• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Oordoppen

Stel u de klas voor als een verzameling insecten: alle leerlingen stil bezig met hun eigen lestaak, elke leerling een setje glimmende stratemakersoordoppen op het hoofd. ‘In het schooljaar 2017-2018 ook in de modekleuren hemelblauw en vanillevlageel!
Wie dit mallotig in de oren klinkt, mag nu de ouderwetse borst gaan natmaken. De zwaar-isolerende oordoppen komen er aan. Michaël heeft al een setje liggen bij de directie. Als hij gek wordt van opwinding, omdat hij stil moet werken, kan hij zijn oordoppen gaan halen. “Jullie moeten er voor zorgen, dat hij dat ook doet”, zegt een deskundige in de leerlingenbespreking. Het team knikt begripvol. Een kleine explosie van protest in een uithoek van het lokaal wordt kordaat onschadelijk gemaakt: “Het is aangetoond, dat het werkt.” Wie daar geen respect voor heeft, is een verstokte amateur, die het niet verdient onder professionals te verkeren.
Op naar de volgende probleem-leerling: “Heeft Simon nou al zijn officiële diagnose? Dan kan hij tenminste eindelijk aan de pillen…(zwak protest bij sommige docenten)…. Nee, nee, hij wil het zelf heel graag! Hij zegt dat hij gek wordt van zichzelf.”
Het drukker worden van individuele kinderen en hele klassen, is als onderwerp niet meer ‘in’. Of misschien ook wel. Geen idee eigenlijk. De wonderlijke, niet in te tomen drukte van sommige leerlingen, meestal jongens, is alweer zo lang een groeiprobleem, dat het weinig zin heeft om er alsmaar over door te zeuren. Krachtdadige symptoombestrijding is routine geworden.
Hoe het in een gemiddelde havo- of vwo-klas toegaat, kan ik niet overzien. In het basis- en kaderberoepsgerichte vmbo is het al lang normaal, dat er in elke klas meerdere kinderen zitten, die elke dag zware pillen slikken, die hun gedrag ingrijpend beïnvloeden. “Lars was niet te harden vanochtend. Was het bij jou in de les ook zo? Heeft hij zijn pillen wel geslikt?” Oordoppen kunnen er dan ook nog wel bij. Oordoppen kruipen, anders dan pillen, tenminste niet in de hersens van Michaël, Simon, Lars, Bram, Mees, Daan, Tommie, enzovoort.
We vinden het als leerkrachten en opvoeders normaal, dat er steeds zwaarder geschut nodig is om rust en concentratie bij kinderen en pubers af te dwingen. We kunnen het ons niet veroorloven om nieuwsgierig te zijn naar de oorzaken van de drukte in al die hoofdjes. Want we weten dat we er niets aan zullen kunnen doen, wat die oorzaken ook zijn.
Nicotine en alcohol tijdens de zwangerschap, vechtscheidingen, gebrek aan beweging voor kinderen, teveel games, geen kansen om ooit zonder toezicht van volwassenen een boomhut te bouwen of een tunnel te graven, ouders die geen tijd en rust nemen om op te voeden door leuke dingen te doen, iets met normen en waarden. Iedereen kan aan de borreltafel zo een paar honderd oorzaken verzinnen, die niet onderdoen voor wat professionals tot nu toe hebben opgelepeld. Wat we weten is dat het leven in onze ‘moderne’ verstedelijkte welvaartssamenleving een toenemend aantal kinderen mesjogge maakt en de volwassenen berooft van het geduld om er iets mee te doen. Pil erin, oordoppen op, dáár is de dichtstbijzijnde coffeeshop, kop in het zand, en verder maar weer.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.