• blad nr 3
  • 7-2-2015
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Brede vmbo-opleiding daagt leerlingen uit

De vernieuwing van het vmbo-onderwijs wordt op de werkvloer goed ontvangen. Het onderwijs wordt breder, moderner en uitdagender. Maar is er genoeg geld voor bijscholing van de leraren?

”Er is nog geen lesprogramma, dus we moeten alles zelf maken. Dat is aanpoten, maar het vmbo-onderwijs wordt er wel moderner en uitdagender door.” Dat vinden Jos Wolters en Inge Gielen, docenten aan het Da Capo College in Sittard, van de vernieuwing van het vmbo.
Aan die vernieuwing wordt landelijk al jarenlang gewerkt, in commissies waarin ook docenten zitten. Eind vorig jaar stuurde staatssecretaris Sander Dekker de definitieve plannen naar de Tweede Kamer. Het bouwwerk van het nieuwe vmbo staat, het Haagse traject van de wetgeving kan beginnen.
De belangrijkste pijler uit de plannen is om de huidige 33 opleidingsprofielen uit het vmbo terug te brengen tot tien. Zo volgen leerlingen van de richtingen Administratie, Handel en verkoop, Handel en administratie en Mode en commercie straks allemaal het profiel 'Economie en ondernemen'. En in bijvoorbeeld de bouwsector worden Bouw, Timmeren, Metselen, Schilderen en Fijnhoutbewerking samen 'Bouwen, wonen en interieur'.
Het onderwijs in die tien profielen wordt ingericht naar de jongste inzichten. Dat was wel nodig, schrijft staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer. Want de beroepsgerichte vakken zijn sinds de invoering van het vmbo in 1999 niet of nauwelijks aangepast.
Dat beaamt Jan van Nierop, collegevoorzitter van het Da Capo College in Sittard - een van de scholen die, als pilot, al ervaring opdoet met de vernieuwingen. "Alle ontwikkelingen rond bijvoorbeeld 3D-printing - de techniek, de nieuwe kunststoffen - zaten niet in de examenprogramma's." Docent en beleidsmedewerker Jan Wolters van het Da Capo miste in zijn onderwijssector - de bouw - ook bijvoorbeeld de recente inzichten rond duurzaam bouwen.

Zonne-energie
Het invoeren van de nieuwe profielen gaat echter verder dan het moderniseren van de lesinhoud. Veel verder, zegt docent Wolters. "Als je van 33 profielen teruggaat naar tien, wordt het onderwijs breder. Je kunt je leerlingen dan ook bredere opdrachten en projecten laten uitvoeren. Bij techniek kan je de leerlingen bijvoorbeeld een voertuig laten ontwerpen dat rijdt op zonne-energie. Daarbij moeten de leerlingen, naast techniek, ook iets afweten van elektrotechniek en energie. Die lessen passen nu in het bredere profiel. Dat maakt het onderwijs leuker."
"Het onderwijs wordt afwisselender", vindt ook Inge Gielen, docent economie en ondernemen van het Da Capo. "Vroeger moest je je lessen beperken tot bijvoorbeeld alleen boekhouden. Nu kun je leerlingen een ondernemingsplan laten analyseren. Dat is veel uitdagender."
En het laatste voordeel van brede profielen is plat maar toch belangrijk, zegt Wolters: het houdt het onderwijs betaalbaar. "Wij zitten hier in een krimpgebied. Stel dat je driekwart klas Voertuigtechniek hebt en daarnaast nog 10 leerlingen Transport en logistiek. Dan heb je een probleem. Nu wordt het allemaal 'Mobiliteit en transport', en dan heb je weer een volle klas."

Scheepvaarttechniek
Binnen elk breed profiel kiezen de vmbo-leerlingen voortaan ook een aantal keuzevakken. In die keuzevakken kan worden ingespeeld op de vraag van het mbo en de regionale arbeidsmarkt. "We gaan hier in Limburg niet zo snel een keuzevak Scheepvaarttechniek aanbieden", zegt Wolters. "Dat is meer iets voor een vmbo in Rotterdam."
In zijn eigen onderwijssector, bouw, zou Wolters bijvoorbeeld de nadruk leggen op het vak onderhoud. 'In deze regio is weinig nieuwbouw, maar de bestaande gebouwen moeten wel onderhouden worden. Dus daar kunnen we mooi op inspelen."
Het gevaar van teveel regionale specialisatie is wel dat de leerlingen smal worden opgeleid, en dus moeilijk elders in het land aan de slag kunnen. Daar zijn de docenten en collegevoorzitter Van Nierop van Da Capo niet bang voor. "Vmbo-leerlingen zijn nogal honkvast", zegt Van Nierop. "Wij noemen het 'brommer-leerlingen': ze gaan op de brommer naar school en naar hun werk, en reizen geen lange afstanden voor een baan. En ze verhuizen ook niet zo snel naar een ander deel van het land."
Het voordeel van de keuzevakken is ook dat leerlingen daar dan de diepte in kunnen, vindt docent Gielen. "Een vak als boekhouden is taai en saai. Dat kan je nu uit het algemene deel van je onderwijs halen, dan hoef je niet alle leerlingen te belasten met moeilijke stof. En leerlingen die wél in boekhouden geïnteresseerd in zijn, volgen gewoon het keuzevak."
Op dit moment kunnen scholen kiezen uit een aantal standaard keuzevakken. Scholen mogen deze vakken ook zelf ontwikkelen, maar dat is iets voor later, vindt docent Wolters. "Laten we eerst het volledige programma maar eens een keer draaien, tot en met het eindexamen." En scholen kunnen hun keuzevakken ook open stellen voor leerlingen uit andere profielen, vindt Gielen. "Leerlingen die kapper willen worden, kunnen dan bij ons bijvoorbeeld een keuzevak over ondernemen gaan volgen - dat is handig als ze zelf een kapperszaak willen openen. Maar goed, dat is toekomstmuziek."

Bijscholing
Een gevolg van het invoeren van de brede profielen is wel dat docenten ook breder moeten gaan lesgeven. Dus moeten ze breder bekwaam worden, zegt Jacqueline Kerkhoffs, projectleider vernieuwing beroepsgerichte programma's van de Stichting platforms vmbo. "Een docent die nu administratie geeft, moet in het bredere profiel Economie en ondernemen bijvoorbeeld ook verkoopgesprekken kunnen beoordelen. En een docent verkoop moet iets gaan weten van boekhouden."
In hoeverre een docent echt alle kennis van een profiel in huis moet hebben, is afhankelijk van het beleid van een school. Die kan natuurlijk kiezen voor het inzetten van specialisten of generalisten. Maar een béétje generalist moet je toch al snel zijn in de nieuwe, brede onderwijsopzet, vindt Kerkhoffs: "Je kunt niet bij elke vraag van een leerling zeggen: 'Daarvoor moet je bij een collega zijn, die is er het volgende uur weer'."
Voor de bijscholing van vmbo-docenten is landelijk ruim vijf miljoen euro beschikbaar. En dat is weinig, zegt Kerkhoffs. "Als je het per school gaat omrekenen en uitkeren, blijft er bijna niets van over." Volgens haar zou het budget beter gebruikt kunnen worden voor het opzetten van landelijke scholingsprogramma's, waar alle vmbo-docenten dan gebruik van kunnen maken. "Daar wordt op dit moment binnen onze Stichting platforms vmbo ook over gediscussieerd."

Webshop
Het Da Capo biedt zelf al bijscholing aan, bijvoorbeeld op het gebied van webdesign, webshops en het bouwen van apps. En verder hoef je als leraar ook niet alles in een klasje te leren, vindt docent Wolters. "Je kunt als docent bouwtechniek bijvoorbeeld een groepje vormen met docenten uit drie andere richtingen, en dan samen opdrachten voor de leerlingen gaan maken. Dan steek je al doende veel van elkaar op - dat is toch de meest effectieve vorm van leren."
En ja, dat is veel werk. Maar dat heeft Wolters er graag voor over. 'Ik ben blij met de nieuwe structuur van het vmbo. Dit biedt echt heel veel kansen: voor de school, voor de regio en voor de leerlingen."

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.