• blad nr 4
  • 21-2-2015
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Zittenblijfbestrijding

Is doubleren te voorkomen met een paar weken bijspijkeren in de zomer? Zijn er alternatieven voor een jaartje langer kleuteren? Het Onderwijsblad zoekt oplossingen voor het probleem zittenblijven.

Hoe erg is het?
Op het eerste gezicht vrij ernstig. Bijna de helft van de Nederlandse leerlingen blijft minimaal één keer zitten in het basis- of voortgezet onderwijs, berekende het Centraal Planbureau (CPB) vorige maand. Daarmee zitten we boven het Europese gemiddelde.
Dat gemiddelde ligt echter behoorlijk laag, doordat sommige landen hun onderwijssysteem heel anders hebben ingericht. In het Verenigd Koninkrijk geldt bijvoorbeeld geen vaste eindnormering. Aan het einde van de schoolcarrière wordt gewoon getoetst welk niveau een leerling heeft bereikt. Niemand hoeft per se een bepaald niveau of tussendoel te halen, dus hoeft er ook niemand te blijven zitten. Zo lijkt ons Nederlandse 'probleem' met zittenblijven iets ernstiger dan het is.
Zittenblijven slecht voor de schatkist: het kost jaarlijks 500 miljoen euro aan extra schooltijd. Daarnaast derft de overheid belastinginkomsten doordat de zittenblijvers later de arbeidsmarkt op komen. Het kost de zittenblijvers zelf ook een jaar salaris, maar wat maakt een jaartje meer of minder uit, als je toch tot je 70-ste moet werken?

Is het te voorkomen?
Laten we het basis- en voortgezet onderwijs apart bekijken. De allergrootste boosdoener in het basisonderwijs, op het gebied van zittenblijven, is de kleuterbouwverlenging: dat overkomt tien procent van de leerlingen. Leerlingen die cognitief of sociaal-emotioneel niet rijp zijn voor groep drie, blijven een jaartje extra kleuteren.
Dat zit stevig in ons systeem ingebakken. Kinderen stromen doorgaans in op hun verjaardag, dus wie op 1 augustus op school komt zit naar verwachting twee jaar in de kleutergroep. Wie later in het schooljaar instroomt, mist kostbare leermaanden: hoe later de instroom, hoe groter de kans dat je een jaartje extra kleutert. Wie op zeg 1 februari aan de basisschool begint, zou na anderhalf jaar al naar groep drie moeten. Dat is snel: meestal draait het uit op een jaar kleuterbouwverlenging.

Logisch, maar het lijkt wel een erg bot middel om meteen maar een vol jaar extra te kleuteren. Kan dat niet anders?
In theorie wel. Zo zouden we de VVE (de voor- en vroegschoolse educatie) kunnen versterken, om te voorkomen dat kinderen met een achterstand het onderwijs instromen. “Van VVE zijn echter nog steeds geen wetenschappelijk onderbouwde successen te melden”, zegt Geert Driessen, onderzoeker van het ITS van de Radboud Universiteit.
Een radicalere optie is om leerlingen die jarig zijn in de herfst en winter, al direct na de zomervakantie te laten starten met de basisschool.
Een heel andere mogelijkheid is: meer onderwijs op maat. Want het CPB zegt het al: 'In een onderwijssysteem met weinig differentiatie van de lesstof en een strenge normering, blijven leerlingen vaker zitten dan in een onderwijssysteem met veel differentiatie en minder strenge eindtoetsen.'
In Finland, Zweden en Noorwegen krijgen leerlingen een lespakket aangeboden dat beter aansluit bij hun mogelijkheden en behoeften. En daardoor blijven kinderen minder vaak zitten.
"Echt passend onderwijs zou ideaal zijn", vindt Driessen, van het ITS. "Minder frontaal-klassikaal onderwijs, meer onderwijs dat aansluit bij het niveau, de motivatie en de interesse van leerlingen. Als je zittenblijven wilt voorkomen, is dát de oplossing."

Klinkt goed, die differentiatie. Gebeurt dat ook al ergens?
Op vernieuwingsscholen wordt het leerstof-jaarklassensysteem vaak losgelaten, en krijgen de kinderen echt lesstof op maat aangeboden. Zoals op basisschool Wittering.nl in Rosmalen. Daar krijgen de kinderen geen les in klassen of groepen, maar in drie 'units': de onderbouw, de middenbouw en de bovenbouw. De leerlingen werken op hun eigen niveau, en kunnen vier keer per jaar doorstromen naar een volgende unit.
"Zittenblijven, versnellen en vertragen zijn geen termen die wij hier gebruiken", zegt directeur Karin van Zutphen van Wittering.nl. "Dat zijn termen uit het traditionele onderwijs, dat is bedacht om volwassenen grip te geven op het leren van het kind. Bij ons staat alles in dienst van de ontwikkeling van het kind: wij volgen die ontwikkeling en passen ons onderwijs daarop aan."

Interessant, zo’n andere visie. Zijn daar ook voorbeelden van in het voortgezet onderwijs?
Weinig. Op de meeste vernieuwingsscholen in het voortgezet onderwijs kun je gewoon blijven zitten. Zeker in de hogere klassen.
Op het IJburg College in Amsterdam kunnen de leerlingen bijvoorbeeld, net als op De Wittering, op hun eigen niveau aan de verschillende vakken werken. "De leerlingen halen hier het beste uit zichzelf", zegt directeur Lou Brouwers. “En we maken regelmatig de balans op: waar zit jij, wat is precies jouw niveau?”
In zo'n situatie hoef je als leerling dus niet te blijven zitten - behalve misschien als je langdurig ziek bent of met andere privé-calamiteiten te maken krijgt.
Maar zodra het eindexamen in zicht komt verschijnt op de meeste vernieuwingsscholen toch wel het mes op tafel. Ook op het IJburg college. “Er zijn grenzen", vindt Brouwers. "Als je bijvoorbeeld in havo 4 zit en je het eindexamen duidelijk niet gaat redden, kun je dat jaar beter overdoen dan toch door te stromen naar de examenklas."

Ja, maar dan heb je het ook over havo 4; een beruchte klas, als het gaat om doubleren?
Vergis je niet: het percentage zittenblijvers piekt in het voortgezet onderwijs altijd in het jaar vóór de examenklas. Niet alleen op de havo - al is het daar wel het ergste - maar ook bij andere schoolsoorten.
De verklaringen daarvoor zijn simpel. In de eerste plaats is er in de examenklas relatief weinig tijd meer voor instructie en kennisoverdracht. Doubleren in het 'voorexamenjaar', is daarom beter dan in het hectische examenjaar. Zittenblijven in dat jaar is ook in sociaal opzicht prettiger voor de leerlingen, omdat hun oude klasgenoten dan nog steeds op school zitten, zij het een jaar hoger.
En tot slot is er ook nog een plat - maar daarom niet minder geldig - argument: scholen worden steeds meer afgerekend op hun slagingspercentages, al was het alleen maar in de publieke opinie. Doubleren in havo 4 is, zo bezien, beter dan zakken in havo 5.

Is er iets aan het doubleren in het voortgezet onderwijs te doen?
Zeker wel. Een van de opties is, zo stelt het CPB voor, om leerlingen deelcertificaten te laten behalen. Zo zouden leerlingen bijvoorbeeld sommige vakken op een lager niveau kunnen doen: dat voorkomt struikelen en doubleren. 'Nadeel van deze flexibele normering', zo schrijft het CPB er meteen al bij, 'is dat de leerlingen minder prikkels ervaren om hun best te doen op vakken waar zij minder talent voor hebben'.
Mark Daalderop, directeur van het Titus Brandsma college in Velp, wijst op nog een nadeel: "Je krijgt een diploma op het niveau van je laagste vak: als je vrijwel alle vakken op havo-niveau doet maar één op mavo-niveau, krijg je dus een mavo-diploma."
Een tweede manier om het zittenblijven in het voortgezet onderwijs te bestrijden is om bijspijkertrajecten, weekeindscholen en zomerscholen te organiseren. En dat gebeurt ook. Zo komt er 9 miljoen euro per jaar beschikbaar voor het opzetten van zomerscholen die het zittenblijven moeten beperken.
Al klinkt het woord 'zomerschool' wel erg groots: het gaat in de praktijk vaak om een periode van twee weken, aan het begin van de zomervakantie.

Dus je kunt een heel jaar zittenblijven voorkomen met twee extra lesweken in de zomervakantie? Laat me niet lachen.
Toch blijkt het te werken. Een aantal scholen heeft er de afgelopen jaren al ervaring mee opgedaan, en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat ruim tachtig procent van de deelnemende zittenblijvers alsnog kon worden bevorderd. En de meeste leerlingen komen het jaar daarop niet in de problemen: ze doen het best goed.

Ja, maar dan hebben ze voor die zomerschool natuurlijk de leerlingen gekozen die nèt niet over zouden gaan. En die leerlingen hebben ze vervolgens met hun hakken over de sloot geduwd.
Ook dat valt mee, zegt Daalderop van het Titus Brandsma. "Bij ons ging het om circa zestig procent van de zittenblijvers - de overige veertig procent had te grote achterstanden." En een groot gedeelte van die zestig procent is dus toch overgegaan. "Het zijn vaak leerlingen die gedurende het schooljaar niet tot leren kwamen. In die twee weken van de zomerschool ontstaat zó'n goede werksfeer: iedereen gaat doelgericht aan de slag, dat is geweldig om te zien. Die zomerschool is een fantastische oplossing.”

Eind goed, al goed?
In het basisonderwijs niet echt, omdat de kleuterbouwverlenging stevig in ons onderwijssysteem zit ingebakken. Die raken we niet zomaar kwijt, zelfs als we er al een goed alternatief voor zouden vinden. Maar in het voorgezet onderwijs lijken we met beperkte, praktische ingrepen mooie resultaten te kunnen boeken: het aantal zittenblijvers moet daar de komende jaren flink kunnen gaan dalen.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.