• blad nr 6
  • 21-3-2015
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Bètablokkers

Toen ik begon in het onderwijs, werkte ik op een havo/vwo school met 800 leerlingen. Mijn vak, economie, had op vier vwo drie groepen. De school fuseerde, groeide, kromp weer, het aantal groepen bleef drie. Maar de laatste jaren heb ik slechts één klasje. Bij natuur- en scheikunde zijn de lokalen daarentegen tot aan de rand gevuld. Ziehier de bètamanie.
Die bètamanie is een landelijke trend. Van de laatste tijd. Eind jaren tachtig waren er wervingscampagnes als ‘kies exact’. En ook meisjes moesten iets met wiskunde. Dit vrijblijvend staatspaternalisme, gevangen in sneu reclamemateriaal, haalde niks uit. Maar dan slaat de tijdgeest om. De status van de beroepsbeelden verschuift. Management, netwerken en besturen gaan over de top. Maken, bedenken en technologie zijn hot. Vanaf 2007 is het hek van de dam. Op havo groeit dan het aantal leerlingen met een exact vakkenpakket van 6.100 naar 7.650. Een stijging van 25%. Voor onze onderwijspolitici is dat echter nog niet genoeg. In 2012 pleiten Kamerleden voor meer techniek op de basisschool. Om de enkel door hun gesignaleerde impopulariteit van bètavakken bij de basis aan te pakken.
Zeker, op de rem trappen was beter geweest. Want wat een misverstand is dat; leerlingen vakken laten kiezen waar ze geen aanleg voor hebben. Kijk, het voortgezet onderwijs werkt zo. In de onderbouw leren kinderen verder in basisvakken. Daarnaast maken ze kennis met daarmee verbonden vakken. Naast wiskunde krijgen ze ook natuur- en scheikunde. Een kind dat daar geen affiniteit mee heeft, volgt keurig de lessen, maakt de toetsen en haalt bij hard werken een voldoende. Terecht, want dit is eindonderwijs. Na deze voldoende kennismaking laat hij de bètavakken vallen, volgt een wiskunde light programma en ontwikkelt zich in onderdelen waar hij wel goed in is. Van breed naar smal. Zo gaat dat. Over de hele wereld. Hoe ouder je wordt, hoe beter je weet wat je kan, hoe minder energie je verspilt aan onderdelen waar je niet goed in bent. En bèta is dan niet beter dan alfa of gamma. Het gaat om ontwikkeling. Beter worden. Daar plezier aan ontlenen. Om daarna een vervolgopleiding te kiezen die past bij je kwaliteiten en belangstelling.
Maar ja, laatst, tijdens de laatste rapportvergaderingen weer uren geneuzeld over leerlingen met onvoldoendes voor schei- en natuurkunde. Elke keer dezelfde riedel. Het is ze gezegd, kies die vakken nou niet, maar die ouders. Kortom, door politiek en samenleving opgeklote leerlingen bestormen als lemmingen de bètaklif. Leraren kijken machteloos toe. Zien de een na de ander neerstorten. En we weten, het is niet de val die telt, maar de landing. Die landing is meestal in een lager schooltype. Wat rest is de Nederlandse reflex op dit onderwijsfalen. Een nationale toelatingsprocedure voor de profielen in de bovenbouw. Denk aan het centraal schriftelijk examen, de eindtoets van de basisschool. Precies, een landelijke profieltoets in het derde schooljaar. Zoiets. Deze objectieve informatie zegt iets over aanleg en kwaliteiten van leerlingen. Na overleg met ouders volgt een verstandige keuze. Het is tijd voor bètablokkers.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.