• blad nr 6
  • 21-3-2015
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Thijs en Thomas

Dit stukje is een lofzang op twee jongens. Als Thijs en Thomas binnenkomen, is het alsof Rust en Redelijkheid het lokaal overnemen. Daar zijn ze weer!
Denkt u nou niet dat die twee jongens braaf met hun armen over elkaar gaan zitten wachten tot de kennisoverdracht kan beginnen. Nee, ze zijn dertien en doen aan het begin van de les allemaal gewone dingen: Ze stoppen het etui van hieperende Kevin onder hun trui. Ze pesten de grote, vriendelijke, maar wat onvoorspelbare Tjeerd met zijn lange benen en zijn gameverslaving. Maar één docentenseintje is genoeg om Thijs en Thomas alle gestolen waar te laten teruggeven. Ze doen hun mond dicht en gebaren tegen Kevin en Tjeerd dat de pret nu uit is. Alsof we nog in de tijd van Ot en Sien leven!
Tijdens de woeste nachtwandelingen van het eersteklaskamp waren Thijs en Thomas de enigen, die niet bang te krijgen waren. Hun geloof dat er voor elk geluidje en elke verre schim een redelijke verklaring moet bestaan, was niet te schokken. Niet alleen de meisjes raakten volstrekt hysterisch, toen de docenten zich na het vertellen van een spookverhaal in het donker verstopten, ook de coolste jongens hadden het niet meer. Maar Thomas keek om zich heen, zocht de waarschijnlijkste verstopplek uit, liep er naar toe en zei een beetje verveeld: “Ik denk dat ze hier zitten.”
Zowel reus Tjeerd als kleine Kevin zijn kwetsbaar, geknipt om gepest te worden. Vorig jaar liep het nog wel eens mis, nu eigenlijk niet meer. Thijs en Thomas leverden vriendschap en een beschermend schild, ook in de metro en de trein.
Thijs en Thomas zijn degelijk en provinciaals. Ze hebben weinig contact met het cohort van straatwijze stadsjongens dat de toon zet in hun klas. Maar de flitsende stadsjongens maken geen ruzie meer met het tweetal. Het gezeur dat die twee brave types worden voorgetrokken, is geluwd. Vorig jaar klaagde het stadscohort regelmatig dat het gediscrimineerd werd. Als het Thijs te gortig werd, draaide hij zich naar hen om en begon kalmpjes op te sommen hoe vaak grote Tjeerd, kleine Kevin, Thomas en hij zelf om niks werden uitgescholden. “Wie discrimineert er nou eigenlijk?” Het hielp niet meteen, maar een jaar was genoeg om de boodschap te laten aankomen. Er heerst nog steeds geen vriendschap, maar wel respect tussen het stadscohort en Thijs en Thomas.
Kort geleden werden Thijs en Thomas bij geschiedenis voor een speciaal project uitgekozen, omdat ze het gewone werk al af hadden. Nurdan was ook klaar met het gewone werk en vroeg met van ambitie glimmende ogen of ze met de twee jongens mee mocht doen. Hier verdient ook zij een loflied, want haar verzoek was ook een wonder: Een meisje dat met twee jongens wil samenwerken! Een meisje dat naam gemaakt heeft als een intrigante, een cool en niet makkelijk meisje, dat met twee van die saaie dorpelingen aan de slag wil! “Van mij mag het, hoor”, zei Thomas. Nurdan loopt nu al een paar lessen opgewekt achter hen aan naar de computerruimte. “Iedereen doet hartstikke goed mee”, rapporteert Thijs. Alsof het normaal is.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.