• blad nr 6
  • 21-3-2015
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Leren wat je leren wilt

Vernieuwend onderwijs in Roermond bewijst dat kinderen van alle niveaus enthousiast kunnen raken als ze hun eigen interesses mogen volgen. Maar het is niet makkelijk en het lukt niet altijd. ‘Kinderen smeken me wel eens: geef ons toch alsjeblieft een opdracht.’

Het loopt storm bij vernieuwingsschool Niekée in Roermond. Honderden onderwijsprofessionals bezochten in het afgelopen jaar het meermalen bekroonde gebouw vol kunst en zwevende kubusverdiepingen van hout, ‘zilver’ en ‘goud’. VPRO Tegenlicht filmde er drie dagen lang; Yomiuri Shimbun, de grootste krant van Japan, maakte er een reportage en Paul Rosenmöller (VO-raad) en staatssecretaris Sander Dekker brachten er een bliksembezoek.
In september van dit schooljaar startte Niekée met de Agora-groep: het meest vernieuwende experiment in Roermond tot nu toe. Kinderen van alle niveaus zitten door elkaar –van vmbo-basis tot gymnasium– en krijgen de vrijheid om zich te ontwikkelen, hun nieuwsgierigheid te volgen. De 33 kinderen hebben geen rapporten, geen ouderwetse instructie, geen klaslokaal met bankjes, ze hebben geen rooster en geen vaste vakken, maar wel allemaal een eigen iPad. Het is de bedoeling dat ze grotendeels zelf bepalen wat ze willen leren.

Verwondering
Niekée, een school met leerlingen van 52 nationaliteiten (40 procent met een leerachterstand), boekt sinds de start in 2007 zeer goede leerresultaten met een schoolconcept waarin 40 procent minder traditionele lessen wordt aangeboden. Dat smaakte naar meer. Het bestuur van de Stichting Onderwijs Midden-Limburg besloot daarom een school op te richten waarin het leren ‘volledig is gepersonaliseerd’: de Agora-groep.
Drijvende kracht achter de onderwijsvernieuwing op Niekée is Sjef Drummen, een beeldend kunstenaar die 25 jaar voor de klas heeft gestaan en twaalf jaar ervaring heeft als schoolleider. “Een paar jaar geleden nodigden wij vijftig ouders uit van alle 11 locaties van ons schoolbestuur”, zegt Drummen in het overdekte atrium van de school, waar beelden van mensapen en mythologische figuren op de uitkijk staan. “We vroegen de ouders om op post-it’s te schrijven wat ze van een school verwachtten. Ik ben nog nooit met zoveel energie naar huis gegaan. Die ouders hadden de blueprint van Agora geschreven: onderwijs vanuit de persoonlijkheid van kinderen, vanuit hun verwondering, en vanuit het vertrouwen in wat zij zelf kunnen.”
Volgens Drummen staan ouders voor het nieuwe concept in de rij. Vanaf volgend schooljaar wil hij de Agora-groep uitbreiden naar honderd kinderen en één volle vleugel van het Niekée-gebouw.

Keihard werken
Op de eerste dag na de voorjaarsvakantie wordt er op Agora gewerkt aan tijdreizen, een film over het leven van een eigentijdse Jezusfiguur en een kaart van het heelal. Twee kinderen hebben eerder een zaalvoetbaltoernooi georganiseerd voor alle brugklassers. Een opstelling met een jampot en potloden als elektroden getuigt van de succesvolle splitsing van H2O (water) in H en O. In een hoek van het lokaal staat een caviahok van twee verdiepingen; op de iPad’s leren kinderen niet alleen Engels, maar –als ze zin hebben– ook een beetje Japans.
Het is duidelijk dat kinderen enthousiast kunnen raken als ze hun eigen interesses mogen volgen. Maar dat lukt niet altijd, zo zal vandaag blijken. Het vergt veel inspanning –van de leerkrachten– om al die projecten te realiseren en te beoordelen. En de mix van kinderen van allerlei niveaus pakt niet altijd goed uit. Het simpelweg volgen van de interesses van kinderen is niet genoeg om gepersonaliseerd leren tot een succes te maken. Daarvoor zijn inspanning, planning en structuur nodig en soms zelfs een verrassend schoolse aanpak. “Het uitwerken van de visie van de Agora is tien procent roze wolk en negentig procent keihard werken”, zegt Agora-docent, of liever coach, Tim Slot. “Vrijheid is mooi, maar een aantal van deze kinderen heeft vooral behoefte aan structuur. Heel veel structuur.” Coach Lilian Vrolijk, die wekelijks elf uur werkt op de Agora-groep, zegt: “Kinderen zijn vanaf de basisschool gewend om te doen wat hun gezegd wordt. Het valt ze lastig de omslag te maken naar een situatie waarin ze zelf het heft in handen krijgen. Vooral voor de leerlingen met de lagere basisschooladviezen, over het algemeen onze A-groep, is dat moeilijk. Ze smeken me wel eens: geef ons toch alsjeblieft een opdracht.” Ook het samenwerken tussen de hogere en lagere schoolniveaus valt soms tegen. “De verschillen zijn groot”, zegt Vrolijk. “Leerlingen van vmbo-basis kunnen zelfs vervelend gaan doen, omdat ze een opdracht niet helemaal begrijpen.”

Leuke dingen
8.00 uur. Agora-coaches Yeliz Apaydin, Richard Coenen, Ramon Moorlag en Tim Slot vergaderen staand. Er gaat veel goed, zo constateert het team van speciaal geselecteerde leerkrachten, intensief begeleid door wetenschappers van de Open Universiteit. Maar er moet ook veel anders. De A-groep van dertien kinderen heeft moeite met het zelf plannen van hun dag- en weekbesteding op de iPad. Tim Slot gaat vanaf vandaag uitproberen of een planning op papier meer houvast biedt. Ook wil Slot afstappen van het uitgangspunt dat kinderen anderhalf uur achtereen hun eigen tijd inplannen. “Zo lang achter elkaar lezen schiet niet op”, zegt hij. “Ze kunnen beter een half uur knallen en dan iets anders kiezen.” Om de kinderen te helpen heeft Slot lijsten opgesteld met activiteiten waaruit ze kunnen kiezen. Zo staan er onder het kopje ‘leuke dingen’: Lego League, Photoshop, voetballen, tekenen of klimmen op de muur in het atrium.
Sinds het begin van het schooljaar is er op Agora al heel wat veranderd. Eind vorig jaar zijn er wiskundelessen ingevoerd, workshops heten die. Kinderen mogen veel zelf bepalen, maar hier komen ze niet onderuit. De manier waarop kinderen hun eigen interesses, hun leervragen, uitdiepen is meer gestructureerd. Kinderen dragen zelf ideeën aan, coaches bepalen of zo’n leervraag voldoende perspectief biedt en of die past binnen de vijf domeinen van kunst, wetenschap, maatschappij, ethiek/sociaal en spiritueel, die volgens conceptbedenker Sjef Drummen de wereld bestrijken. “De onderzoeksvraag: ‘Hoe kan ik zo snel mogelijk het volgende level van spel X uitspelen’ is niet oké”, zegt Richard Coenen. “Dat snapt intussen iedereen wel.”
Het Agora-team heeft een projectboek gemaakt, dat stap voor stap beschrijft hoe je iets dat je interesseert kunt onderzoeken: het kan beginnen met een mindmap maken en die eventueel combineren met de mindmaps van anderen, dan een onderzoeksvraag formuleren, zoektaken bedenken, presentatie maken, evalueren. Voor de kinderen van de lagere niveaus heeft het team een aangepaste variant gemaakt van het projectboek die nóg meer houvast biedt. Vandaag gaat Slot het met de kinderen doornemen: “Klassikaal en frontaal”, zegt hij. “Dat is nodig voordat je ze weer los kunt laten.”

11.00 uur. De groep verzamelt zich in een kring voor Community. Deze dagstart is vandaag bij uitzondering wat later, want een groot deel van de klas heeft zojuist rondjes om de school gerend voor een fitnessproject van oud-marathonkampioen Gerard Nijboer. “Daaraan doen we mee”, zegt Coenen. “We willen geen eiland zijn binnen de school, maar niemand is verplicht om mee te rennen.”
Mick en Robin zijn er nog niet, zij interviewen vanochtend de onderwijswethouder van Roermond over de vraag waarom hij Duits leren verplicht wil stellen, een kwestie waarover de lokale kranten hebben bericht.
Het lokaal van de Agora-groep is zo groot als een bescheiden gymzaal. Stoelen en tafels staan in een kring of verspreid in groepjes als in een restaurant. Middenin staat een luchtig muurtje van vierkante vakken waarin kinderen hun tassen opbergen. Applecomputers staan op tafels langs het raam. Een uitzinnig lokaal ernaast -met een Cadillac-bumper als leerkrachtbureau en een levensgrote koe op zijn kop aan het plafond geschroefd– wordt volgend schooljaar in gebruik genomen nadat de uitbreiding naar honderd leerlingen is gerealiseerd.

11.30 uur. Tim Slot zit met 13 kinderen in een klassikaal lokaal en legt uit hoe ze een planning op papier moeten invullen. Er wordt gegrapt en gelachen. Slot zet drie lastpakken uit elkaar. “iPads op tafel met het scherm naar beneden”, zegt hij en: “hoe lang is 1,5 uur gedeeld door 3”. Slot controleert over de schouder van alle kinderen of ze hun planning correct invullen. De meesten hebben hulp nodig.

Goede wil
13.15 uur. In het lokaal van Agora heerst rust. Coach Lilian Vrolijk heeft de kinderen zojuist in strenge bewoordingen aan het werk gezet. Vijf jongens zitten onderuit in leunstoelen en leren Engels met de app Rosetta Stone. Verderop werken er drie naast elkaar met rekenapps. Andere kinderen lezen, of maken tekeningen bij muziek op hun koptelefoon.
Richie (vwo-advies) zit alleen aan een tafeltje met iPad en een koptelefoon op en lost een kwadraatsvergelijking op van de Kahn Academy, een Amerikaanse website met videolessen. Richie werkt ook aan een project over moleculen, zijn derde project in het ‘domein’ wetenschap. Coenen heeft geprobeerd Richie te verleiden tot een experiment met mensen dat zou passen binnen het domein ‘sociaal’, voorlopig tevergeefs. “Dat doe ik later wel”, zegt Richie.
Intussen krijgt de A-groep wiskunde in een heuse collegezaal. Ramon Moorlag heeft bij het begin van de les een plak chocolade ter grootte van een boek uit zijn tas gehaald. Als iedereen zijn spullen bij zich heeft volgt een traktatie. De goede wil is aanwezig: één van de kinderen heeft een zak pennen gekocht bij het Kruidvat, maar de groep komt moeizaam tot werken. Eén voor één loggen de kinderen in met hun iPads en ze beginnen langzaam maar zeker aan de wiskundeopdrachten die online voor hen klaar staan.

14.00 uur. Met het oog op de gymles rondt Ramon Moorlag de dag in Agora vroeg af. Zijn jullie niet vergeten om de Daily Scrum in te vullen? Volgens deze routine houden leerlingen dagelijks bij wat ze van plan zijn, wat ervan terecht is gekomen en wat ze vonden van de dag. In een groep zonder rapportcijfers is het registreren van de vooruitgang van kinderen geen routine.
Over projecten zoals het bouwen van een konijnenhok of het organiseren van een toernooi schrijven coaches een ‘woordrapport’, waarin de ontwikkeling van competenties aan bod komt, zoals samenwerken, presenteren, onderzoeken en omgaan met anderen.
Volgens Sjef Drummen leggen de begeleiders van het Agora-concept de laatste hand aan een digitaal instrument Target Proces, waarin kinderen zich wekelijks doelen stellen op basis van een leervraag: iets waarover ze zich verwonderen. Het instrument houdt onder meer bij met wie kinderen hebben samengewerkt, welke strategie ze hebben gebruikt om problemen op te lossen en of ze het gestelde doel hebben gehaald. “Samen met de inzichten van leraren geeft dit straks een goede weergave van de ontwikkeling van de leerling”, aldus Drummen. “Maar het is nog niet geïmplementeerd. Daarom moeten de coaches nu nog schipperen tussen gepersonaliseerd leren en instructie in kleine groepen.”
Hoe dan ook garandeert Niekée Agora-leerlingen aan het eind van de schooltijd een diploma op minimaal het niveau van het basisschooladvies. “Dat moeten we absoluut kunnen waarmaken”, zegt Sjef Drummen. “Er is niet voor niets een goed opgeleid collectief van docenten verantwoordelijk voor alle leerlingen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.