• blad nr 3
  • 7-2-2015
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Een pijnlijke nederlaag

Het Centraal Planbureau (CPB) maakt sinds 1945 economische beleidsanalyses. Onlangs was het onderwijs weer eens de beurt. Het CPB publiceerde een rapport over zitten blijven. Dat kost geld. 73.000 doubleurs. Ongeveer 7000 euro per persoon. Dat is bij elkaar toch 500 miljoen. Elk jaar weer. En in werkelijkheid is de maatschappelijke schade nog groter. 73.000 mensen zitten langer op school en werken minder.

Inderdaad, niet echt een ingewikkeld sommetje. Maar 500 miljoen is wel een groot bedrag. Een probleem dus. Zeker, maar onderwijs kost ook gewoon geld en kinderen wandelen niet gelijkmatig langs de curves van het leerlingvolgsysteem. Groei is als liefde; het gaat in spurts. En soms staat alles even stil. Het standaardantwoord luidt dan; doe het jaar over. Verkeerd hoeft dat ook niet te zijn. Zelf doubleerde ik in de tweede klas. Ik was jong, van augustus, een zessen zeven kind. Vlak voor de laatste proefwerkweek werd mijn vader ziek. Levensgevaarlijk. De nacht dat hij werd opgehaald door de ambulance, het stormde, de pannen vlogen van het dak, een dramatische gebeurtenis. Mijn reactie was; het waait vaker, mijn vader moet eerder dood dan ik, dit is normaal, niks aan de hand, ik voel me prima. Een vergissing. Ruim een week later stond op mijn rapport geen enkele voldoende. Ik liet het papieren faalbewijs in het ziekenhuis aan mijn vader zien. Hij zei; geeft niks, ik word beter en jij wordt hier ook beter van. En zo geschiedde. Het jaar daarna schoot ik als het sprintkanon Usain Bolt uit de startblokken. Op mijn eerste rapport regende het negens. Ik beleefde een doorbraak.

Zitten blijven moet een incident zijn. Omdat er even iets mis gaat. Maar zo is het al lang niet meer. Volgens de inspectie neemt het aantal zittenblijvers sinds 2008 toe. 22% van alle vijftienjarigen heeft ooit een jaar overgedaan. In de bovenbouw van het vo is vier havo een slagveld. 18% doubleert. Daar bovenop stroomt ook nog een deel af . Hoe kan dit?

Scholen hebben de afgelopen jaren de organisatie van het afrekenen geperfectioneerd. Om zo de examenresultaten, het schoolrendement, op te schroeven. Dus acht weken les, een toetsweek, strengere overgangsnormen vanwege de strengere examennorm, dat werk. Maar een vijftienjarige havo leerling in een aula of gymzaal bevragen met oude examenopgaven over grote stukken leerstof, het is even wennen. Pas na een paar vernietigende rondes ontstaat een gevoel van urgentie. De kandidaat gaat gericht aan het werk en strandt uiteindelijk in een woud van vijfkommavieren. Net niet dus. Voor een lerarenvergadering een hamerstuk. Kansloos. Doe jij het jaar maar over, prutser.

En dan is er nog een nederlaag. Een uiterst pijnlijke. Want terwijl jij en ik collaboreren met het afknallen van weerloze pubers, werkt die vreselijke VO-raad aan een oplossing. De zomerscholen. Afvallers krijgen in juli twee weken extra les. Na een paar toetsen worden vijven zessen. En inderdaad, van leren komt nog steeds niks. Maar het zinloos en peperduur doubleren stopt. Kortom, zo moet het dan maar. Fraai is anders.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.