• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Afgebrand

Schoolbesturen gebruiken assessments op een oneigenlijke manier om leerkrachten te ontslaan, zonder dat er een gedegen personeelsdossier is opgebouwd. Voor leerkrachten die niet de kans krijgen om zich te verbeteren is het een huiveringwekkende ervaring.

Leerkrachten die zich de maat laten nemen door een onderwijsadviesbureau, riskeren een vernietigend oordeel. Zo schrijft onderwijsdienstverlener Top Alliance over een juf in de bovenbouw van een basisschool: ‘Zij heeft zich aan ons gepresenteerd als een wat stuurse, teleurgestelde vrouw (…) Haar mondelinge en sociale vaardigheden zijn niet bovenmatig ontwikkeld.’ Een collega, laten we haar juf Linde noemen, wordt door hetzelfde onderzoeksbureau getypeerd als een ‘moeilijk peilbare vrouw, die ondanks haar vasthoudend oogcontact nauwelijks toegang heeft tot haar diepere lagen. Het is alsof de ontmoeting teruggekaatst wordt, zonder dat er daadwerkelijk contact met haar tot stand wordt gebracht. Zij lijkt zich hiervan in het geheel niet bewust te zijn. Enerzijds heeft zij iets ondoordringbaars en anderzijds ook iets breekbaars.’ Zo gaat het bladzijdenlang door. Wordt hier de persoonlijkheid van juffen geanalyseerd? Hun geschiktheid voor een baan in het onderwijs? Dat is de bedoeling. In elk geval is de slotconclusie uit bovenstaande verslagen twee keer dezelfde. Betrokken juffen zijn volgens Top Alliance ‘onvoorwaardelijk ongeschikt’ voor hun functie, een kwalificatie die schoolbesturen gebruiken om leerkrachten te ontslaan.

Aftesten
Twee jaar later heeft het rapport kleuterjuf Linde niet losgelaten. “Die mensen hebben me aangevallen op mijn hele wezen, mijn zijn”, zegt ze aan de telefoon. Het onderzoek was onderdeel van een procedure die de schooldirectie in gang zette om de nu ruim vijftigjarige kleuterjuf aan de kant te schuiven. Kritiek op het functioneren van juf Linde was er niet in de ruim tien jaar daarvoor.
De behandeling die deze juffen ten deel viel is huiveringwekkend, maar niet uniek. Schoolbesturen gebruiken assessments en competentietests soms op een oneigenlijke manier om leerkrachten te ontslaan.
Advocaat Frans Lathouwers van de Algemene Onderwijsbond spreekt van het ‘aftesten’ van leerkrachten van wie niet vaststaat dat ze werkelijk onbekwaam zijn of ongeschikt voor het uitoefenen van hun functie; de ontslaggrond zoals die is vastgelegd in de cao’s van de verschillende onderwijssectoren. “Zo ga je niet met mensen om”, zegt hij. “Werkgevers moeten zich houden aan zorgvuldige procedures. Dat houdt in dat er met leerkrachten in de loop der jaren functionerings- en beoordelingsgesprekken zijn gevoerd, dat de kritiek op hun functioneren feitelijk en helder is benoemd en dat ze de kans hebben gekregen om zich te verbeteren.”
Volgens directeur Willem Top van Top Alliance geven dossiers van zaken waarin de AOb leerkrachten verdedigt een vertekend beeld van de werkwijze van zijn bedrijf. “De AOb ziet alleen de onderzoeken van leerkrachten van wie het functioneren ter discussie staat”, zegt hij. “Dat geeft geen reëel beeld van ons dagelijks werk.” Top erkent dat schoolbesturen vaak tekortschieten in het personeelsbeleid. Dat leerkrachten dan toch hun baan verliezen is ‘niet mijn verantwoordelijkheid’. “Ik ben voor zorgvuldig personeelsbeleid, maar ik ga er niet over als een werkgever onze assessments oneigenlijk gebruikt.”

Betrouwbaarheid
Volgens onderwijskundige Marjan Vermeulen, recent benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit in Heerlen, hechten werkgevers überhaupt te veel waarde aan assessments. “De betrouwbaarheid van dat soort tests is niet hoog”, zegt Vermeulen, wier leerstoel wordt betaald door onderwijsadviesbureau KPC. “Zelfs als het zorgvuldig gebeurt, moet je je afvragen of het gerechtvaardigd is om aan de uitslag van een assessment grote consequenties te verbinden, zoals een ontslag. Iemand ontslaan gaat niet van vandaag op morgen. Daar gaan jaren overheen. Een werkgever kan zich niet onttrekken aan de verplichting om een personeelsdossier op te bouwen.”
Een leerkracht staat sterk als hij met zijn leerlingen goede resultaten bereikt. Dat bleek vorige maand in een rechtszaak waarmee de Katholieke Scholenstichting in Utrecht (KSU) de landelijke dagbladen haalde. De kantonrechter oordeelde dat een 56-jarige leerkracht op één van de KSU-basisscholen ten onrechte was ontslagen. Volgens het schoolbestuur was het ‘niet verantwoord’ om de juf onderwijs te laten geven, omdat ze niet voldeed aan ‘de basale competenties die gelden voor een startende leerkracht in het onderwijs’. Maar de kantonrechter is het daar niet mee eens, mede omdat ‘leerlingen van deze kleuterjuf steeds met goede resultaten zijn overgegaan’.

Utrechts schoolbestuur
Volgens de rechter kreeg de juf van de basisschool binnen het Utrechtse schoolbestuur te weinig tijd om te voldoen aan de haar gestelde eisen op pedagogisch en didactisch terrein. Ze had wel degelijk vooruitgang geboekt op haar zwakke punten en haalde zelfs tien van de vijftien doelen voor haar coachtraject.
Volgens de Wet op de beroepen in het onderwijs moeten leerkrachten sinds 2006 voldoen aan een lijst bekwaamheidseisen. Onder de paraplu van zeven verschillende ‘competenties’ zijn de meest uiteenlopende vaardigheden ondergebracht. Zo moeten leerkrachten leiding geven aan de klas, maar kinderen ook de ruimte geven. Ze moeten kinderen respectvol behandelen, hun leefwereld kennen, effectieve lessen kunnen ontwerpen, de stof beheersen waarover ze lesgeven en kunnen samenwerken met collega’s. Het is nog maar een kleine greep uit de lijst. Volgens de recente uitspraak van de kantonrechter kan het niet voldoen aan alle competenties een reden zijn om een juf salarisverhoging te weigeren, maar niet om haar te ontslaan.
In een rapport dat Ariadne Jaski en Willem Top van het bureau Top Alliance begin 2012 opstellen over juf Linde, een zogeheten PotentieelOnderzoek, komen de in de wet vereiste competenties zijdelings aan bod. ‘Haar communicatie en sociale vaardigheden zijn (ver) onder de maat’, schrijven Jaski en Top. ‘Voor een leerkracht is het van cruciaal belang dat hij een relatie tot stand weet te brengen (met leerlingen, collega’s en ouders). Mevrouw heeft ons niet laten zien over die eigenschappen te beschikken.’
Het is opvallend dat Top Alliance andere leerkrachten in vergelijkbare bewoordingen afbrandt. ‘Haar mondelinge en sociale vaardigheden zijn niet bovenmatig ontwikkeld’, schrijft het bureau op grond van een klassenbezoek bij een juf uit de bovenbouw. En: ‘Haar zelfreflectie is onder de maat.’

Dik in orde
De onderzoekers van Top Alliance hebben twee gesprekken met juf Linde, maar ze komen volgens haar niet op bezoek in de klas. Directeur Top ontkent dat dit mogelijk is: “Het gebeurt bij ons niet, dat leerkrachten het oordeel ‘onvoorwaardelijk ongeschikt’ krijgen, als wij niet ten minste een keer in de klas op bezoek zijn geweest. Voor het beoordelen van de competenties van leraren is een klassenbezoek onmisbaar. Daarnaast hebben wij voor een dergelijk onderzoek met mensen ten minste twee interviews van in totaal 2,5 uur.”
Welke procedure dan ook is gevolgd, de mening van verschillende beoordelaars over één en dezelfde juf, kan ver uiteenlopen. In tegenspraak met het vernietigende oordeel van Top Alliance noemt de Ambulante Begeleidingsdienst Rotterdam juf Linde in een rapportage ‘een betrokken leerkracht met veel oog voor de individuele leerling’. Op de sociale vaardigheden van juf Linde valt niets aan te merken en ook met de zelfreflectie blijkt alles dik in orde: ‘Linde heeft met veel enthousiasme gewerkt (aan punten van kritiek)’, ‘veel geleerd’ en een ‘persoonlijke groei’ doorgemaakt.
Dat oordelen ver uiteen kunnen liggen is ‘jammer voor de leerkracht’, zegt Top. “Maar bedenk wel dat het zwaarwegende gevolgen kan hebben voor kinderen als iemand die niet goed functioneert zijn werk blijft doen. Er staat meer op het spel dan alleen het belang van de leerkracht.”
Juf Linde heeft de zaak met het schoolbestuur inmiddels geschikt. Ze zegt: “Mijn man vond dat ik de zaak voor de rechter moest laten komen, omdat ik zo sterk stond, maar advocaat Lathouwers zei: ‘Ze willen je toch weg hebben. Gaat het niet op de ene manier, dan wel op een andere’. Ik heb een ontslagvergoeding gekregen en werk nu als invaller.”

Psychologen
Advocaat Lathouwers van de AOb heeft het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) om opheldering gevraagd over de werkwijze van Top Alliance. Want wat voor onderzoeken worden daar eigenlijk afgenomen? En zijn de heer Top en voormalig medewerker Jaski met hun juridische en onderwijsachtergrond wel gekwalificeerd om juf Linde de maat te nemen?
Een woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Psychologen laat desgevraagd weten dat de onderzoeksinstrumenten van Top Alliance niet bekend zijn bij de Commissie Testaangelegenheden Nederland (Cotan) van het NIP. Het instituut kan daarom ‘geen uitspraken doen over de kwaliteit ervan’. Eén van de werknemers van Top Alliance is psycholoog, maar volgens directeur Willem Top is die expertise eerder een nadeel dan een voorwaarde voor goed onderzoek. “Psychologen hebben de neiging om mensen te labelen.” Wat de assessoren van Top Alliance volgens Top wel nodig hebben is ‘een verhoogde sensitiviteit’. “Daarmee bedoel ik dat je in een gesprek ook de dingen moet waarnemen die niet gezegd worden. Als iemand iets zegt, maar zijn lichaamstaal zegt iets anders, dan moet je hem daarmee confronteren.”
De objectiviteit van assessments – erkend of niet – is hoe dan ook een probleem, zegt hoogleraar Vermeulen van de Open Universiteit. “Het is bijvoorbeeld nooit gelukt om te bepalen welke persoonskenmerken nodig zijn voor een succesvolle leerkracht. Leerkrachten met de meest uiteenlopende persoonskenmerken kunnen voor de klas succesvol zijn.”
Het is ondoenlijk om met een snelle test een objectief oordeel te geven over iemands vaardigheden als leerkracht, zelfs bij een klassenbezoek. “Goed functioneren is niet alleen afhankelijk van competenties en persoonlijkheid”, zegt Vermeulen, “maar ook van de omgeving, van de kansen die iemand krijgt om op de werkplek het goede gedrag te vertonen. Dat soort zaken worden niet betrokken in een assessment. Je kunt wel over allerlei competenties beschikken, maar misschien heb jij net niet de competenties die nodig zijn voor die ene lastige klas. Dan ben je misschien wel een goede leerkracht, maar net niet in die ene specifieke situatie.” Vanwege deze problemen, zegt Vermeulen, kunnen werknemers alleen goed beoordeeld worden op basis van een personeelsdossier dat in de loop der jaren is opgebouwd.

Gedragsproblemen
Zo ging het ook niet bij kleuterjuf Els. Voor deze veertiger – Els is niet haar echte naam – kwam het dreigende ontslag vorig jaar onverwacht. Ze had functioneringsgesprekken, maar kritiek was er volgens haar nauwelijks. Dertien jaar werkte ze als leerkracht in het onderwijs, vanaf 2007 op een school voor speciaal basisonderwijs. In 2011 kreeg ze het zwaar, ze zegt: “Eén van de kinderen in mijn klas had zware gedragsproblemen. Ik kreeg de schuld voor de problemen die daardoor ontstonden in de klas. Ineens deugde er niets meer aan mij. Er was niemand die me hielp.”
Ook juf Linde had naar eigen zeggen ‘nooit’ negatieve feedback gekregen over haar functioneren voordat leidinggevenden van haar basisschool tijdens het lesgeven bij haar door het raam gingen turen en bij haar in de klas kwamen kijken. “Ik had wel functioneringsgesprekken”, zegt juf Linde, “maar daarbij was ik altijd aan het woord. Beoordelingsgesprekken heb ik nooit gehad. Opeens wilden ze dat ik wegging.”
Bij juf Els kwam de directeur op klassenbezoek om haar competenties in kaart te brengen. Maar zelfs daarna was het haar niet duidelijk op welke punten ze zich moest verbeteren. “De directeur wilde in eerste instantie dat ik zelf maar zou bedenken hoe ik me ging verbeteren want hij vond mij niet geschikt, ook niet voor het regulier onderwijs.”
Juf Els vroeg om hulp en kreeg een collega toegewezen die kort daarvoor aan een opleiding tot coach was begonnen. “Ik heb er niks aan gehad. Zij wist ook niet zo goed hoe het moest met dat coachen.”

Opbouwende kritiek
Zo moet het dus niet, vindt Vermeulen van de Open Universiteit. Als een goede leidinggevende kritiek heeft op het functioneren van een leerkracht, dan gebeurt dat in eerste instantie vanuit het vertrouwen dat het gaat lukken om samen dingen te veranderen. Vermeulen: “Voordat er iemand op klassenbezoek komt, zal een goede leidinggevende toch op zijn minst een aantal keren hebben aangegeven dat het niet goed gaat. Hij zal daarbij ook concreet moeten zijn. Dat er nog onvoldoende in groepjes wordt gewerkt bijvoorbeeld en te veel klassikaal. Of dat de directe instructie niet leidt tot zelfstandig werken bij de kinderen.”
Dat is opbouwende kritiek, kritiek die een leerkracht kan gebruiken om zich te verbeteren. “Als er ondanks inspanningen van beide kanten geen verbetering optreedt”, zegt Vermeulen “dan ga je op een zeker moment een ander soort gesprekken voeren. Op dat moment heb je al een dossier opgebouwd. Er liggen dan observatieverslagen en er is meermalen gesproken over de beoogde verbeteringen.”

Vooringenomen
Zo hoort het dus. Maar jammer voor juf Els eindigt ook zij bij Top Alliance. “Ze kwamen bij me kijken in de klas. Dat was lastig, want ik werkte intussen niet meer met mijn eigen groep. Ik had zelf het idee dat de les goed verliep, maar de beoordelaars dachten daar anders over. Een paar kleuters hadden iets verkeerd afgeknipt en ik had het gevoel dat mijnheer Top me daarom belachelijk maakte. Ik vond hem vooringenomen.”
Net als bij juf Linde was er bij juf Els steun van een andere partij die haar negatieve beoordeling heeft weersproken. Juf Els vertelt: “Een van de andere directeuren herkende zich totaal niet in de analyses van Top Alliance en mijn oude directeur. Mijn oude directeur heeft zijn vergissing later ook toegegeven.”
Intussen werkt juf Els in de middenbouw van een reguliere basisschool. “Ik heb het naar mijn zin”, zegt ze. “Toch zit ik nog steeds met dat rapport in mijn maag. Ik herken me er helemaal niet in, maar zoiets kleeft toch aan je.”

{noot}
De namen van de juffen die in dit artikel aan het woord komen, zijn bij de redactie bekend.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.