• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Lerarenlafheid

Het is op een vrijdagavond. Ik ben bij een vriend in de Randstad. We gaan wat drinken. In het café. Net als we willen vertrekken, kijkt hij me geschrokken aan en wijst naar mijn trui. Daarop staat groot Hebrew University Jerusalem. Daar omheen regels in het Ivriet. Zo kan ik de stad niet in. Levensgevaarlijk. Vanwege de Marokkanen.
Na een aantal terroristische aanslagen zit de schrik voor gewelddadig antisemitisme er goed in. En terecht. Voor terrorisme moet je bang zijn. Maar voor de fricties van het dagelijks leven niet. Op vrijdagavond in de kroeg. In ons werk. En net over dat laatste berichten de media volop. Het Algemeen Dagblad kopt: ‘Leerlingen vmbo vinden jihad echt vet’. Lesgeven over de Holocaust, geen schijn van kans. Maar dit beeld is toch een beetje over de top. Want geloof me, de overgrote meerderheid van de vmbo-ers houdt van westerse welvaart. En een heilige oorlog is misschien aardig om even mee te dwepen, maar pubers dwepen altijd met iets. Toen ik jong was, vermoordde de Rote Armee Fraktion de industrieel Schleier. Tijdens de geschiedenislessen verdedigde ik die misdaad vurig. Inderdaad, gênant. Maar op school experimenteren kinderen met opvattingen. Leraren begrenzen met argumenten. De opvoeding tot burger is een subtiel proces.
En we weten ook hoe dat moet. Een paar jaar geleden. Mijn dochter hield haar spreekbeurt over het concentratiekamp Auschwitz. Na haar laatste woorden volgde het plichtmatig applausje. Ze ging zitten. En ineens riep het meisje achter haar: ‘wel jammer dat die Duitsers jouw familie vergeten zijn’. De klas bulderde. Een beetje leraar heeft dan een gepaste reactie. Eerst de norm: dit mag niet. Gevolgd door vragen als: maar wat bedoel je eigenlijk? Waarom zeg je dit? Na de domme antwoorden is voor iedereen duidelijk wie hier uit de pas loopt. Maar zo ging het niet. De docent mompelde iets van: ‘nou, nou, niet doen jongens, we gaan verder met de les.’ En deze bange reactie komt vaker voor. In NRC Handelsblad lees ik over een joodse lerares in Amsterdam. Zij draagt een ring met een davidster. De directie van haar school heeft dat liever niet. Je kunt maar beter niet laten merken dat je joods bent. Deze lerarenlafheid, stop daarmee. Antisemitisme, of welke haat dan ook, mag simpelweg niet. Handhaaf die norm. Het is je werk.
Na sluitingstijd komt de taxi mij en mijn vriend ophalen. Een Marokkaanse chauffeur opent het portier. Hij kijkt naar mijn trui en zegt: ‘Jood?’ Ik zie de blik van mijn vriend van lodderig naar alert verschieten. Dit is de opmerking waar hij heel de avond op zit te wachten. Ik antwoord: ‘Nee, ik niet, mijn vrouw wel.’ De chauffeur haalt zijn schouders op en brengt ons naar huis. Vergeet nooit, de meeste mensen doen wat ze moeten doen. En ze blijven fatsoenlijk zo lang de door haat gedreven idioten de correctie krijgen die ze verdienen. Vooral op school. Daar houden leraren de samenleving bij elkaar. Inderdaad, een belangrijk beroep.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.