• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Topsporters voor de klas

Ze excelleren in hun sport en hebben de ambitie om ooit les te geven. Judoka Kim Polling (pabo) en Ajax-keeper Jasper Cillessen (alo) moeten hun bevoegdheid nog halen; roeister Nicole Beukers (pabo) valt nu al regelmatig in op een basisschool.

Tekst Richard Hassink

‘Ik zie het basisonderwijs toch als mijn toekomst’

Naam: Nicole Beukers (24)
Sport: roeien (dubbel vier)
Beste prestaties: goud NK 2012 (skiff), zilver EK 2013 (dubbel vier), 4e WK 2013 (dubbel vier)
Doel: medaille op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016)
Studie: pabo – Hogeschool Leiden, begon in 2008; studeerde in februari 2013 af

Nicole Beukers begon pas met roeien toen ze 15 was. “Maar dat is in deze tak van sport niet eens laat hoor, de meesten beginnen pas in hun studententijd.” Al pik je de techniek van het roeien misschien snel op, je moet er wel heel veel voor doen. “Ik train meestal twee keer per dag, ’s ochtends in het krachthonk en ’s middag op het water.” Ook toen Beukers nog studeerde, had ze dat strikte trainingsschema. “Dan deed ik de ochtendtraining vóór de colleges en kwam vaak wat later binnen. Mijn studiegenoten waren altijd zo aardig dat ze aantekeningen voor me maakten.”
Tijdens haar afstudeerstage verliep de combinatie wat moeizamer. “Die stage heb ik uitgesmeerd over een langere periode, zodat ik wel goed kon blijven doortrainen. Daardoor heb ik uiteindelijk wel wat langer over mijn studie gedaan, maar met een half jaar valt dat nog best mee.”
Na haar afstuderen in 2013 heeft Beukers ook nog haar papieren gehaald om lichamelijke opvoeding te mogen geven op de basisschool, maar nu is haar vizier vrijwel volledig gericht op het roeien. “Ik zit met drie andere meiden in de dubbel vier. Ons doel voor dit jaar is kwalificatie voor de Olympische Spelen in 2016. Daarvoor moeten we in augustus bij de eerste vijf eindigen tijdens het WK in Frankrijk.”
Beukers doet nu af en toe invalwerk op basisscholen in Amsterdam en op haar oude stageschool De Hobbit in Leiderdorp. “Als ik het ver van te voren weet, kan ik het inplannen. Maar als ik ’s ochtends of de dag ervoor gebeld wordt, lukt het vaak niet.” Toch wil ze graag af en toe voor de klas staan om de feeling te houden, want ze ziet het basisonderwijs toch als haar toekomst. “Over tien jaar roei ik niet meer, dan wil ik wel graag een vaste baan, liefst een combi als leerkracht-gymdocent.”
Beukers vindt dat het lesgeven haar nu goed af gaat. “Maar dat was in mijn eerste studiejaar wel anders. Ik werd voor mijn gevoel vrijwel meteen in het diepe gegooid. Soms ontstond er door mijn onervarenheid wat onrust in de klas. Intussen heb ik wat trucjes geleerd. Als leerlingen me nu uittesten, los ik dat meestal met wat grapjes op. Ik denk dat leerlingen vinden dat ik hun heel open tegemoet treedt. Voor mij is dat ook heel belangrijk: ze moeten voor alles bij me kunnen komen.”
Uit haar sport heeft ze ook wat dingen meegenomen naar haar studie- en werkleven. “Ik ben een doorzetter en ik kan goed omgaan met spanning. Als ik een beoordelaar achter in de klas had, kon ik mij goed blijven focussen op mijn taak. Ook hoor ik weleens dat ik veel met tips en kritiek doe. Dat klopt, want ik wil altijd beter worden. In mijn sport, maar ook in mijn vak.”


‘Ze waren onder de indruk van mijn spierballen’

Naam: Kim Polling (24)
Sport: judo (klasse tot 70 kg)
Beste prestaties: goud EK 2013 en 2014, brons WK 2013
Doel: medaille op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016)
Studie: pabo – Hogeschool InHolland Haarlem, begon in 2009; studeert naar verwachting in 2017 af

Kim Polling geldt als een van de grootste judotalenten van de laatste decennia. Haar offensieve stijl waarbij ze haar tegenstander het liefst zo snel mogelijk op haar rug gooit (ippon), maakt indruk in de judowereld. Als 7-jarige koos ze voor haar sport, omdat haar ouders in een tijdschrift hadden gelezen dat judo heel goed was voor kinderen met adhd. “Als kind was ik heel druk; in de judosport kon ik mijn energie kwijt, mijn kracht meten en leerde ik dat genoeg op een gegeven moment ook echt genoeg is.”
In haar jeugd groeide ook de wens om ooit voor de klas te staan, de keuze voor de pabo was voor haar een logische. “De eerste jaren ging ik heel snel door mijn opleiding. Mijn geluk was ook wel dat de pabo heel erg rekening hield met mijn trainingen en wedstrijden. Ik kreeg geen vrijstellingen, maar ik mocht opdrachten en tentamens vaak op een ander moment doen.”
De zwaarste fase was de afstudeerstage die ze in de eerste helft van 2014 na haar minor vo liep op het Thorbecke (vmbo) in Rotterdam. “Dat was heel dubbel. Ik genoot van het lesgeven, maar die combinatie met mijn sport was eigenlijk niet te doen. Ik gaf les in liefst zes klassen. Soms kwam ik na een internationale wedstrijd in het buitenland op maandagmiddag thuis, ging ik snel nog naar stageschool om de toetsen op te halen omdat ik dan de volgende dag een rapportvergadering had.”
Toch rondde ze haar stage goed af. Met alleen een afstudeerscriptie en nog een paar vakken voor de boeg, leek er geen vuiltje aan de lucht. Maar dat liep anders. “Ik ben nu vol bezig met de voorbereiding op Olympische Spelen van 2016. Ik ben net terug van een trainingsstage in Japan en vertrek volgende week naar Brazilië. Een scriptie schrijven lukt nu gewoon even niet, daarom wil ik die graag doorschuiven tot na de na de Spelen. De pabo is akkoord, hopelijk geeft de examencommissie groen licht.”
Sowieso wil Polling ook na de pabo een studie combineren met haar sportcarričre. “Ik zit te denken aan pedagogiek. Of ik haal mijn papieren om Nederlands aan een middelbare school te kunnen geven.”
Maar het basisonderwijs trekt haar ook. “Een basisschool is lekker overzichtelijk, omdat je maar een klas hebt. Nadeel is weer dat je naast het lesgeven zo veel moet bijhouden.”
Van de kinderen heeft ze erg genoten tijdens stages. “Ze waren regelmatig onder de indruk van mijn spierballen. Er waren er altijd wel een paar die heel erg graag armpje wilde drukken met me. En bij de kleuters vertelde op een gegeven moment een moeder dat haar zoon tegen iedereen, ook tegen wildvreemde mensen in de supermarkt, verkondigde dat zijn juf wereldkampioen judo was.”
Dat is Polling nog niet, maar dat moet in augustus dit jaar dan maar gebeuren tijdens het WK judo in Kazachstan.


‘Gymles geven, dat zou ik na mijn carričre graag doen’

Naam: Jasper Cillessen (25)
Sport: voetbal (keeper bij Ajax)
Beste prestaties: 3x landskampioen, 3e met Nederlands elftal op WK 2014
Doel: Europees kampioen in 2016 (Frankrijk) of wereldkampioen in 2018 (Rusland)
Studie: academie voor lichamelijke opvoeding – Hogeschool Arnhem en Nijmegen, begon in 2008; stopte in 2011

“Vanaf het moment dat ik kon lopen, had ik een bal aan mijn voet”, vertelt Jasper Cillessen. De doelman van Ajax en Oranje groeide op in Groesbeek, en begon zijn carričre bij voetbalvereniging De Treffers. “Daar bleek ik goed te kunnen voetballen en nog beter te kunnen keepen.” Bij NEC kwam Cillessen tot wasdom en stond hij in augustus 2010 voor het eerst in de basis. Vanaf dat moment ging het snel met hem. Hij maakte in 2011 de overstap naar Ajax, en werd in 2013 de vaste doelman van het eerste van Ajax.
De overgang naar Ajax betekende het voorlopige einde van zijn hbo-opleiding. “Ik ben in 2008 begonnen met de academie voor lichamelijke opvoeding (alo) in Nijmegen. Sport paste bij mij, en ik wilde graag doorleren. CIOS had gekund maar met een havo-diploma op zak ligt de alo meer voor de hand.” Hij had zijn opleiding graag afgemaakt, maar dat ging niet meer. “Bij Ajax speelden we Champions League en moesten we vaak naar het buitenland, waardoor de combinatie studie-topsport niet meer mogelijk was voor mij.”
Sowieso vond Cillessen die combinatie moeizaam, ook in de tijd dat hij nog bij NEC keepte. “Er werd nauwelijks rekening gehouden met het feit dat ik overdag mijn trainingen had. Laatst hoorde ik dat ze daar nu een topsportklas hebben, dus ze hebben er gelukkig wel wat aan gedaan.”
Cillessen is van plan zijn opleiding ooit nog af te maken, ondanks het riante keepersalaris dat hij bij Ajax verdient. “Tijdens mijn stages merkte ik hoe leuk het is om gymles te geven. Zo mooi om te zien hoe ze dingen oppikken, en hoe ze dat dan beleven. Dat zou ik na mijn voetbalcarričre graag doen.” Tegelijk beseft hij ook dat het op dit moment niet gaat lukken. “Als ik nu mijn studie weer op zou pakken, dan zou het ten koste gaan van het voetbal.”
Makkelijk voor zichzelf is Cillessen niet. “Ik ben behoorlijk perfectionistisch. Voor de klas, maar ook in mijn sport. Als we 5-0 voor staan en er wordt in de laatste minuut tegen gescoord, dan baal ik toch.” In de voetbalwereld heeft hij verschillende dingen geleerd die hij mee kan nemen naar het onderwijs. “Belangrijkste is dat ik nu weet dat je elk mens weer anders moet benaderen, iedereen heeft weer een ander temperament.”
Hij beseft dat een paar jaar voor de klas heel goed kan zijn voor je carričre. “Kijk naar succestrainers als Louis van Gaal en Co Adriaanse die ook hun lesbevoegdheid hebben.”
Zijn vriendin Joan heeft ook een onderwijshart. Ze geeft gymles op een aantal Amsterdamse basisscholen. “Ik heb haar leren kennen tijdens mijn tijd op de alo. Of ik nog mijn opleiding ga afmaken of niet: ik heb er in elk geval iets moois aan overgehouden.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.