• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Klaagcultuur 

Pas op, besmettelijk!

Zuchten, kreunen, mopperen en zeuren. Als het om klagen gaat, heeft het onderwijs een slechte naam. ‘Soms denk ik wel eens dat ik de enige ben die het leuk vindt in het onderwijs.’

‘Ik moet nog zóveel doen.’
‘Ik heb wéér helemaal geen weekend gehad.’
‘Het wordt altijd maar meer, en nooit eens minder.’ Petronel Been* (44), juf in groep 3, somt uitspraken op die ze wekelijks hoort uit de mond van klagende collega’s. In de personeelskamer hangt vaak een bedrukte stemming. Ook ziet ze er veel neerhangende schouders en mondhoeken.
Een klaagcultuur is er zeker, vindt Been. De negatieve sfeer die eruit voortvloeit, zorgt ervoor dat ze soms aarzelt om hulp te vragen. Neem de nieuwe digitale nieuwsbrief van de school, Been coördineert de inhoud. “Het was de bedoeling dat de collega’s hiervoor om beurten een stukje aanleverden. Je denkt: vier keer per jaar vijf regels over een leuke gebeurtenis in de klas of op school met een fotootje erbij. Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, het was me toch wat!”
Ze moest de collega’s eindeloos vaak aan hun jasje trekken. “Ze voelden het als een héle zware taak.” Het gezeur doet Been soms denken aan het lied Ik heb een heel zwaar leven van Brigitte Kaandorp, waarin de zangeres zich met slome slachtofferstem beklaagt over het (kleine) leed dat haar treft, maar waar ze enorm onder lijdt. “Sommige collega’s missen het vermogen om te relativeren. Dat is jammer, maar het stoort me ook. Zo erg is het toch allemaal niet?”

Personeelskamer mijden
“In de koffiepauze en tijdens vergaderingen ligt vaak de nadruk op alles wat er niet goed gaat”, is ook de ervaring van Conrad Berghoef, docent Nederlands en mediawijsheid bij ROC Friese Poort in Drachten. “Er gaat veel energie verloren aan gemopper en gezeur. Het aloude verhaal van ‘het is ook nooit goed’.” Voor de ROC’s is net een nieuwe cao opgesteld, noemt hij als voorbeeld. “Een hoop collega’s hebben hier een mening over zonder de precieze bepalingen te hebben gelezen. Het gaat meteen over de werkdruk die te hoog is en de idiote bepalingen van het ministerie.”
“Er was een tijd dat ik de pauzes in de personeelskamer meed”, vertelt Berghoef, “omdat het nooit over iets anders ging dan alleen maar de mislukkingen. Dan zat ik in mijn lokaal met wat leuke muziek aan en keerde een beetje in mezelf. In plaats van klagen steek ik mijn energie liever in goed onderwijs en mijn leerlingen.”
Berghoef koos bewust voor een baan in het onderwijs. Mogelijk draagt dat ook bij aan zijn positieve beroepshouding. Als afgestudeerd geschiedkundige kwam hij als docent maatschappijleer het mbo binnen. Met de lerarenbeurs schoolde hij zich om tot journalist en werkte vervolgens een tijd bij de nieuwssite dichtbij.nl. Dat was een eye-opener.
“In het onderwijs denken we het monopolie te hebben op hard werken, maar dat is een misverstand. Als je bij een organisatie werkt waar geld verdiend moet worden, zit er veel meer druk achter. Je kunt je baan zelfs verliezen!” Als Berghoef tegen vier uur de school verlaat, zijn de meeste collega’s al naar huis. “Ik geloof best dat ze thuis doorwerken, maar welke andere werkgever staat je zoveel vrijheid toe zonder het effectief te controleren?”

Miskenning
Waar de klaagcultuur vandaan komt?
Waarschijnlijk is de veelheid aan niet-lesgebonden verplichte extra taken een grote bron van onvrede.
“Ik hoor leerkrachten er vaak over klagen dat ze veel dingen moeten”, zegt Marcel Schmeier, oud- basisschoolleerkracht en onderwijsadviseur. “Er komt steeds iets nieuws bij: van burgerschapskunde en homo-emancipatie tot gezonde voeding, alcohol- en vuurwerkvoorlichting en schoolmelk. Ik kan de lijst nog veel langer maken. Neem de schoolmelk. De melkfabriek zet een koelkast neer, maar de leerkracht moet de registratie doen en uitdelen. Dat is dan wel iets dat erbij komt. Toen ik voor de klas stond, was dat een bron van ergernis.”
Als Schmeier scholen bezoekt om het lees- of rekenonderwijs te verbeteren, hoort hij docenten bijna standaard zeggen: ‘Ik heb het nú heel druk, het komt bijzonder slecht uit.’ Er is altijd wel iets dat druk geeft, maar het heeft zelden te maken met de core business.”
Dagblad Trouw publiceerde eind vorig jaar twee pagina’s met ingezonden brieven van onderwijzend personeel met hun redenen om te klagen. Daarin noemden ze het eindeloze administreren en de steeds weer nieuwe systemen om leerlingen te volgen. Maar ook gekrenkte beroepstrots, de komst van extra managementlagen, grotere klassen en verplichte studiedagen vol gebakken lucht zijn bronnen van onvrede.

Recht van klagen
Bovendien voelen veel leraren zich miskend in de zwaarte van hun beroep.
In de klas gebeurt veel. Iedere dag lossen leraren allerlei kleine en grote dilemma’s op. Achteraf had je iets altijd wel efficiënter kunnen doen of een betere reactie kunnen geven. Om die reden vindt Marcel Schmeier dat docenten ook wel het recht hebben om te klagen. “Het beroep is zwaar. Je kunt niet één keer een mindere dag hebben. Je moet continu alert zijn als je met kinderen werkt.” Maar je moet niet in geklaag blijven hangen, benadrukt hij. “Klagen is als een schommelstoel. Het voelt heel lekker, maar je komt er niet uit.”
Het grote gevaar van klagen is bovendien de besmettelijkheid ervan.
Vorig jaar hield De Groene Golf - de jongerenafdeling van de AOb - een enquête onder beginnende leerkrachten (met maximaal vijf jaar ervaring). Hieruit blijkt dat hoge werkdruk en een slechte werksfeer belangrijke oorzaken zijn om na te denken over het verlaten van het onderwijs. In het voortgezet onderwijs overweegt maar liefst 25 procent om die reden een andere werkomgeving. Vorig jaar kopten landelijke dagbladen op basis van onderzoek van vakbond CNV dat de ‘jonge leraar er nog maar weinig zin in heeft’. Hoewel Conrad Berghoef de kwaliteit van het laatstgenoemde onderzoek ter discussie stelt, hoopt hij dat veel docenten zich de conclusies aantrekken. ’“Jonge mensen krabben zich wel drie keer achter de oren, voordat ze zich inschrijven bij de lerarenopleiding. En dat terwijl het hartstikke leuk is.”

Stoom afblazen
Even klagen kan opluchten, maar structureel klagen jaagt het gevoel van stress alleen maar op. Alles wat je aandacht geeft groeit; met iedere verzuchting neemt de werkdrukbeleving toe.
“Stoom afblazen mag best eens. Dat is begrijpelijk”, vindt Berghoef. “Maar de lol op school moet overheersen. Soms denk ik wel eens dat ik de enige ben die het leuk heeft in het onderwijs.” Waar hij het slechtst tegen kan, zijn oudere collega’s die zeggen: ‘Ik moet nog drie jaar.’ “Dan denk ik: ja, en ik moet nog dertig jaar. Ga alsjeblieft ander werk doen als het zo zwaar voor je is.”
Marcel Schmeier ziet het anders. Hij denkt dat leerkrachten vanuit hun liefde voor kinderen moeilijk nee kunnen zeggen. Maar als er teveel werk is, kunnen ze niet alles goed doen. Dat frustreert.”
“Ik herinner me een onderzoek van de AOb waaruit bleek dat twintig procent van de leerkrachten een burnout krijgt in zijn carrière, maar dat ze hun werkinhoud en -plezier ook het hoogst beoordelen. Dat vat het mooi samen.”
Berghoef en Schmeier zien de toekomst hoopvol tegemoet. Zij zien een groeiende groep leerkrachten die de regie terugpakken; leraren die zich bewust zijn van hun eigen deskundigheid en het heft in eigen handen nemen. Zoals René Kneyber, een wiskundedocent die al jaren opkomt voor de positie van de leerkracht en onlangs als eerste docent benoemd werd in de Onderwijsraad. En Karen den Heijer, eveneens wiskundedocent, die bij RTL Late Night pleit voor de emancipatie van de leerkracht. Ook verenigden een hoop leraren zich sinds 2009 in de stichting Leraren met Lef (zoals Ralf Hillebrand, zie kader ‘Tips tegen het klagen’). Op linkedIn zijn er 2.300 contacten.
Marcel Schmeier: “Goede leerkrachten zullen op zoek gaan naar gelijkgestemden. Zij vinden dan vanzelf een plek waar minder geklaagd wordt.”

{noot}

Petronel Been is niet haar echte naam.

Tips tegen het klagen

1. Praat elkaar niet de put in
Erg hè? Ja, ver-schrik--ke-lijk! Het gevaar van omgaan met klagers is dat je erin meegaat en elkaar de put in praat. “Ga het gesprek aan met de mensen die klagen”, zegt Ralf Hillebrand, docent aan het Albeda College in Rotterdam, en bestuurder van de stichting Leraren met Lef. Wat is het probleem? Hoe kunnen we het oplossen? “Door gericht naar een oplossing te zoeken, kan je een positieve draai aan het gesprek geven.” Zijn motto: “Als je klaagt, ben je eigenlijk ontevreden over je eigen gedrag.”

2. Stop met in het weekend werken
Werkdruk is onder klagers favoriet. Maar, benadrukt Ralf Hillebrand: “Niets is zo persoonlijk als werkdruk. Iemand met 27 uur kan zich drukker voelen dan iemand met 32 uur.” Zijn tip: stop met in het weekend werken en kijk hoe je dan uitkomt. “Meestal valt het reuze mee. Als je jezelf dwingt op bepaalde momenten niet te werken, ga je beter prioriteiten stellen.”

3. Ander onderwerp!
Een collega die aan een standaard klaagzang begint, kan je erop wijzen dat dit geklaag jouw plezier in het werk verlaagt, vindt Ralf Hillebrand. “Gaan ze toch door dan kan je het onderwerp veranderen door een absurde vraag te stellen zoals: ‘Zeg, welke kleur heeft de afzuigkap van jouw schoonmoeder eigenlijk?’ Dit werkt ook meteen relativerend.”

4. Vind jezelf opnieuw uit
Conrad Berghoef, mbo-docent, kwam als zij-stromer het onderwijs binnen, herschoolde zich tot journalist en kwam daarna weer terug als docent Nederlands. “Ik heb mezelf opnieuw uitgevonden en dat kan ik iedereen aanraden. Of ga tenminste eens een jaar buiten het onderwijs kijken om te weten dat elders ook hard gewerkt wordt.”

5. Wie ben jij ook alweer?
In het leven van iedere leraar zijn er momenten dat je niet meer weet waarom je in het onderwijs werkt, zegt Ralf Hillebrand. Trek je dan even terug en bedenk waarom je ooit voor dit vak koos. “Waarschijnlijk omdat je het leuk vindt om met jonge mensen te werken en een bijdrage te leveren aan hun ontwikkeling. Wat je motieven ook zijn, houd ze op het netvlies. Dat vergroot de arbeidsvreugde.”

6. Denk om
Een favoriet klaagonderwerp is dat ‘men’ alleen maar naar de cijfers kijkt. Conrad Berghoef: “Daar ben ik het mee eens, maar het goede nieuws is: er vallen geen massale ontslagen bij tegenvallende opbrengsten in bijvoorbeeld het rekenonderwijs. Dat zou in andere sectoren wel gebeuren.” Binnen de gestelde verwachtingen, ervaart Berghoef nog wel ruimte om het onderwijs in te richten zoals hij wil. “Als dat dan werkt, geeft dat voldoening.”

7. Leer overtuigd nee zeggen
“Overal waar je ja tegen zegt, betekent dat je nee zegt tegen iets anders. En andersom”, zegt Marcel Schmeier. “Nee tegen vuurwerkvoorlichting is ja voor je rekenles. Nee tegen samen papier prikken is ja tegen leesles. Overleg goed met het team wat jullie als school belangrijk vinden.” De schoolleider speelt hier ook een belangrijke rol in.

8. Maak bijzondere dagen niet té uitbundig
Wil je het voorlezen promoten? Stop dan geen energie in het regelen van een voorleesontbijt. Maar laat in iedere klas een vader of moeder voorlezen uit hun lievelingsboek. Maak er niet een te grote happening van”, adviseert Marcel Schmeier. “Houd het eenvoudig en blijf bij de kern. Dat houdt het beheersbaar en beperkt de stress.”

9. ‘Wat een prachtig vak!’
Leer jezelf aan om iedere dag in de pauze een leuke situatie uit de les te benoemen. Over leerlingen die elkaar helpen. Over leerlingen die ineens beter dan verwacht presteerden. En praat ook eens over andere dingen: kinderen, sport, het weer. Praat ook bewust over andere onderwerpen dan onderwijs, adviseert Ralf Hillebrand. “Het verzet je zinnen.”

10. Hulp nodig? Wees to the point!
‘Hoe is het met je? Maar wat ik eigenlijk vragen wilde: kunnen wij toevallig van lokaal wisselen aanstaande vrijdag?’ Laat die eerste vraag voortaan maar weg, adviseert Ralf Hillebrand, en val met de deur in huis: kunnen wij vrijdag van lokaal wisselen?.“Durf om hulp te vragen. Als je oprecht wilt weten hoe het met iemand gaat, zoek je daar een ander moment voor.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.