• blad nr 13
  • 1-7-2000
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Zij-instromer

Ik ken mijn klas niet terug. Het lijkt net alsof zij mij niet waarnemen. Alsof zij geen idee hebben wie ik ben. Voor de klas staat een kandidaat-zij-instromer. Ze heeft een hbo-diploma maar geen noemenswaardige ervaring in het onderwijs. Mijn medeassessor ­ een pabo-docent ­ en ik hebben de schone taak op ons genomen haar van een verstandig en bindend advies te voorzien. De leerlingen van mijn klas spelen de rol van proefkonijn. Elke stagiair hadden zij tot nu toe de kans gegeven om zich volgens de paden der geleidelijkheid te ontwikkelen. Vriendelijk waren ze geweest, oplettend ook.
Bij deze gastles gaat het echter van meet af aan anders. De kandidaat maakt een klassieke beginnersfout. Ze sommeert de keurig in de kring zittende leerlingen om hun naambordjes op te halen. Er volgt een explosie van lawaai. Als de leerlingen eindelijk weer zitten, zie ik dat minstens de helft van de jongens met het verkeerde naambordje op schoot zit. De grijns om hun monden voorspelt niets goeds. Ik probeer nog wat non-verbale signalen uit te zenden maar hoe ik mij ook wend of keer, ze kijken dwars door mij heen. De kandidaat heeft ons gemeld in verband met haar verhuizing weinig tijd te hebben gehad om de les goed voor te bereiden. Om die reden had ze het knip-, plak- en stencilwerk voor de verwerkingsopdracht op het laatste moment aan mij overgelaten. Ook haar openingsvraag geeft geen blijk van een doordachte aanpak. ³Waarom luisteren mensen naar muziek?² De klas zwijgt. ³Wilco, luister jij wel eens naar muziek?² Een rellerige lach is het gevolg. Het is Wilco niet. Het is Marco. Als het eindelijk weer stil is, herhaalt de gastdocente haar vraag. Marco beantwoordt de vraag bevestigend. Dan blijft het weer stil. ³Wendy, luister jij wel eens naar muziek?² Wendy knikt. ³En jij, Carola?² Ook Carola luistert wel eens naar muziek. Andermaal blijft het stil. Verontrustend stil.
Welke muziek?², specificeert de gastdocente eindelijk. Maar het onheil is al geschied. Een aantal meisjes geeft allervriendelijkst een aantal nietszeggende antwoorden, de jongens schokschouderen onophoudelijk. ³Luisteren jullie dan wel eens naar teksten?², probeert de gastdocente. Nee, daar luistert nooit iemand naar. Hoe de kandidaat ook trekt en trekt, er komt geen gesprek op gang. Dan besluit ze om de tekst van een lied uit te delen. Het is een tekst van
Het Goede Doel: Vriendschap is een illusie¹. Ze vraagt wie het voor wil lezen. Ook dit verzoek krijgt geen enthousiast onthaal. ³Wil jij dit voorlezen, Sharon?², vraagt de gastdocente. Sharon schudt haar hoofd. Sharon wil nooit iets hardop voorlezen. De gastdocente raakt geïrriteerd. ³Je kunt toch wel lezen!², zegt ze. Sharon wordt rood. Dat is nu net het probleem. Sharon kan niet lezen. Althans niet al te best. Om die reden is ze al twee keer blijven zitten. Uitgerekend op dit moment laat de kandidaat zich niet vermurwen. Lezen moet Sharon en wel nu. Ze hakkelt zich door de moeilijke tekst heen. Aan alles is merkbaar dat ze geen idee heeft wat ze leest. Ook de andere leerlingen kijken verbaasd naar de woorden illusie, conclusie en chroom. De gastdocente licht niets toe en vraagt de leerlingen ook niets.
Hoewel de kandidaat het nu al een dik half uur over muziek heeft, hebben we nog geen noot gehoord. Dat is kennelijk ook niet de bedoeling want ze kondigt aan dat ze samen met de leerlingen een tekst gaat maken. De eerste regels zal zij zelf geven. Ze roept Amanda naar voren en vraagt haar of zij alles op het bord wil schrijven. De eerste regel luidt: Hoe lang gaat dit nog duren? Het vat mijn gemoedstoestand heel adequaat samen. Dan komt de tweede regel die ze Amanda zonder op de schrijffouten te wijzen op het bord laat schrijven: Ga toch kijken bij de buren. ³Waar denken jullie dat dit gedichtje over gaat?², vraagt de gastdocente. Er valt nu werkelijk een verpletterende stilte. Niemand heeft ook maar bij benadering een idee. Ik ook niet. ³Pieter, weet jij het?², vraagt ze. Een daverend gelach stijgt op. Er zit geen Pieter in deze klas. Joris heeft zomaar wat op zijn naambordje geschreven. ³Dan geef ik nog een aanwijzing², besluit ze. ³Schrijf op: Het duurt nu al tien dagen. Amanda schrijft het op. Afwachtend kijkt de gastdocente de klas in. Er komt geen reactie. ³Voetbal!², roept ze vertwijfeld. ³Het gaat natuurlijk over voetbal.² De vertwijfeling is nu geheel wederzijds.
Dan gaat Bas plotseling door het lint. In zijn ogen sluimert iets dat ik voorheen nooit heb waargenomen. ³Fleur, weet jijŠ², begint de gastdocente. ³Nee, dat weet zij niet. Zij is namelijk heel dom², krijst Bas. De gastdocente kijkt verstoord in zijn richting. Dan draait ze zich om naar Cheuk-Him en probeert zijn naambordje te lezen. ³Hoe heet je?², vraagt ze niet-begrijpend. ³Hij heet King-Kong. Net zoals die grote aap², schreeuwt Bas. Hij moet heel hard om zichzelf lachen. De gastdocente corrigeert zijn gedrag niet. ³En jij bentŠ², vraagt ze aan Maartje. ³Zij heet Piet. Dat kun je toch wel lezen!², onderbreekt Bas terwijl hij naar haar toe loopt en haar uitdagend aankijkt. Ze stuurt hem terug naar zijn stoel. Als hij gaat zitten kruist zijn blik even de mijne. Ik zend een dodelijke blik terug. Bas kijkt mij stomverbaasd aan. Wie ben ik? Wat wil ik van hem? Wat doe ik daar? Dat laatste vraag ik mijzelf inmiddels ook af.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.