• blad nr 3
  • 7-2-2015
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Regelgeving verkleint salariskloof

Het salarisplafond van bestuurders is begin dit jaar verlaagd. Minstens zo belangrijk is de salarisindeling ónder het maximum, en de verhouding tot de rest van het personeel.

Klokslag twaalf uur op 1 januari 2015 gebeurde er iets opzienbarends. Met een tik van de wijzer zakte de beloningsgrens voor bestuurders naar een ministersloon van afgerond 178 duizend euro, inclusief onkostenvergoeding en pensioenbijdrage. Nog een flink bedrag, kun je zeggen, en voor lopende contracten geldt bovendien een royale overgangstermijn.
Maar wie de slepende discussies en het Haagse getouwtrek een beetje heeft gevolgd, duizelt het toch even. In schril contrast tot de jarenlange aanloop staat de vliegende vaart waarmee de sprong nu is gewaagd. Er kwam zelfs een extra zitting van de Eerste Kamer aan te pas in de Kerstvakantie om de verlaging van topsalarissen nog op tijd voor het nieuwe jaar in het Staatsblad te krijgen. “Dit gaat allemaal veel te snel”, stribbelden CDA, D66 en regeringspartij VVD nog tegen, maar ze troffen een vastberaden meerderheid tegenover zich. En zo is twee jaar na het invoeren van een revolutionaire, wettelijke beloningsgrens (de Wet Normering Topinkomens, Wnt) dat maximum dus al weer stevig aangescherpt. Universiteiten uitgezonderd, want die hebben op de valreep een jaar respijt gekregen.
In de marge van alle media-aandacht stond een andere koersverandering tot dusver weinig in de belangstelling. Er komt een einde aan de afzonderlijke bestuurders-cao’s en beloningscodes die de onderwijssectoren, buiten de vakbonden om, in het leven hebben geroepen. Onderwijsminister Jet Bussemaker wil alle bestuurders onderbrengen in één overkoepelend en samenhangend loongebouw, dat vanaf 2016 opgetuigd moet zijn. Ze trekt de regie naar zich toe en wil de salarisindeling per ministeriële regeling dicteren. Die salarisindeling is minstens zo belangrijk, want die moet voorkomen dat bazen van kleinere instellingen ook vrolijk naar het maximum toegroeien. Op het ministerie zijn ze beducht voor zo’n ‘opdrijvend effect’. Vorig najaar illustreerde het Onderwijsblad hoe sommige bestuurders te hoog worden ingeschaald omdat de toezichthouder vindt dat ze al meer dan genoeg in salaris hebben ingeleverd. Vrijblijvende beloningscodes laten ruimte voor gemarchandeer.

Twee ton
De nieuwe Wnt2-norm heeft de verschillen tussen de sectoren flink verkleind ten opzichte van de sectormaxima die in 2013 zijn ingevoerd. Dat is te merken in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs (verlaging van 22 duizend euro) en vooral in het wetenschappelijk onderwijs (verlaging van ruim vijftig mille vanaf 2016). Voor het voortgezet onderwijs drukt de strengere grens de top ‘slechts’ zesenhalf duizend euro. Het primair onderwijs blijft buiten schot. Daar lag de sectorgrens al onder de nieuwe Wnt-norm.
Interessant is de salarisafstand tussen de bestuurskamer en de hbo-collegezaal. Met een all-in-bedrag van 178 duizend euro als harde bovengrens inclusief pensioenpremie en onkostenvergoeding, zal het toekomstige bruto jaarsalaris éxclusief pensioen maximaal rond de 145 duizend euro liggen. In de huidige, inmiddels verouderde, hbo-beloningscode ligt die bovengrens voor de voorzitter van de grootste hogescholen nog op 161 duizend euro. Groot is vooral het verschil met exorbitante salarissen van enkele jaren terug, uit de tijd van vóór de wettelijke normering. Wie herinnert zich nog dat toenmalig voorzitter Marcel Wintels van Fontys Hogescholen vier jaar terug een slordige twee ton incasseerde aan bruto salaris? Of neem de mbo-reus Roc van Amsterdam, waar voorzitter Edo de Jaeger dankzij het overgangsrecht vasthoudt aan zijn bruto salaris van 193 duizend euro. Zijn opvolger zal het in de toekomst met zo’n vijftig mille minder moeten doen.
Zo bezien is de afstand van topsalarissen tot de werkvloer ontegenzeggelijk verkleind. Daar was ook ruimte voor, om het eufemistisch te zeggen. De meeste hbo-docenten zitten in cao-schalen 11 en 12, aldus cijfers van het ministerie. Aan de top van de loonschaal komt het bruto jaarsalaris uit rond de 63 duizend respectievelijk 71 duizend euro. Bedragen die overigens niet één-op-één te vergelijken zijn met bruto bestuursbeloningen, omdat die ook compenseren voor het ontbreken van bepaalde reguliere cao-voorzieningen en mystieke zaken als afbreukrisico.

Zegje doen
Evenwicht wordt het sleutelwoord voor het nieuwe beloningsgebouw dat ambtenaren dit jaar op het ministerie in elkaar timmeren. De komende tijd zullen allerlei partijen hun gezicht laten zien in de Hoftoren om hun zegje te doen. Ook de AOb heeft een uitnodiging gehad. De bond is altijd duidelijk geweest in haar uitgangspunt: iedereen die in een sector werkt hoort thuis in één samenhangend loongebouw, waarin de beloning van bestuurders in verhouding staat tot het salaris van onderwijspersoneel.
De onderwijsbrede vereniging van toezichthouders (VTOI), die de werkgevers van bestuurders vertegenwoordigt, is dit jaar al in Den Haag gesignaleerd. VTOI-voorzitter Pieter Hettema hoopt de minister op andere gedachten te brengen. Dat de schotten tussen de afzonderlijke sectorcodes verdwijnen, spreekt hem aan. Maar dat de minister de nieuwe salarisindeling wil voorschrijven, bevalt hem minder. “De bovengrens wordt gereguleerd, oké. Maar als de minister de salarisindeling daaronder ook wil bepalen, gaat ze op de stoel van de werkgever zitten.”
In de tussentijd ligt er voor de toezichthouders nog een klusje. De beloningscodes voor het vo, mbo en hbo sluiten sinds de jaarwisseling niet meer aan bij het verlaagde maximum. De bedragen moeten omlaag. Hettema zegt alsnog bijgestelde versies te verwachten, geldig tot eind dit jaar.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.