- blad nr 7
- 4-4-2015
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Aardbevingen in Groningen
‘Een huis is veiliger dan een school’
De verhuisdozen stapelen zich al op, in de gang van de Prinses Beatrix basisschool in Loppersum. Intussen gaan de lessen gewoon door en wordt een paar kilometer verderop de fundering gelegd voor een noodgebouw. Na de meivakantie moet de hele school daar naartoe zijn verhuisd, samen met collega-school Roemte en een kinderdagverblijf.
De twee scholen bijten het spits af van ruim honderd scholen die zijn - of worden - onderzocht in het Noorden van Groningen. Vorig jaar is er al een kleine inspectie geweest bij de scholen in het epicentrum van het aardbevingsgebied: Loppersum. De gebouwen bleken scheuren te vertonen.
Dat had directeur Rieks Mulder van basisschool Roemte zelf ook al gezien. “Ik kwam na de kerstvakantie op school en toen ik mijn jas wilde ophangen zag ik achter de kapstok een scheur van de vloer tot het plafond.” Niet zo'n brede overigens: “Ik moest inzoomen om er een foto van te kunnen maken.” Maar toch: een scheur.
Bouwinspecteurs
Die situatie is tekenend voor de scholen. De gebouwen staan niet op instorten - in elk geval niet op dit moment. Maar ze zijn ook niet aardbevingsbestendig gebouwd. Waarom zou dat ook gebeurd zijn, in 1935 en 1955? De grote vraag is nu of beide scholen zodanig kunnen worden aangepast dat ze een eventuele aardbeving kunnen doorstaan. Om dat grondig te onderzoeken verhuizen beide scholen tijdelijk naar een noodgebouw.
Daarna komen de bouwinspecteurs in actie. Die kijken in de eerste plaats naar zware delen van gebouwen die makkelijk los kunnen raken. Zoals ornamenten aan de gevels, of schoorstenen. De schoorstenen van beide scholen zijn een paar maanden geleden al vervangen door nieuwe, lichtere exemplaren.
Verder letten de bouwkundigen op de verbindingen tussen wanden, vloeren en plafonds. Die zijn zo nodig te versterken met diverse soorten ankers - een soort hoekijzers, in bouwmarkttermen. Dat is bij scholen, met hun grote klaslokalen, extra belangrijk. Directeur Mulder van Roemte: “Een huis is veiliger dan een school, want drie kleine kamers zijn stabieler dan één grote. Probeer het maar eens met Lego.”
Schokje
Het onderzoek van de scholen en het eventuele herstel wordt betaald door de NAM. Beide schooldirecteuren zijn tot nu toe erg te spreken over de medewerking die ze van de NAM krijgen. “Als je ziet hoe snel het gaat en wat er toe nu toe is bereikt, is een compliment om zijn plaats”, zegt Mulder. “In drie maanden tijd een noodvoorziening bouwen met zo'n twintig lokalen voor in totaal vierhonderd kinderen, dat is niet niks. En er wordt steeds gevraagd hoe wij het hebben willen: onze wensen worden gehoord.”
De NAM doet met dit project ook waardevolle ervaring op, zegt directeur Peter Lunshof van de Prinses Beatrixschool. “Dit zijn de eerste twee scholen die tijdelijk verhuizen voor een grote bouwkundige controle. Er moeten dit jaar in totaal zo'n 120 scholen worden gecontroleerd. Wie weet hoeveel verhuizingen daarbij nog volgen.”
Beide directeuren wonen zelf buiten het aardbevingsgebied en hebben nog geen bevingen meegemaakt. Nou ja, toen Lunshof op de bank zat, thuis in Delfzijl, voelde hij eens een schokje. “Ik dacht achteraf: Dat zou er wel eens eentje geweest kunnen zijn. Maar van collega's en leerlingen hoor ik dat een aardbeving best indrukwekkend kan zijn. Zeker als je 's nachts wakker wordt en er allerlei spullen in je kamer omvallen.”
Oefening
Op sommige scholen in het gebied houden scholen al aardbevingsoefeningen. Directeur Mulder weet niet of leerkrachten van zijn school dat al gedaan hebben - hij is niet elke dag op deze locatie. Maar echt spectaculair is zo'n oefening niet. “Het gaat er om dat je zo snel mogelijk onder je tafel gaat zitten. Dat oefen je als leraar individueel, met je klas. Het is geen ontruimingsoefening, waarbij alle leerlingen moeten leren om tegelijk de school te verlaten. Tijdens een aardbeving moet je juist niet door het gebouw gaan lopen.”
Na de meivakantie moeten beide scholen verhuisd zijn naar het tijdelijke gebouw. En dan? Dat is de grote vraag, vinden Lunshof en Mulder. Zijn de beide schoolgebouwen goed aardbevingsbestendig te maken? Of moeten er zoveel aanpassingen worden gedaan dat het lesgeven er moeilijk gaat worden? “Een bunker is geen school”, zegt Mulder.
Misschien wordt er, in samenspraak met de besturen en gemeente, wel besloten om nieuwbouw neer te zetten. Het zou beide directeuren niet eens zo slecht uitkomen. “Ons gebouw stamt uit 1956, de Roemte uit 1935”, zegt Lunshof. “Onderwijskundig zijn ze afgeschreven. Nieuwbouw zou een goede optie zijn.”
En wie weet: misschien kunnen beide scholen dan wel samen in één nieuw gebouw verder, want met name de Prinses Beatrixschool is met tachtig leerlingen aan de kleine kant. “Samenwerking is op alle vlakken aan de orde”, zegt Lunshof. “We zitten straks met Roemte en een buitenschoolse opvang in één gebouw. Dat zou een leuke eerste stap kunnen zijn. Die aardbevingen zijn enorm vervelend, maar ze bieden ook kansen.”
Tenminste, op de korte termijn, vindt Mulder van Roemte. “Door de aardbevingen krijgen mensen in dit gebied hun huizen niet meer verkocht. Daardoor komen er geen jongeren meer, slaat de vergrijzing toe en krimpen de leerlingenaantallen. Dat is het echte risico voor het onderwijs in deze regio.”