• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

Kwaliteit verbetert niet door inspectiebemoeienis, vindt 50% 

De papierwinkel op orde

Wat doet de school als de inspectie komt? Het papierwerk op orde maken. ‘Niet genoteerd staat immers gelijk aan niet gedaan’, zegt het basisonderwijs. Oefenen komt in het mbo weer heel veel voor: ‘Twee maal training met een ingehuurde inspecteur.’ De administratieve druk die het schoolbezoek van de inspectie teweegbrengt, beschouwt driekwart als een groot probleem.

Ieder jaar neemt de Onderwijsinspectie scholen en leraren halverwege april de maat in De staat van het onderwijs. Het Onderwijsblad draait de rollen een keer om en deed onderzoek naar De staat van het onderwijstoezicht.
In februari dit jaar werden leden geënquêteerd over hun ervaringen met en meningen over de onderwijsinspectie. Ruim 3400 leraren, teamleiders en schooldirecteuren uit basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo vulden de vragenlijst in. Iets meer dan 3000 hebben zelf een inspectiebezoek meegemaakt. Bijna alle scholen bereiden zich intensief (53%) of een beetje (33%) voor op de komst van de inspecteur. Uitgebreid beschrijven zij wat allemaal uit de kast wordt gehaald om goed voor de dag te komen. Een greep uit de voorbeelden:

Zorgen dat alles goed in mappen aantoonbaar is. Los van de werkelijkheid. Dan werken we voor een groot deel voor de inspectie.

Analyse van zwakke punten, verbetering van zwakke havo-bovenbouw, tips voor de dag waarop de inspectie zou komen.

Adviesbureau is ingehuurd voor het bestuderen van de diverse onderdelen waarop de inspectie o.a. controleert en er zijn oefensessies geweest om alle medewerkers (directie, management, op & oop) voor te bereiden op de gesprekken.

Maar liefst 2500 mensen beschrijven wat de school doet aan voorbereiding. Uit die enorme berg konden een paar belangrijke trends worden gevist. Zo blijkt na tekstanalyse de woordcombinatie ‘op orde’ het meest voor te komen. De papierwinkel op orde, de administratie op orde, de groepsplannen op orde. Kortom, alles op orde.
Geen wonder dus dat 77 procent van de ondervraagden de stelling onderschrijft dat het inspectiebezoek een enorme administratieve werklast met zich meebrengt. En het wordt nog erger. Als wordt gevraagd wát scholen met het inspectieverslag hebben gedaan, is de trend opnieuw dat de regeltjes strakker worden getrokken:

Nog meer administratie! Alles vastleggen, zelfs de kortste gesprekken met ouders. Evalueren hoe iedere les is gegaan in de klassenmap op het werkrooster.

Balen
De Onderwijsinspectie kent het beeld, maar baalt er wel van. “Van óns hoeft al die administratie niet”, zegt Arnold Jonk, hoofdinspecteur primair onderwijs en speciaal onderwijs. De inspectie wil in de Regeldrukagenda, die de strijd aanbindt met overbodige bureaucratie in het onderwijs, niet de zwartepiet krijgen.
Maar wie een willekeurig inspectieverslag doorbladert ziet hoe belangrijk papier is voor de inspectie. Het Onderwijsblad bekeek een aantal inspectierapporten, waaronder eentje van een school die recent van zwak naar voldoende ging, en die dus stevig onder het vergrootglas ligt. In dit rapport gaat het nergens over lesobservaties, maar uitsluitend over het beoordelen van papierwerk. Voor het onderdeel opbrengsten werden vijf toetsen in de groepen 3 tot en met 6 geanalyseerd. Bij onderwijsleerproces keek de inspecteur hoe de verbetering van het ‘handelings- en opbrengstgericht werken’ er uitzag. Uniforme formats voor alle klassen werden gecheckt, met ‘handzame documenten’ voor de analyse van methodetoetsen. Groepsoverzichten die de onderwijsbehoeften van leerlingen beschrijven, werden opengeslagen. Groepsplannen werden doorgekeken – hierin beschrijven leraren hoe ze hun lessen organiseren - en zo constateert de inspecteur tevreden: ‘daarin is voldoende aandacht voor het beschrijven van individuele accenten die nodig zijn voor sommige leerlingen’.

Oefenen
Een tweede trend die zichtbaar wordt in het onderzoek naar de inspectie, is dat scholen gaan oefenen voor het bezoek. Dat gebeurt vooral in het middelbaar beroepsonderwijs, maar rukt duidelijk op in het basis- en voortgezet onderwijs.

Tweemaal een training met een ingehuurde inspecteur. Het voorkauwen van antwoorden.

Oefenen voor het schoolbezoek is niet per se slecht: je zou hopen dat scholen zichzelf regelmatig de maat nemen zodat een inspectiebezoek slechts een rimpeling in het dagelijks schoolbestaan is. Het openbaar onderwijs in Borger-Odoorn is op die manier gaan werken, vertellen ze in het Dagblad van het Noorden. Daar kijken leraren structureel bij elkaar in de klas en voeren zo een ‘eigen inspectie’ uit. Maar zo ver is het lang niet overal. Bovendien is bewust het eigen onderwijs checken nog iets anders dan spanning creëren voor de komst van de inspecteur. Uit de enquête blijkt dat vooral de schoolleiding regelmatig onrust zaait zodra een inspecteur zijn bezoek aankondigt.

Zenuwachtige directie die van alles wilde regelen om de inspectie te pleasen.

Bij ons op school wordt bij een inspectiebezoek een toneelstukje opgevoerd! Docenten en studenten worden in zo'n mate geïnstrueerd dat naar voren komt dat we een prima school zijn en dat er niets misgaat. Als we een goede beoordeling krijgen, komt de champagne ook altijd op tafel. Het is uiterlijke schijn!

Wie de inspecteur zelf in de klas krijgt, is daar vaak veel relaxter over dan over het inspectiebezoek aan de school als geheel. Slechts 18 procent bereidt zich intensief voor, een meerderheid van 46 procent ‘doet gewoon hetzelfde als altijd’. Althans… ze willen natuurlijk wel goed voor de dag komen en bereiden hun les extra goed voor, zo blijkt uit de voorbeelden die duizenden noemen.

Minder zwakke scholen
Het allerbelangrijkste is natuurlijk of het inspectiebezoek de onderwijskwaliteit verbetert. En daar wordt door de ondervraagden behoorlijk aan getwijfeld. Heeft de inspectie meerwaarde voor de kwaliteit, was een cruciale vraag in het onderzoek. Eigenlijk niet, vond de helft. Geen idee, zei 12 procent. Waarmee 38 procent overblijft, die het oordeel uitsprak dat de kwaliteit omhoog is gegaan door het onderwijstoezicht. Het onderwijs wordt dus beter. En inderdaad, het aantal zwakke scholen neemt gestaag af, zo blijkt uit het jaarlijkse overzicht van de inspectie.

Betere voorbereiding, betere instructie, klassenconsultaties en bespreken met interne begeleiding, leerkrachten en directie van toetsresultaten.

De inspectie geeft (mijns inziens terecht) aan wat zwakke plekken zijn van ons onderwijs op onze school.

Aanbevelingen van de inspectie zijn doorgevoerd en de kwaliteit van het onderwijs is daardoor omhooggegaan.

Impact
Het inspectiebezoek heeft een enorme impact. Scholen passen hun onderwijs massaal aan. Maar liefst driekwart voert grote (8%) of kleine (69%) veranderingen door. Denk aan nieuwe lesmethoden of didactiek. Het inzetten van het directe instructiemodel is populair om lessen vorm te geven.
Toch vindt de helft van de deelnemers dat het inspectietoezicht juist níet bijdraagt aan beter onderwijs. De belangrijkste neveneffecten die zij beschrijven zijn: uniformering van de lessen, meer selectie in het voortgezet onderwijs, een grotere prestatie- en toetsdruk. Maar liefst twee derde vindt dat de inspectie zich te veel richt op toetsen en cijfers.

Meer klassikale lessen op een montessorischool.

Meer prestatiedruk vanuit de toetsen, meer administratie, minder vrijheid, meer papieren.

Geen vwo-leerlingen meer toelaten als ze een havo-advies hebben.

In een aantal gevallen waren er naar aanleiding van het inspectiebezoek personele gevolgen: collega’s die overgeplaatst of ontslagen werden.

Diverse collega's met zachte dwang met pensioen.

Twee collega's werd een assessment aangeboden, waarna ze een coach kregen, die negatief advies gaf, ze zijn inmiddels van school.

Controleren
Wat moet volgens de werkvloer de inspectie dan wel oppakken als de huidige praktijk niet bijdraagt aan beter onderwijs? De inspectie heeft nu als taak om de wettelijke eisen te controleren en de onderwijskwaliteit te bevorderen. Met die dubbelrol zijn leraren en schoolleiders het in meerderheid gewoon eens. Wel is hun gevraagd waar zij prioriteiten leggen.

Top vijf zwaarst controleren
1.Naleving van de wettelijke eisen 75%
2.Mate waarin onbevoegden worden ingezet 70%
3.Bevoegdheid van het lesgevend personeel 65%
4.Financiële situatie 64%
5.Kwaliteit van het bestuur 63%

Top vijf minst controleren
1.Kwaliteit onderwijsondersteunend personeel 26%
2.Kwaliteit van de leraar 24%
3.Sociale competenties 23%
4.Burgerschap en sociale integratie 21%
5.Betrokkenheid ouders 16%

Opmerkelijk is dat een overgrote meerderheid vindt dat de inspectie haar rol om bevoegdheid te controleren steviger moet oppakken. Verrassend is de uitkomst op de vraag over het controleren van de kwaliteit van het bestuur. Blijkbaar vinden leraren dat een raad van toezicht niet effectief bijstuurt.

Het vaak inadequate management kan nog altijd zijn gang gaan, waarbij bijvoorbeeld het grootste deel van de financiële ondersteuning nooit op de werkvloer terechtkomt.

In elk geval moet de inspectie zich niet bemoeien met het contact met ouders en de kwaliteit van personeel. Laat dat maar over aan de leraren onderling en de schoolleiders, luidt het overduidelijke advies van leraren en managers in het AOb-onderzoek.

Bevorderen
Wel is er grote behoefte aan advies. Het stimuleren van het pedagogisch klimaat en de onderwijskwaliteit vindt ruim de helft een belangrijke rol van de inspectie. Ook de leerlingzorg en de kwaliteit van de leraar hoort in de top vijf van de bevorderende rol. Bij die onderwerpen zien de ondervraagden de inspecteur liever als coach dan als controleur langskomen. Of zoals een van de ondervraagden het verwoordt:

Laten ze maar eens gaan vertrouwen op de wil van leerkrachten om het beste uit leerlingen de halen, dáárom heeft men dit vak gekozen. En met DIE insteek mogen ze komen en ons van tips voorzien, graag zelfs, tips zijn altijd welkom!

[kader 1]

De vijf belangrijkste conclusies op een rij uit het onderzoek De staat van het onderwijstoezicht
1.Het inspectietoezicht leidt tot een enorme administratieve last, vindt ruim driekwart van de ondervraagden.
2.Scholen gaan steeds vaker oefenen voor de inspecteur langskomt.
3.Maar liefst de helft vindt dat de inspectie geen meerwaarde heeft voor de kwaliteit van het onderwijs, 38 procent vindt van wel, 12 procent heeft geen mening.
4.Driekwart past het onderwijs aan na het bezoek. Van het inspectiebezoek gaat een uniformerende werking uit en in het voortgezet onderwijs wordt de selectie aangescherpt. Soms worden leraren overgeplaatst.
5.De deskundigheid van de inspecteur die langskomt is voldoende, zelden zeer zwak of excellent.


De kwaliteit van de inspecteur: voldoende

Rapport van bevindingen

De kwaliteit van de bezoekende inspecteur is volgens leraren die een inspectiebezoek hebben meegemaakt voldoende. Managers in het onderwijs zijn vaker te spreken over de inspecteurs die langskomen: bijna de helft vindt ze eerder goed dan voldoende.


{noot}
Uitleg inspectie

Op haar website legt de inspectie uit hoe scholen worden beoordeeld. Zowel de aanpak als de manier waarop de schoolresultaten worden beoordeeld, staat uitvoerig beschreven op www.onderwijsinspectie.nl/toezicht


Verantwoording
Het onderzoek is gehouden onder 3500 leraren en managers in po, vo en mbo. Iets meer dan 3000 hebben daadwerkelijk een inspectiebezoek meegemaakt. Daarvan komt 40% uit het basisonderwijs, 10% speciaal onderwijs, 38% voortgezet onderwijs en 12% mbo. Van de ondervraagden was 92% leraar, 8% schoolleider of manager. Het onderzoek werd opgesteld door Aziza Badouri, Joëlle Poortvliet en Robert Sikkes (allen AOb), zij werden daarbij geadviseerd door drs. Nico van Kessel. Hij deed ook de data-analyse. De technische uitvoering was in handen van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het hele AOb-onderzoek De staat van het onderwijstoezicht is te vinden op: www.aob.nl


Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.