• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Co-teaching helpt kinderen met zorgbehoefte

Twee gelijkwaardige leerkrachten op één groep hebben samen meer ruimte om kinderen mét en zonder beperkingen goed onderwijs te bieden. Een goede sfeer is eenvoudiger te realiseren en prestaties van kinderen met een zorgbehoefte gaan erop vooruit.

Tekst Mandy Pijl

Elke dag om half negen heten twee leerkrachten de leerlingen van de zogenoemde integratieklas van basisschool Het Rondeel welkom. De kinderen van deze groep 4 hebben in totaal drie juffen die op vaste dagen voor de groep staan, in wisselende samenstelling. Samen zijn Jacqueline Groenendaal, Carla van Hemert en Nicole van Mook de leerkrachten van vijftien leerlingen met ‘een grote diversiteit aan onderwijsbehoeften’. De school staat in een zogeheten aandachtswijk met bijbehorende moeilijkheden. Naast leerachterstanden, zijn er problemen uiteenlopend van autisme tot adhd, hechtingsproblematiek en zogeheten multi problem-gezinnen, waarin sprake is van bijvoorbeeld verslaving of een psychiatrisch ziektebeeld bij een van de ouders.
.“Als je in je eentje voor zo’n groep staat, vergt dat een plan waarbij je de teugels strak houdt,” vertelt Jacqueline. “Je zoekt naar wat een kind nodig heeft, maar hebt er eigenlijk de ruimte niet voor om daar goed op in te spelen. Nu we elke dag samen voor de groep staan, of eigenlijk in de groep, is er altijd tijd en ruimte voor een gesprek met een kind of met een groepje kinderen. Als we merken dat er iets speelt, dat een kind niet lekker in zijn vel zit, dan kunnen we daar echt op inspelen.”
Het Rondeel is een van de vier basisscholen van samenwerkingsverband De Meijerij in Den Bosch die dit schooljaar bij wijze van pilot met co-teaching zijn gestart om invulling te geven aan passend onderwijs. Mede dankzij gemeentesubsidie wordt alle individuele hulp binnen de vier muren van het klaslokaal gegeven door alleen de eigen leerkrachten. Er is voldoende budget om in ieder geval tot twaalf uur ’s middags twee leerkrachten aan het roer te hebben. Alleen de laatste twee uur (de leerlingen zijn door het continurooster ’s middags om twee uur uit) staat er één leerkracht op de groep. In die tijd staan gymlessen en creatieve vakken op het rooster.

Avontuur aangaan
“Met het team hebben we de ambitie om kinderen met een beperking onderwijs te bieden in de nabijheid van hun thuis,” vertelt directeur Ankie de Laat van Het Rondeel. “Toen de mogelijkheid zich voordeed om aan deze pilot deel te nemen, vonden we het een logische stap om dit avontuur met de kinderen, het team en de ouders aan te gaan. Het is een avontuur omdat we nog niet weten hoe lang we dit financieel kunnen continueren. Maar ook de vraag of we alles kunnen opvangen maakt deel uit van het avontuur. Het gebouw heeft een lift en geen drempels, maar of we een meervoudig gehandicapt kind kunnen geven wat hij nodig heeft, moeten we ervaren. Uitgangspunt is dat we elk kind onderwijs op maat gunnen.”
Ruim dertig jaar werkte Dian Fluijt als leerkracht, intern begeleider, zorgcoördinator en ambulant begeleider in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Tegenwoordig is ze docent van het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht en staat ze op het punt te promoveren op het onderwerp co-teaching. Ze schreef het boek ‘Prisma Co-teaching, passend op weg naar integratief onderwijs’. “Als ambulant begeleider vond ik dat ik nuttig werk deed,” vertelt ze. “Maar ik was veel onderweg, zat vaak in de auto, werkte veel vanachter de computer vanuit een duur gebouw. Er waren dagen waarop ik bijna geen kind sprak. Al dat geld om passend onderwijs mogelijk te maken, het is er wel, alleen zijn de geldstromen er van oudsher niet op gericht dat ze naar het primaire onderwijsproces gaan, naar de groep.”
Een keerpunt in haar denken over het begeleiden van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften kwam voor haar meer dan vier jaar geleden tijdens een werkbezoek aan het Oostenrijkse Graz. In die deelstaat, Stiermarken, wordt al bijna dertig jaar gewerkt aan de opvang van kinderen met een handicap of leerstoornis op reguliere scholen (inclusief onderwijs). Fluijt maakte er kennis met co-teaching: twee leerkrachten voor één groep. “Ik wist best het een en ander van gedragsproblemen, maar in Graz kon ik de zorgleerlingen er niet uithalen, op leerlingen met de uiterlijke kenmerken van bijvoorbeeld Down na. Ik zag kinderen die zelfstandig en met plezier aan het werk waren en leerkrachten die evenveel werkplezier hadden.”

Lotgenoten
Op de Oostenrijkse scholen zag ze hoe het onderwijsaanbod was afgestemd op het individuele vermogen van leerlingen. “Het onderwijs is er gebaseerd op datgene waartoe een leerling in staat is. Dat is een ander uitgangspunt dan het onze. In Nederland zijn we zo gefocust op het behalen van resultaten en daar werken we naartoe, naar wat een leerling zou moeten kunnen.”
Kinderen laten opgroeien met leeftijdgenoten, niet met lotgenoten, dát is wat hun ontwikkeling ten goede komt. “Zolang we mensen uit het gewone leven houden, kinderen naar speciaal onderwijs gaan of in het ergste geval thuis komen te zitten, wordt het nooit vanzelfsprekend dat ook deze kinderen een plek hebben in de maatschappij. Het kan wel als we bereid zijn het onderwijs anders in te richten en co-teaching is een manier.”
Onderwijs écht samen doen, dat is wat co-teaching volgens Fluijt is. Scholen kunnen daar vervolgens een eigen invulling aan geven, bijvoorbeeld door middel van een integratieklas. “Meer handen in de klas is het nadrukkelijk niet”, zegt Fluijts collega Bert Groeneweg. Hij is eveneens als docent verbonden aan het Seminarium van de Hogeschool Utrecht en promotor van co-teaching. Hij organiseerde de studiereizen naar buitenlandse scholen waar co-teaching gangbaar is. “Co-teaching is niet te vergelijken met de combinatie leerkracht-klassenassistent, waarbij je iemand hebt die de lijmpotjes bijvult”, vertelt Groeneweg. “Het gaat om twee gelijkwaardige leerkrachten die samen de verantwoordelijkheid hebben voor de groep. Niet meer handen, maar meer hoofden in de klas, hoofden die in de gaten kunnen houden wat er gebeurt in de ontwikkeling van een kind op het gebied van bijvoorbeeld spelling, rekenen en lezen. Het is geen radiatorteaching waarbij de ene leerkracht boven de verwarming een kop koffie drinkt totdat hij aan de beurt is om zijn les af te draaien.”

Welbevinden
Groeneweg schreef het boek ‘De Meerleerjarenklas, verder met co-teaching en integratieklassen’ om te laten zien wat deze onderwijsvorm wél kan zijn. “Het gaat voorbij aan het bedienen van niveaus. Leerlingen kiezen hun eigen niveau en leerkrachten houden de leerlijnen in de gaten. Dat is de reden dat je kunt uitgaan van de meerleerjarenklas, een groep waarin leerlingen van verschillende jaren zitten. Ieder kind werkt namelijk op zijn eigen niveau. In Denemarken zag ik hoe een ouder meisje met down zich ontfermde over een jonger kind dat bedremmeld binnenkwam in groep 3. Zij kon hem prima begeleiden, omdat ze verder was dan hij.”
Volgens Fluijt maakt co-teaching geen verschil voor de leerprestaties van kinderen zonder zorgbehoefte, maar gaan die van kinderen met zorgbehoefte erop vooruit. Belangrijker vindt ze de onderzoeken waaruit blijkt dat leerlingen zich bovenal veilig voelen in een integratieklas. “Het welbevinden scoort hoog als er twee leerkrachten op de groep staan. Co-teaching is waardegedreven onderwijs, het gaat om wat je echt belangrijk vindt. Als twee leerkrachten verdraagzaamheid uitstralen, dan is het ook voor leerlingen vanzelfsprekend dat mensen verschillend zijn.”

Minder flippen
Die verdraagzaamheid kan ook heersen met slechts een leerkracht op de groep. Maar met zijn tweeën is een goede sfeer eenvoudiger te realiseren, weet men ook op Het Rondeel. “Nu ik twee juffen heb, hoef ik minder te flippen,” vertrouwde een leerling directeur De Laat toe. Van twee leerkrachten gaat een preventieve werking uit, verklaart ze. “Met zijn tweeën kun je gemakkelijker even een aai over de bol geven als je merkt dat een kind aandacht nodig heeft.”

Groenendaal en Mook erkennen dat de intensieve samenwerking van co-teachers meer overleg met zich meebrengt en daarmee meer werk. Terug naar het solo opereren wil Mook toch niet. “Co-teaching brengt ons verder in onze ontwikkeling”, zegt ze. Veel co-teachers hebben een master educational needs, ze zijn gedragsspecialist, maar ze hebben die bevoegdheid volgens Fluijt niet perse nodig. Mook zegt: “Als een kind aangeeft dat het iets nodig heeft, dan is de kans groot dat we op die behoefte kunnen inspelen doordat we met zijn drieën zijn. Er is altijd wel iemand van ons die weet wat we kunnen doen. We hoeven niet snel extern te rade te gaan, en kunnen sneller handelen. Dat brengt uiteindelijk verlichting.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.