• blad nr 13
  • 1-7-2000
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Het Flying Dutchmansyndroom van Nederlandse kinderen  

Leren over Sinterklaasland

Sommige ouders ambiŽren een internationale carriŤre. Met enig geluk hebben de kinderen van deze Rexpats1 de mogelijkheid om over de grens Nederlands onderwijs te blijven volgen. Wilna Cornelisse (46) zette vijf jaar geleden een locatie voor onderwijs in Nederlandse taal en cultuur op in het Australische Perth. 3Het eerste jaar is zwaar voor een kind. Ik fungeer als vertrouwenspersoon. We lossen het samen op.2

De boeken werden toegelicht door Harry Mulisch1, leest de dertienjarige Natasja accentloos voor. Maar wie die meneer Mulisch is? Natasja, met beugel, gekleed in een rode trui met embleem en stropdasje, haalt de schouders op. Op de internationale school in Jakarta heeft ze nooit van deze man gehoord, en ook hier in AustraliŽ niet. De huiswerkopdracht om een aflevering van Goede Tijden Slechte Tijden te schrijven was daarentegen een Rmakkie1. De soapserie kent ze nog uit de tijd dat ze in Nederland woonde. Trots overhandigt ze het volgeschreven kladblokvel.
In een klein kamertje boven in Prendeville Catholic Highschool, een school voor voortgezet onderwijs in een buitenwijk van Perth, krijgt Natasja drie keer per week een uur onderwijs in Nederlandse taal en cultuur (NTC). 3Veel Nederlandse gezinnen die hier wonen, zijn van plan ooit weer terug te keren2, zegt leerkracht Wilna Cornelisse. 3Die overgang probeer ik zo soepel mogelijk te laten verlopen.2
Na een twintigjarige loopbaan in het basisonderwijs in Bergen op Zoom begon Cornelisse in 1995 in Perth met lesgeven aan kinderen van Nederlandse expatriates of kortweg expats, werknemers van multinationals die voor enkele jaren of langer worden uitgezonden naar het buitenland. In 1997 richtte ze met enkele ouders de stichting Willem de Vlamingh op. Het instituut heeft nu zes leerkrachten voor basis- en voortgezet onderwijs en is aangesloten bij de stichting Nederlands onderwijs in het buitenland (NOB) in Voorburg. Daarmee staat het onder toezicht van de Nederlandse onderwijsinspectie. Willem de Vlamingh telt 35 leerlingen. Onlangs gingen de eerste pupillen terug naar Nederland. 3Ze hebben hier vier jaar les gehad en zijn zonder achterstand ingestroomd in groep zes en acht2, zegt Cornelisse.

Bezemkast
De meeste leerlingen worden op de eigen school bezocht en krijgen drie tot vijf uur les per week. Dat gebeurt na schooltijd of tijdens lessen die minder noodzakelijk zijn, zoals Japans of Indonesisch. Een serieus leslokaal is er vaak niet. 3Maar het kan nog erger2, zegt Cornelisse, doelend op de warme zolderkamer waar Natasja les krijgt. 3Ik zit ook wel eens met een leerling in een soort bezemkast.2
Oorspronkelijk was het de bedoeling om in Perth een volledig Nederlandse basisschool op te richten. Ook op zo1n 25 andere plaatsen ter wereld zijn die er, onder andere in Singapore en Nigeria. Maar de Australische overheid stak daar een stokje voor. 3Voor alle nieuwkomers geldt de assimilatiepolitiek: kinderen moeten meteen het Australische onderwijs in. Er zijn zelfs geen ondersteunende regelingen op het gebied van English as a second language. Meestal begin ik met Engelse les, zodat ze mee kunnen op school. Na verloop van tijd komen Nederlands en andere vakken ervoor in de plaats. Alleen door te roepen Rdit kind spreekt geen Engels, ik kom jullie helpen1 lukt het om, bijna als een bacterie, de scholen binnen te dringen.2
Wereldwijd zijn er 180 NTC-locaties, veelal ondergebracht bij internationale scholen. In totaal volgen bijna zevenduizend kinderen buiten de Nederlandse grenzen deze vorm van onderwijs.

Pianoles
De taalbeheersing van het kind is bepalend voor het leerplan. Bij sommige kinderen bijvoorbeeld spreken de ouders thuis Nederlands, bij anderen niet meer. Vaak wordt gebruikgemaakt van NT2-lesmateriaal (Nederlands als tweede taal). De NOB geeft een leidraad uit die aangeeft welke delen uit bestaand materiaal geschikt zijn.
Daarbij probeert stichting Willem de Vlamingh de verschillen tussen de onderwijssystemen te overbruggen. 3Staartdelingen en tafels worden hier verwaarloosd. Wiskunde begint vaak al in groep zes, maar tussen scholen onderling zijn er grote verschillen. AustraliŽ kent nog steeds geen door de overheid vastgestelde curricula.2 Leerlingen die op het niveau van groep acht zijn aanbeland, doen de eindtoets basisonderwijs van het Cito. Ook de wensen van de ouders, vaak hoogopgeleid en veeleisend, spelen een rol. 3Sommige ouders verwachten niet meer terug te gaan naar Nederland, maar willen het Nederlands wel opgepoetst hebben. Dan kan er wat druk van de ketel. Maar het ene kind is met gemak tweetalig en ziet die paar uur Nederlands als pianoles, terwijl de ander er meer moeite mee heeft. Soms is het te hoog gegrepen, dan adviseer ik ouders om een vak te laten vallen. De lessen komen toch boven op het normale schoolwerk.2
Het schoolklimaat maakt de sprong naar AustraliŽ voor een kind groot. 3Vooral het eerste jaar is zwaar. Kinderen worden hier niet als individu behandeld. Ze moeten een uniform dragen en in de rij staan voordat ze de klas binnen mogen. Als iemand rottigheid uithaalt, wordt de hele groep gestraft. Een ventje kwam een keer naar me toe en zei: RMijn meester vindt me niet lief1. Hij had zoveel huiswerk meegekregen dat hij dacht dat het als straf was bedoeld. Dan stap ik naar zo1n leerkracht toe of ik leg het uit aan het kind. Ik fungeer als vertrouwenspersoon. De moeilijke periode los je samen op.2
Na verloop van tijd groeit het zelfvertrouwen. 3Maar het sociale aspect blijft lastig. Er zijn eenzame, rusteloze kinderen. Anderen stellen hun vriendschappen zo af dat ze er weinig last van hebben als ze over een paar jaar weer weggaan.2 De NOB deed onderzoek naar dit verschijnsel, dat bekend staat als het Flying Dutchmansyndroom. Kinderen die in het buitenland wonen, vertonen de neiging tot solitair gedrag, wat zich ook in hun latere leven blijft manifesteren.
Via de NOB ontvangt de stichting Willem de Vlamingh jaarlijks 540 gulden per leerling aan subsidie. Het geld gaat naar algemene zaken, zoals het opbouwen van een bibliotheek, bijscholing van de leerkrachten en aanschaf van vakliteratuur. Regelmatig zijn er culturele dagen, bijvoorbeeld over de Kinderboekenweek, Sinterklaas, sprookjes of rijmen. Per uur wordt lesgeld gerekend, dat meestal door de werkgever van de ouders wordt betaald.

Biesbosch
Als de zoemer door de highschool snerpt, springt Cornelisse op. Door de stromende regen haast ze zich met haar jeep naar de volgende school, aan de andere kant van de stad. Ze legt zo1n 400 kilometer per week af.
In de docentenkamer van Our Lady of Good Council Catholic Primary School zit Sebastiaan (12) stilletjes in Griezelbus 4 te lezen en bekijkt Erik (11) de Nederlandse rivieren in de atlas. Sebastiaan blijkt al te weten wat een kwartje is, maar het begrip statiegeld is nieuw. IJverig begint hij aan een rekensom over twaalf flessen. Erik verdiept zich vandaag in de Germanen. Nederlandse geschiedenis is zijn favoriete vak. 3AustraliŽ heeft niet zoveel geschiedenis, dus dit soort lessen krijg ik bijna niet.2 Sinds zijn babytijd woonde Erik achtereenvolgens in Canada, Oman en AustraliŽ. Eťn keer per jaar komt hij in Nederland.
Voor Erik is Nederland een Sinterklaasland, verklaart Cornelisse later."Ik zeg wel eens tegen ouders: we hebben dat-en-dat gedaan,kun je daar niet iets mee doen als in je in Nederland bent? Met een bootje door de Biesbosch varen kan een goede suggestie zijn"

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.