- blad nr 7
- 4-4-2015
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
Leegloop op zwakke basisscholen
De lijst van zwakke en zeer zwakke basisscholen wordt steeds korter, maar wat gebeurt er met scholen die dat stempel hebben gekregen? Het Onderwijsblad vroeg de lijst van zeer zwakke en zwakke basisscholen uit 2011 op. Dat zijn er 416. Bestaan die scholen op 1 oktober 2014 nog? Is er terugloop van leerlingen? En vooral: komt de leegloop overeen met de krimp van het totale aantal leerlingen in de regio?
Een hele puzzel. Sommige zwakke scholen groeien opeens als kool, zo blijkt uit het overzicht. Bijvoorbeeld in Amsterdam en Utrecht, omdat een straat verderop een hele nieuwbouwwijk wordt opgeleverd. Of ze groeiden door een fusie met een andere school. Bij de scholen die last kregen van leegloop, hoeft dat niet per se aan het moment van de zwakverklaring te liggen. Misschien was dat proces al ingezet, omdat ouders de gebrekkige kwaliteit eerder in de gaten hadden dan de inspectie.
Even afgezien van al die mitsen en maren, dan is het algemene beeld simpel. Ruim de helft van de zwakke scholen uit 2011 was in 2014 opgeheven of had te maken met een snellere terugloop van leerlingen dan scholen in hun omgeving. Krap één op de drie (30%) deed het beter dan de omgeving, één op de zes hield een stabiel leerlingenaantal.
Vereende krachten
“In de praktijk zien we twee reacties”, reageert de inspectie op de uitkomst. “Ouders en team verliezen het vertrouwen en de school gaat dicht. Of men ziet het als uitdaging om met vereende krachten tot verbetering te komen.” De cijfers geven duidelijk aan: als een school zwak of zeer zwak wordt verklaard, is de kans groot dat de school afstevent op leegloop of sluiting. Een flink aantal van de scholen waar het leerlingenaantal duikelt, zal deze zomer alsnog verdwijnen door fusie of opheffing, zo blijkt uit de websites van meerdere scholen.
“Onze beoordeling is bedoeld als stevige stimulans om de kwaliteit te verbeteren”, aldus de inspectie. Iedere school krijgt daar ook de tijd voor. “Als een bestuur om uiteenlopende redenen geen toekomstperspectief meer ziet, is fusie of sluiting onvermijdelijk.”
De inspectie is hoopvol voor de toekomst. Scholen die bijvoorbeeld één jaar onvoldoende opbrengsten laten zien, worden tegenwoordig gewaarschuwd. En dat helpt. “Besturen die die ervaring hebben opgedaan, zullen ervoor zorgen dat het ze niet nog een keer overkomt. Er gaat dus wel een preventieve werking uit van onze waarschuwingen.”
‘Opboksen tegen het RTL-lijstje’
In 2010 werd de Montessorischool Maassluis zeer zwak verklaard. Inmiddels heeft ze bijna 25 procent meer leerlingen. Hoe kreeg de school dit voor elkaar?
Een maand voor het dienstverband van Debby van der Burgh in 2010 zou ingaan, rinkelde de telefoon. Of ze nog wel directeur wilde worden, want de school was ‘zeer zwak’.
Van der Burgh: “Voor het team kwam dat onverwacht, maar ik wist echt helemaal van niets. Destijds kon dat nog: zonder waarschuwing in één keer zeer zwak.”
Van der Burgh ging de uitdaging aan. Met haar team wist ze het doemscenario razendsnel om te buigen. In 2012 zat de school alweer in het basisarrangement: de inspectie had er vertrouwen in. En passant realiseerde de school een groei in leerlingaantal van 116 naar 143. En nee, hier speelde geen fusie, nieuwbouwwijk of babyboom. Gunstig was wel dat de meest prangende inspectiepunten relatief eenvoudig waren op te lossen. Van der Burgh. “Er was niks mis met onze eindresultaten. We gebruikten alleen nog geen Cotan-gecertificeerde toetsen om ze te laten zien.” Cotan staat voor Commissie Testaangelegenheden Nederland.
Vooral de naam van de school moest zo snel mogelijk uit de negatieve hoek, aldus Van der Burgh. “Je moet toch opboksen tegen zo’n RTL-lijstje op internet, waarbij men denkt dat Citoscores simpelweg te delen zijn door een postcode en dat dat dan vervolgens alles zegt over jouw onderwijs.” Daarom was Van der Burghs strategie: alles opengooien, praten, praten en nog eens praten. “Ik ben me overal gaan laten zien. De school gaan promoten, ons verhaal vertellen. Niet met grote posters aan de weg, zo werkt het niet. Het gaat om mond-tot-mondreclame creëren.”
Geen zak geld
De school stelde MR-vergaderingen open voor alle ouders, organiseerde extra ouderavonden, verzond elke twee weken een nieuwsbrief, hield enquêtes, inloopochtenden, open dagen. Van der Burgh zorgde dat ze bij alle lokale bestuursoverleggen aanwezig was en hield zelfs haar hand op bij de wethouder. “In Rotterdam was ik gewend dat je als zwakke school bij het gemeentebestuur binnenwandelt om vervolgens met een zak geld weer naar buiten te lopen.”
Die vlieger ging in Maassluis niet op. Terwijl geld wel degelijk een factor is om uit de misère te komen, aldus Van der Burgh. “In zo’n fase - na de klap ‘zeer zwak’ - is het nodig dat externen je school binnenkomen. Dat je kunt investeren in begeleiding en scholing voor het team.” Ze hengelde verschillende subsidies binnen. “Toen kon dat nog. Voor scholen die nu zwak of zeer zwak zijn is het een stuk lastiger.”
Tot slot moesten ook de looks van de school eraan geloven. Een groep ouders schilderde de deuren in het voornamelijk grijze schoolgebouw vrolijk oranje. De schoolgids veranderde van een stapeltje stencils in een gelikte brochure met foto’s van de kinderen. En ook de website werd vernieuwd. In hoeverre staan dat soort acties nog in relatie met het oordeel van de inspectie? “Die opmerking kreeg ik ook van mijn toenmalige baas: ‘Je moet je op de inhoud focussen, niet op de buitenkant’. Maar Maria Montessori zei zelf ook al dat de ‘voorbereide omgeving’ heel belangrijk is: dat klassen goed ingericht moeten zijn, dat de omgeving uitdagend is. Het is nog steeds best een achenebbisj pandje, alleen iets meer toonbaar.”
[grafic]
Dicht 13% 55
minder leerlingen dan omgeving 41% 172
Stabiel 16% 66
meer leerlingen dan omgeving 30% 123
bron: Onderwijsblad
[kader]
Van zwak naar voldoende kost voortgezet onderwijs meer moeite
Het aantal zwakke basisscholen neemt veel sneller af dan het aantal zwakke vo-scholen. Volgens de inspectie heeft dat te maken met verschillen in de beoordeling, die maken het voor basisscholen iets makkelijker om een voldoende te halen.
Inspectiecijfers laten een succesverhaal zien voor het risicogerichte toezicht. In het basisonderwijs is de afgelopen jaren het aantal zwakke scholen spectaculair afgenomen. Lag dat in 2010 nog op 7 procent, inmiddels is nog maar 2 procent zwak of zeer zwak. Nog extremer is de daling in het speciaal onderwijs van 26 procent in 2010 naar 5 procent in 2014. Alleen met het voortgezet onderwijs wil het nog niet vlotten.
In 2010 was één op de negen afdelingen (vmbo, havo, vwo) zwak of zeer zwak. Pas in 2014 zet een serieuze daling in, maar gaat het nog steeds om één op de dertien afdelingen. “Het lukt basisscholen blijkbaar beter om de kwaliteit van de basisvaardigheden, die in de eindtoets worden gemeten, daadwerkelijk te verbeteren”, concludeert de inspectie.
Basisscholen hebben een belangrijk voordeel. Bij het onderdeel opbrengsten worden alleen studievaardigheden, taal en rekenen gemeten. Een zwakke basisschool die investeert in taal en rekenen, kan zo eerder aan de normen voldoen. In het voortgezet onderwijs worden alle vakken beoordeeld. Daarnaast heeft het basisonderwijs genoeg aan één keer in de drie jaar een voldoende scoren op de eindopbrengsten. Voor het voortgezet onderwijs werkt de inspectie met een gemiddelde over drie jaar en drukken slechte prestaties uit voorgaande jaren dat gemiddelde.
Nog een verschil. Het basisonderwijs kent een absolute maat: je voldoet aan de normen die voor de eindtoets zijn geformuleerd of niet. In het voortgezet onderwijs wordt bij de meeste indicatoren van de inspectie ‘relatief’ gemeten: er is een vast percentage onvoldoendes voor scholen die het minder goed doen dan andere. Dat percentage schommelt rond de 10 procent. “Ongeacht de mogelijke kwaliteitsverbeteringen in werkelijkheid”, aldus de inspectie. In 2016 gaat de beoordeling voor het voortgezet onderwijs veranderen en wordt er bij de beoordeling van de resultaten met meer factoren rekening gehouden.
[grafic]
Zwakke en zeer zwakke scholen in basis- en voortgezet onderwijs
2010 2011 2012 2013 2014
basisscholen 7,0% 4,4% 3,1% 2,2% 2,2%
(voortgezet) speciaal onderwijs 25,5% 20,9% 18,7% 9% 4,7%
afdelingen voortgezet onderwijs 11,1% 11,1% 10,3% 10,1% 7,3%
bron: Onderwijsinspectie
Vertrouwen - normen
Ruimte - administratiedruk
Helderheid - niet voorschrijven