- blad nr 6
- 21-3-2015
- auteur . Overige
- Redactioneel
Aanstelijk enthousiasme
Tekst Andrea Holwerda
Sta stil bij pieken
Bedenk wat goed gaat. Wat vond je leuk vandaag, wat was grappig, waar ben je trots op? Door hier aandacht voor te hebben, versterk je het, stelt onderwijsadviseur Jessica Barentsen, die verschillende trainingen geeft aan docenten waaronder de mindfulness training Fris voor de klas. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af een week lang iedere dag op weg naar huis drie positieve dingen te bedenken. Of houdt echt over een periode een logboekje bij. Barentsen: “Het is niet docent-eigen om zo bezig te zijn met jezelf. Maar als je beter voor jezelf zorgt, is dit ook beter voor je leerlingen.”
Vergeet de dalen niet
Weet ook als iets anders moet. “Er zijn geen pieken zonder dalen”, zegt Barentsen. “Werkplezier is geen toverwoord.” Kijk dus ook naar waar je last van hebt. Neem dit serieus. En zoek naar een oplossing. Besef daarbij ook dat iets positiefs, negatief kan worden. “Dat je bijvoorbeeld de individuele mentorgesprekken altijd heel leuk vond. Maar dat je de reeks gesprekken met leerlingen nu zo strak achter elkaar had gepland, dat het eigenlijk vooral stressen was. En dat je er de volgende keer dus beter toch net wat meer tijd voor kunt nemen.”
Werk samen
Probeer het niet allemaal alleen te doen. Leer van collega’s, creëer samen, steun elkaar, schetst Jacqueline Boerefijn, docent biologie, positief psycholoog en medeauteur van het boek Gelukkig voor de klas. Een gezamenlijke werkruimte, ergens in de school, kan hieraan bijdragen. “Tegelijkertijd is het soms beter om met collega’s even ergens koffie te gaan drinken, in plaats van nog extra aan je lesvoorbereiding te werken.” Verder is via onder andere Twitter, Facebook en LinkedIn ook gemakkelijk contact te leggen met collega’s buiten je eigen school.
Complimenteer
Laat weten wat je waardeert. “Er heeft in mijn lokaal tijdenlang een poster aan de muur gehangen met daarop een opgeheven duim”, vertelt Boerefijn. “Om mijzelf te helpen onthouden tijdens de lessen vooral ook te zeggen wat ik goed vind gaan. Daar krijg je zelf ook energie van.” Barentsen: “Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat je van complimenten geven aan anderen, jezelf ook beter gaat voelen. Vaak zit dit er naar leerlingen toe wel in, maar gebeurt dit naar collega’s toe nog weinig.”
Geef fouten toe
Besef dat niemand perfect is. En laat je leerlingen zien dat je ook maar een mens bent. “Die fouten maakt net zoals iedereen”, stelt Boerefijn. Zo gaf ze zelf een klas een keer echt veel te veel huiswerk op. “Zat iedereen vervolgens mopperend in mijn les. Ik heb toen mijn portemonnee uit mijn tas gepakt en een van de leerlingen gevraagd wat lekkers te halen voor de hele klas. Toen was het weer goed. Niet zozeer door de chocola, maar vooral omdat ik mijn fout gewoon ronduit toegaf. Dan zijn ze vervolgens vooral blij dat jij de fout hebt gemaakt en niet zij.”
Ontwikkel je sterke kanten
Zet in op dat wat je goed kunt. Probeer dit te herkennen, gebruiken en verder te ontwikkelen. Boerefijn: “Zo besloot ik me te gaan verdiepen in de positieve psychologie, omdat ik geloof dat je met een positieve insteek veel meer bereikt. Dat ik bijvoorbeeld om de lessen rondom voortplanting niet al te zwaar te maken, stel dat aids een fantastische ziekte is. En dan uitleg waarom: het is er namelijk een waarvan je kunt voorkomen dat je het krijgt. Maar ook dat je veel beter met je leerlingen kunt bespreken hoe ze prettig met elkaar om kunnen gaan, ook als je elkaar niet mag, dan het te hebben over pesten.”
Evalueer
Bekijk wat voor jou werkt. “Het gaat uiteindelijk om jouw plezier”, zegt Boerefijn. De beste manier om dit te bewaken is dat als je iets probeert, je daarna ook kijkt of het zin heeft gehad of niet. “Zo werkt voor de één het opschrijven van wat goed gaat zo goed, dat diegene het na jaren nog steeds doet. Terwijl de ander er na twee weken schrijven geen zin meer in heeft. Die heeft dan misschien weer meer met complimenten uitdelen of gaat nog eens een ander punt uitproberen.”
www.frisvoordeklas.nl
Gelukkig voor de klas, Jacqueline Boerefijn en Ad Bergsma, LannooCampus, ISBN 9789401421126, €24,99
’Ik houd van de dynamiek van het schoolleven.’
Henk ter Haar (33), docent Nederlands op scholengemeenschap Guido de Brès in Amersfoort.
“Dingen maken en meemaken met leerlingen. Daar kan ik erg van genieten. Van twee leerlingen die een trailer maken in de vorm van een LEGO-animatie bij een boek dat ze gelezen hebben. Maar ook van klassengesprekken bijvoorbeeld over de gebeurtenissen in Parijs. Gelukkig heb ik binnen mijn vak de ruimte om dat te doen. In combinatie met aandacht voor debatteren, discussiëren en argumentatie.
Via Twitter, Facebook en een blog heb ik contact met collega’s in het hele land. Je kunt met zoveel mensen samen denken. Dat vind ik heerlijk. Zo kwam ik bijvoorbeeld via een oproep in de Facebookgroep voor docenten Nederlands op in totaal 15 alternatieve opdrachten voor een boekverslag. Dit kun je dan ook weer delen met naaste collega’s.
Ik ga bijna elke dag met plezier naar school. En als ik niet met plezier ga, dan kom ik vrolijker thuis dan ik van huis ging. Een beetje zoals met sporten. Dat je gewoon moet gaan en je je daarna altijd beter voelt. Ik houd van de dynamiek van het schoolleven. Dat ik een gebouw met zevenhonderd mensen binnenloop. Dat alles anders gaat dan gepland. Het een ongeordende orde is. Met onverwachte vragen en antwoorden.
Dit betekent ook dat je nooit kunt passen. Moet zorgen dat je er altijd echt bent. Want als je inspiratieloos je lesjes afdraait, merk je gelijk dat je leerlingen moeilijker tot leren komen. Enthousiasme werkt aanstekelijk.
Dus is het uiteindelijk goed niet te veel te combineren. Ik ben de afgelopen jaren docent, mentor en zorgcoördinator geweest, heb een teamleidertraject gevolgd, net een master afgerond. Ik heb nu besloten volgend jaar te stoppen als zorgcoördinator. Zodat ik weer meer ruimte heb voor lesgeven.”
’Als je ver wilt komen, moet je samen gaan.’
Saskia Veldhuis (29), docent geschiedenis op het Titus Brandsmalyceum in Oss.
“Het contact met leerlingen en innoveren. Dat is wat mij energie geeft. Zo’n twee jaar geleden ben ik begonnen met het meer gebruikmaken van technologie. Zo gebruiken leerlingen een device naar keuze -vaak een laptop of tablet- in mijn les, zet ik filmpjes met uitleg vooraf online en maak ik veel gebruik van het digibord. Ik heb hierdoor tijdens de les meer tijd voor individuele leerlingen. Daarnaast vinden ze mijn lessen leuker en zijn ze daardoor meer gemotiveerd.
Dat ik van mijn rector de ruimte krijg om dit te doen, vind ik top. Ik heb nu ook de mogelijkheid gekregen digitalisering binnen onze school en zelfs de scholengroep verder uit te rollen. Samen met collega’s. Want ik geloof dat als je snel wilt, je alleen moet gaan, maar als je ver wilt komen, je samen moet gaan.
Dus wissel ik graag met hen van gedachten hierover in de lerarenkamer of in het koffietentje tegenover de school. Daar word je niet vijftien keer onderbroken. En: the best things happen over coffee. Ook vraag ik iedereen afwisselend voor de nieuwsbrief een stukje te schrijven over wat ze hebben gedaan.
Tegelijkertijd moet je als koploper zorgen dat je eigen inspiratie niet opdroogt. Dus deel ik via Twitter, LinkedIn ervaringen met andere innovatieve docenten. Roep ik hun hulp in bij bijvoorbeeld het schrijven van een beleidsplan, maar ook bij het maken van nieuw lesmateriaal. Ook volg ik nu een teamleiderscholing.
Verder heb ik geleerd te focussen op wat we bereikt hebben en niet op hoe ver we nog moeten. Ben ik trots dat ik nu zoveel meer collega’s met laptops en tablets zie. Al met al heb ik vooral plezier. En als ik het leuk heb, hebben de leerlingen het ook leuker en gaan de resultaten omhoog.”