• blad nr 13
  • 1-7-2000
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

ŒHet wordt steeds gekker¹, briesen de universiteiten 

Mastersopleidingen in de toekomst ook bij hogescholen

Hogescholen streven al meer dan tien jaar naar de mogelijkheid om wettelijk erkende mastersopleidingen in te voeren. Universiteiten verzetten zich daar tot nu toe met succes tegen. De invoering van de bachelors- en mastersgraden, zoals in Europa is afgesproken, biedt nieuwe kansen om de mastersopleidingen in het hbo op de kaart te zetten. Een rapport daarover van een werkgroep van de Hbo-raad maakte de universiteiten meteen weer laaiend.

Gehuld in toga en baret kregen zeventien studenten van het Utrecht University College eind mei hun bachelorsgraad uitgereikt. Een hoop kouwe drukte, zo te zien, om een titel die in feite op de internationale markt net zo veel waard is als een hbo-diploma.
Natuurlijk was deze diploma-uitreiking in de Domkerk wel een feestje waard, simpelweg omdat het de eerste keer is dat een Nederlandse instelling officieel zo¹n graad uitdeelt. Het is immers de enige op Engelse leest geschoeide opleiding in het hoger onderwijs, die twee jaar geleden werd opgezet door professor Hans Adriaansens.
Als lid van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid stelde hij al in 1995 voor om over te stappen op dit Angelsaksische model, maar zijn plannen werden door de politiek en de universiteiten weggehoond. Om te bewijzen dat het kon en zin had, begon Adriaansens toen maar zelf een experiment om zijn gelijk te bewijzen. Gelijk kreeg hij, want inmiddels koerst het hele Nederlandse hoger onderwijs aan op een bachelor/mastermodel.
Een eigentijds diploma², zei de in de Domkerk aanwezige topambtenaar J. van Velzen bij de uitreiking. Want Nederland heeft met 28 andere Europese landen gekozen voor invoering van bachelors- en mastersdiploma¹s in het hele hoger onderwijs. Alle Nederlandse hogescholen en universiteiten bereiden die verandering momenteel voor², sprak Van Velzen welgemoed.
De praktijk is alleen een stuk weerbarstiger dan die eenvoudige aankondiging. Over de precieze manier van invoeren van bachelors- en mastersgraden in het hoger onderwijs woedt een heuse veldslag in het hoger onderwijs. Half juni verscheen een advies van de werkgroep bachelor-master van de Hbo-raad dat grote opschudding bij de universiteiten teweegbracht omdat de hogescholen het recht op beide titels claimen. Ze willen èn bachelors opleiden èn ook mastersgraden uitreiken, terwijl de universiteiten vinden dat zij het alleenrecht hebben op het opleiden tot dat hogere mastersniveau.
Het komt er anders op neer dat de 55 hogescholen allemaal universiteit willen worden¹, schamperde de voorzitter van de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten, Rien Meijerink, in de Volkskrant. ³Meijerink vertolkt met zijn reactie de onderbuikgevoelens van de universitaire wereld², vindt Ariejan Peters, voorzitter van de werkgroep.

Barstjes
Het advies van de werkgroep komt niet uit de lucht vallen. Al meer dan tien jaar zijn de hogescholen bezig om zich een betere positie te verwerven, eentje waardoor zij zich kunnen meten met de andere poot van het hoger onderwijs. De wet maakt op dit moment nog een streng onderscheid tussen hogescholen en universiteiten, wat in het beleidsbargoens het binair stelsel is gaan heten.
Hbo en universiteit hebben elk hun eigen vooropleiding - havo en vwo ­ en een eigen taak: beroepsopleidingen en wetenschappelijk onderwijs. En, niet te vergeten, eigen titels: ing. en het door niemand gebruikte baccalaureus voor het hbo, doctorandus, meester en ir. voor de universiteiten. Een hbo¹er die naar het buitenland gaat mag zich bachelor noemen, een afgestudeerde van de universiteiten kan master op zijn visitekaartje voor internationale relaties zetten.
Zo bezien lijkt de wereld overzichtelijk, maar in dat beeld zijn allemaal barstjes en scheuren ontstaan. Hogescholen bieden al bijna tien jaar eigen mastersopleidingen aan voor de goede studenten. Zij laten die opleidingen accrediteren bij een Engelse universiteit en halen zo een internationale academische graad binnen hun pakket. Inmiddels zijn er al zestig van dat soort officieuze mastersopleidingen, die in een grote behoefte voorzien bij studenten die een gerichte vervolgopleiding willen.
Formeel gezien zouden de masters van deze hogescholen hun Engelse bul kunnen omruilen voor een Nederlandse doctorandustitel. De U-bocht-constructie¹ wordt deze opleidingsroute daarom ook wel genoemd, alleen heeft nog niemand gebruik gemaakt van dat recht. Gewoon, omdat je met een masters overal op de wereld terecht kunt en buiten Nederland geen enkele werkgever weet waar de afkorting drs. voor staat.
De universiteiten kijken een beetje neer op deze praktijken, maar maken zich intussen ook zelf schuldig aan titelvervuiling. Ook zij bieden op steeds grotere schaal mastersopleidingen aan. Het is een beetje vreemde constructie, want dubbelop. Een doctorandus is immers al master.
Daarnaast zijn er tussen studies uit de twee poten van het binaire stelsel opmerkelijke niveauverschillen. Zo staat de opleiding medisch beeldvormende en radiologische technieken in het hbo in hoog aanzien omdat deze zich qua niveau met menige academische opleiding kan meten. Omgekeerd zijn er academische opleidingen - Europese studies bijvoorbeeld - die ook binnen de academische wereld als eenvoudige beroepsopleiding worden gezien.
Tijd dus voor een nieuwe ordening in de chaos. Het Angelsaksische model leent zich daar prima voor, is inmiddels de heersende opvatting in het hoger onderwijs. In Engeland en de Verenigde Staten bestaat een academische studie uit een bachelorfase van drie jaar, een brede academische opleiding. Gevolgd door een masterfase van een, twee of soms zelfs drie jaar die wordt afgesloten met een scriptie. Echte wetenschappers stomen door naar het PhD, de promotie. Vorig jaar hebben 29 Europese landen op een onderwijstop in Bologna besloten om hun hoger onderwijs zo om te bouwen dat het past in dat bachelor/mastermodel.

Herkenbaar
Voor Nederland lijkt dat op het eerste gezicht een fluitje van een cent. Hogescholen kunnen opleiden tot bachelorsniveau, waarbij mbo¹ers en vwo¹ers in drie jaar de opleiding afronden en havisten vier jaar krijgen voor diezelfde studie om zo het jaar korter op de middelbare school te compenseren. Universiteiten hakken hun studies in tweeën en bieden in eerste instantie een bachelorsgraad aan van drie jaar, vergelijkbaar met het oude kandidaats, waarmee hun studenten ook de arbeidsmarkt op kunnen. Daarbovenop komen mastersopleidingen die alleen toegankelijk zijn voor geselecteerde kandidaten. Het ligt voor de hand dat deze opleidingen vaker dan nu duaal worden aangeboden, zodat studenten werk en studie kunnen combineren. Vanzelfsprekend kunnen èn hogescholen èn universiteiten zulke opleidingen aanbieden, zou je op het eerste gezicht denken. Waarbij de universiteiten in het voordeel zijn omdat zij al veel langer en veel meer mensen tot het mastersniveau brengen.
Maar in plaats van deze bijna natuurlijke gang van zaken ontwikkelt zich een partijtje vrij worstelen over de verdeling van de bachelors- en mastersopleidingen. Het advies Hogescholen internationaal herkenbaar van de werkgroep bachelor-master van de Hbo-raad zet alle argumenten daarvoor nog eens op een rij, waarbij vooral de steeds internationalere kennisindustrie een rol speelt. Willen Nederlandse hoger opgeleiden zich op die markt soepel kunnen bewegen, dan moeten ze een herkenbare opleiding en titel hebben. Ook de bestaande mastersopleidingen van de hogescholen zouden geruisloos in het nieuwe stelsel ondergebracht kunnen worden, zo stellen de auteurs. Door in de titulatuur onderscheid aan te brengen tussen professional masters (hbo) en andere - universitaire - masters zou Nederland opnieuw verwarring scheppen.
Het advies viel volkomen verkeerd bij de universiteiten. Door alles maar door elkaar te klutsen zou het wel eens kunnen dat er havisten op de universitaire mastersopleidingen terechtkomen. Zo wordt het steeds gekker¹, brieste VSNU-voorzitter Meijerink in de Volkskrant. ŒHet hbo kiest een oplossing en al het andere moet daaraan worden aangepast. Het onderscheid tussen havo en vwo is juist bedoeld om leerlingen specifiek voor te bereiden of hbo of universiteit.¹
In Engeland is die discussie allang achter de rug. Bij de start van het cursusjaar in 1992 vierden alle polytechnics U-day. Omdat ze zich na een jarenlange emancipatiestrijd eindelijk universiteit mochten noemen.
Die emancipatiestrijd van de hogescholen is niet zo relevant², vindt Ariejan Peters, behalve voorzitter van de hbo-werkgroep bachelor-master ook voorzitter van het CvB van de Hogeschool Enschede. ³Als je in termen van democratisering spreekt, gaat het om democratisering van de kennis. Willen we in een kenniseconomie onderzoeksgebonden kennis alleen aanbieden op academische instellingen of overal in het hoger onderwijs?²
Het stoort Peters dat de universiteiten zich zo behoudend opstellen als het gaat om de plaats waar mastersopleidingen straks officieel mogen worden aangeboden. Hij vindt dat het niet moet uitmaken waar mastersopleidingen terechtkomen. ³Daarom voelen wij veel voor het Duitse model. Daar zijn universiteiten en Fachhochschulen, met daarboven een onafhankelijke accrediteringsraad die op basis van kwaliteit bepaalt welke opleiding welke bachelors- of mastersstudies mag aanbieden.² Historie of status spelen daar geen rol meer bij de toekenning.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.