• blad nr 7
  • 4-4-2015
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Promoveren is degraderen

De eerste tien jaar van mijn leven woonde ik in Leidschendam. Mijn vader gaf toen les op het Sint Maartenscollege in Voorburg. Uit die tijd herinner ik me het woord promotieonderzoek. Bij ons was dat een ding. Een groot grijs boek waar mijn vader in schreef. Op zijn studeerkamer. Daar onderzocht hij het werk van de Franse dichter Gérard de Nerval. Iets met oedipaal. Suïcidaal. In de subtekst. Inderdaad, geen idee. Toen mijn vader eind jaren zestig rector werd, raakte de subtekst uit beeld. Pa had even andere zaken aan zijn hoofd.
Leraren als mijn vader bestaan niet meer. Academische vaardigheden, wetenschap en onderzoek zijn op de onderwijsstatusladder ingehaald door kwaliteitseisen, omgaan met kinderen, zorg en organisatie. Daar bevindt zich de dominante energie van de school. Toch maakt de promoverende leraar een bescheiden comeback. Dat komt door de promotiebeurs. Die biedt ondersteuning bij het schrijven van een proefschrift. De school roostert de leraar voor een deel uit en huurt een vervanger in. De rijksoverheid heeft daar een kleine tien miljoen euro voor over. Voor negentig beurzen. Het doel is: herstel van de aansluiting tussen universiteit en middelbare school. Is dit een goed idee?
Voor het geld hoef je het niet te laten. Tien miljoen is op een onderwijsbegroting van 35 miljard de moeite niet waard. Maar levert het ook iets op? Niet echt. De leraar die amper lesgeeft, thuis achter zijn computer zit, terwijl de rest volle klassen afwerkt, hoort er niet meer bij op school. Niemand is geïnteresseerd in het vierkante millimeteronderzoek van die onzichtbare collega. In de wetenschappelijke wereld kan de onderwijzende onderzoeker evenmin meekomen. Hij is als de fietsenmaker die een auto repareert. Dat kan hij uiteindelijk best. Het duurt alleen zo lang. Tegen de tijd dat bij de onderzoekende zij-instromer een besef ontstaat van wat die wetenschappers echt bezighoudt, is de subsidie allang verlopen. Kortom, de promoverende leraar is een typisch geval van tussen wal en schip. Met grote kans op verzuipen. Want straks moet hij weer voor de klas. En dat is na dat oh zo belangrijke wetenschappelijk onderzoek geen promotie, maar degradatie. Ziehier de vernietigende werking van gesubsidieerd overheidspaternalisme. De minister geeft geld, de schoolleider wijst iemand aan, de brave borst ziet een kans. Maar na het opsouperen van de subsidie rest teleurstelling. Het wordt tijd dat leraren onderhand eens beseffen dat gesubsidieerde persoonlijke groei niet bestaat. Ontwikkelen doe je zelf. Omdat jij het wil.
Mijn vader pakte na zijn pensionering zijn promotieonderzoek weer op. Zijn intrinsiek gemotiveerde leervraag was inmiddels een dwangneurose. Hij zou zich hoe dan ook bewijzen als wetenschapper. Daarvoor was hij ooit naar de universiteit gegaan. En die dissertatie kwam er. Een boek in het Frans. Wetenschappelijke betekenis nihil. Toch was hij gelukkig. Alleen als je die drive hebt, is de promotiebeurs zinvol. Voor jou dan. De rest heeft er nog steeds niks aan.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.