- blad nr 6
- 21-3-2015
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
De macht van methodemakers
vraag}Waarom dit boek?
“Vorig jaar heeft de vereniging van educatief auteurs een onderzoek gedaan onder educatief auteurs. Vooral de diversiteit viel op. Hoe verschillend de mensen zijn die als leermiddelenmaker werken. Gecombineerd met het feit dat er geen opleiding voor is, dacht ik: hier wil ik iets mee. M’n eerste idee was een handboek schrijven, maar dan val je weer in je rol als educatief auteur. Uiteindelijk is het een boek geworden waarin dertien methodemakers hun werkzaamheden en afwegingen laten zien.”
{vraag}Wat opvalt is dat nog maar dertig procent van de educatief auteurs werkzaam is in het onderwijs.
“Dat klopt. Ik vermoed dat veel van hen -net als ik- zijn begonnen als docent, maar op een gegeven moment zijn overgestapt op het schrijven. Wel heeft 75 procent een didactische achtergrond.”
{vraag}Leraren worden soms ‘slaaf van de methode’ genoemd. Maakt dat jullie de slavendrijvers?
“Nee, zo zie ik dat absoluut niet. Leraren en leermiddelenmakers hebben elkaar nodig. De opmerking ‘slaaf van de methode’ doet zowel de docent als de educatief auteur tekort. Leermiddelenmakers geven tegenwoordig veel ruimte, maar wat ze vooral doen is een basis leggen waar je als docent vanuit kunt gaan. Het onderwijs kent allerlei eisen: kerndoelen, tussendoelen, exameneisen, enzovoorts. Als je heel druk bent met lesgeven, heb je die niet altijd in beeld. Zeker niet in de eerste jaren van je leraarschap. Dan is het gewoon heel fijn dat er andere mensen zijn die, ook didactisch, daar goed over hebben nagedacht.”
{vraag}De invloed van educatief auteurs is groot, stelt u in het boek. Waar zit dat ‘m in?
“Het zit op verschillende terreinen. Ik schrijf onder andere economieboeken, waarin bijvoorbeeld het begrip welvaart belangrijk is. Traditioneel wordt dan welvaart als eerste en uitvoerig uitgelegd. Economen houden van welvaart omdat het begrip in geld is uit te drukken. Vervolgens stipt men ook het fenomeen welzijn kort aan, zo van: dat is welvaart in brede zin. Bij de methode Pincode ben ik begonnen met welzijn uit te leggen, zonder het letterlijk te benoemen. Wanneer varen mensen wel? Dat gaat veel meer over of iemand zich prettig voelt, geluk, gezondheid en tijd, dan om het kwantitatieve bruto nationaal product. Op die manier beïnvloed ik de inhoud van de les en wat leerlingen als eerste onder ogen krijgen.”
{vraag}En verder?
“Het type en het aantal vragen dat je formuleert, werkt door in het lesproces. Maak je multiple choice- of open vragen? Als je het belangrijk vindt dat leerlingen goed formuleren, kies je voor open vragen. Zelfs bepaald woordgebruik in een methode kan heel sturend zijn.”
{vraag}Leg eens uit?
“Het woordje ‘dus’ voegt niks toe. Sterker, het kan een leerling frustreren. Als een redenering wordt gegeven en je schrijft: ‘dus het is zo en zo’, geef je sommige kinderen gewoon een mep. Leerlingen die de redenering niet direct begrijpen voelen zich door dat ‘dus’ nog net even wat dommer. Al jaren geleden wees een goede eindredacteur me daarop. Zij schrapte alle ‘dus-jes’ uit mijn teksten.”
{vraag}Eén van de hoofdstukken heet: ‘Hoe de uitgeverij een koekiemonster werd’. Auteurs hebben invloed, maar de macht zit bij de uitgeverijen?
“Nederland telt vier grote educatieve uitgeverijen: Zwijsen, Malmberg, ThiemeMeulenhof en Noordhoff. Van de laatste twee weet ik dat er grote investeringsmaatschappijen achter zitten. Dat is een maatschappelijk fenomeen dat de rendementseisen binnen zo’n organisatie heel hoog maakt. Het bedrijf wordt opgekocht, alle schulden worden erin gepropt en na een paar jaar wordt het weer verkocht.”
{vraag}Heeft dat invloed op de inhoud van lesmethodes?
“Nee, nog niet. Maar wel op de processen. Boeken worden steeds vaker gezet in lage lonenlanden door niet Nederlandstalige mensen die niet weten waar woorden worden afgebroken in onze taal. Ook de marketing stoort me soms. Laatst nog kreeg ik een mailtje: ‘Win een helikoptervlucht!’ Wie die methode op school zou introduceren, maakte kans op een helikoptervlucht. Van zo’n soort actie krijg ik de rillingen. Wat verwacht je van hoe de besluitvorming op een school in elkaar zit, als je zoiets aanbiedt? In ieder geval niet dat een methode op inhoud wordt gekozen.”
{vraag}In het boek staat dat in het voortgezet onderwijs jaarlijks 300 miljoen omgaat in de leermiddelenindustrie?
“Dat is heel makkelijk uit te rekenen. Het boekenpakket mag 360 euro per jaar kosten en in het voortgezet onderwijs zitten om en nabij 900.000 leerlingen. Dit sommetje gaat overigens níet op voor primair onderwijs. Voor het vo is het geoormerkt geld: leerlingen krijgen ‘gratis’ boeken, maar het geld gaat naar de scholen. In het po zitten de leermiddelen in de lumpsum. Vandaar dat boeken in het po langer mee gaan, daar is gewoon minder geld beschikbaar.”
{vraag}Uitgeverijen zijn tegelijk jullie opdrachtgevers. Bijna alle educatief auteurs werken als zzp-er.
“Ja, en meestal gaat het goed en is de samenwerking prima. Het feit dat Nederland zo’n divers landschap aan hoge kwaliteit leermiddelen kent, is ook grotendeels aan uitgeverijen te danken.”
{vraag}De leraar kan vandaag de dag online allerlei materiaal bij elkaar shoppen. Hij of zij kent de leerlingen, hun ontwikkeling en de omgeving van de school. Maakt dat hem niet de ideale leermiddelenmaker?
“Een persoon die dat allemaal in de gaten weet te houden, is een ideale leraar, niet een ideale leermiddelenmaker. Stel, je bent goed in zowel de omgang met leerlingen als het inschatten van hun ontwikkeling en het gedifferentieerd lesgeven. Moet diezelfde docent dan ook nog al die verschillende niveaus gaan uitvogelen? En op internet honderd sommen opzoeken? Er is een tijdlang een beweging geweest die ervan uit ging dat leraren best zelf hun leermiddelen kunnen maken, maar dat blijkt gewoon niet zo makkelijk te zijn. Het is echt iets anders of je zelf een leuke les voor je eigen leerlingen kunt samenstellen, of dat je er ééntje kunt maken die ook voor andere docenten bruikbaar is.”
Jip Kruis stelde het boek ‘Wie maken het onderwijs’ samen. Ze stond begin jaren ’90 vijf jaar voor de klas in het mbo en heeft onder andere aan de economie-methode Pincode geschreven.
Wie het boek wil inzien of aanschaffen kan terecht op www.wiemakenhetonderwijs.nl