- blad nr 6
- 21-3-2015
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Anti-pestprogramma’s: te weinig aandacht voor groepsprocessen
Staatssecretaris Dekker van Onderwijs heeft vorig jaar tevergeefs geprobeerd om scholen te verplichten tot invoering van wetenschappelijk gefundeerde anti-pestprogramma’s. De VO-raad en PO-raad verzetten zich daartegen en kregen steun van de Onderwijsraad in hun verweer dat scholen zelf de keuze moeten maken voor een anti-pestaanpak.
Dekker en kinderombudsman Marc Dullaert willen dat scholen toch gaan werken met anti-pestprogramma’s waarvan is aangetoond dat ze effectief zijn. De studie van Hymel laat echter zien dat zelfs effectieve anti-pestprogramma’s over het algemeen weinig effect hebben. Gemiddeld resulteren ze in een reductie van het pestgedrag met circa 20 procent. Bij kinderen vanaf een jaar of 11, 12 hebben de programma’s doorgaans geen effect.
‘Ik denk dat het beter kan’, schrijft Hymel in een e-mail. ‘Bijvoorbeeld door groepsprocessen te beďnvloeden. Daarbij kijk je dus niet alleen naar het individuele kind, maar ook naar het klassenklimaat en de groepsnormen. Dat idee is niet nieuw, maar veel bestaande programma’s, zelfs effectieve programma’s als Kiva, hebben er onvoldoende aandacht voor. Meelopers ertoe bewegen om het slachtoffer te steunen is wat mij betreft nog maar het begin.’
Een effectieve anti-pestaanpak moet volgens Hymel niet alleen het gedrag van kinderen beďnvloeden, maar ook leerkrachten opleiden in een effectieve aanpak gericht op de groep. Ze schrijft niet dat een groepsgerichte aanpak de enige effectieve is, soms gaat het juist wel om het individu. Zo lag de verklaring voor het bloedbad op Columbine High School in 1999 volgens Hymel toch vooral in de niet-gediagnosticeerde psychopathie en depressie van de daders.
Meer over de bestrijding van pesten op pagina 24.