Maandenlang is er een ‘onveilige situatie’ in de klas getolereerd. Er is niets aan gedaan. Nu hoeft het niet meer. Voor haar Margy zit er maar één ding op: verhuizen naar de parallelklas.
Twee dagen geleden liep dezelfde Margy uitgelaten rond op de open avond van de school. We hebben uitvoerig gepraat. Ze had zich blij opgegeven voor dit vrijwilligerswerk. Ze had ongegeneerd lol met haar klasgenoten. Vreemd allemaal, in zo’n ‘onveilige situatie’.
De ochtend na het geharnaste schrijven neem ik de telefoon op, een half uur voor de lessen beginnen. De moeder van een leerling in de paradijselijke parallelklas, waarin Margy volgens haar moeder zoveel beter af zou zijn. “Is juf Mink er? Mireille d’r mentor? Want ik ben er nou klaar mee! Ik heb het helemaal gehad! Ik ben het nou zat!” Mireille wordt in de paradijselijke parallelklas “volkomen genegeerd”, er worden “trucjes uitgehaald” en “kunstjes geflikt”. Er moet nu eindelijk eens orde op zaken worden gesteld in die klas! “Ik zal het de mentor doorgeven”, zeg ik laf.
Sommige moeders proberen hun kinderen verantwoordelijkheid bij te brengen, in de wetenschap dat die kinderen nog vaak tegen de wind in zullen moeten fietsen. Andere moeders proberen eerst een paar jaar de mentor verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.