• blad nr 10
  • 20-5-2000
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Nederland geeft weinig geld uit aan onderwijs

Nederland geeft relatief weinig geld uit aan onderwijs. De leraren staan voor grote klassen en hun werkdruk is hoog. Dat blijkt uit het rapport Education at a Glance 2000 dat de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, Oeso, afgelopen week uitbracht.

De Oeso maakt regelmatig een vergelijking van diverse facetten van het onderwijs in de 29 aangesloten landen. De vergelijking (voor de jaren 1997-1998) pakt ook dit keer weer slecht uit voor Nederland. Uit het rapport wordt duidelijk dat de Nederlandse uitgaven voor onderwijs, als percentage van het bruto binnenlands product, tussen 1995 en 1997 zijn afgenomen van 5,4 naar 5,1 procent. Dat klinkt dramatischer dan het is, want in absolute zin zijn de uitgaven aan onderwijs toegenomen. Alleen is de welvaart, en dus het bruto binnenlands product, nog veel sneller gestegen, waardoor het onderwijs procentueel gezien achterblijft. Ook de meeste Oeso-landen waarmee Nederland zich graag vergelijkt (de zogenoemde EU 6, België, Duitsland, Denemarken, Frankrijk en Engeland) kampen met dit euvel.

Een na laatst
Ernstiger is echter dat die Nederlandse 5,1 procent in absolute zin duidelijk achterloopt bij de percentages van onze buurlanden. In de hele EU 6 wordt gemiddeld bijna zes procent van het bbp aan onderwijs besteed, het gemiddelde van de hele Oeso ligt nog hoger: 6,5 procent. Ook als de onderwijsuitgaven op een andere manier worden berekend, namelijk als uitgaven per hoofd van de bevolking, scoort Nederland duidelijk onder het gemiddelde van onze buurlanden. Nederland staat op de een na laatste plaats, de laatste plaats wordt bezet door Engeland.
Bij vergelijking van de arbeidsvoorwaarden komen de Nederlandse onderwijzers er slechter af dan hun collega¹s in het buitenland. De Nederlandse leraren staan voor grotere klassen en geven meer uren les. In het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld geven Nederlandse leraren meer dan 900 uur per jaar les, terwijl dat in de buurlanden minder dan 750 uur was.
Op salarisgebied komt Nederland iets minder slecht uit de vergelijking. De begin- en eindsalarissen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs liggen op een vergelijkbaar niveau met die van hun collega¹s in de omringende landen. Wel loopt de ontwikkeling van het Nederlandse salaris de eerste vijftien jaar achter op die van leraren in de buurlanden.
Dat de Nederlandse onderwijsuitgaven op een groot aantal punten achterblijven bij andere landen is op zichzelf geen nieuws. Vorige Oeso-rapporten toonden dat ook al aan. Het verweer van het ministerie van Onderwijs was echter steeds dat het Nederlandse onderwijs erg efficiënt was, waardoor het met minder geld toch goede resultaten kon opleveren. Minister Hermans laat die denkrichting nu los. De positie van de Nederlandse leraar moet worden verbeterd¹, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.