• blad nr 13
  • 1-7-2000
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Rotterdam maakt toetsresultaten openbaar

De gezamenlijke Rotterdamse schoolbesturen hebben besloten de resultaten van de eindtoets basisonderwijs openbaar te maken. ³Wij vinden als Rotterdamse scholen dat het in deze tijd past om je publiekelijk te verantwoorden over de resultaten. Vandaar dat we nu gezamenlijk met alle uitslagen naar buiten komen², zegt Theo Nelen, secretaris van Fokor, het samenwerkingsverband van alle besturenorganisaties.

Rotterdam is daarmee de eerste grote stad die alle Cito-scores publiceert, nadat vorig jaar openbare scholen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur werden gedwongen hun gegevens openbaar te maken.
Volgens Nelen is het niet mogelijk om op basis van de publicatie conclusies te trekken over de kwaliteit van afzonderlijke scholen. ³Achter de cijfers gaat altijd een verhaal schuil. Je kunt met deze lijst van Cito-resultaten niet zeggen of het een goede of een slechte school is. Het kan om een hele goede of een slechte lichting leerlingen gaan, net als bij wijn. Pas na drie jaar vallen serieuze trends te signaleren en verklaringen te zoeken waarom sommige scholen consequent beter of slechter dan het gemiddelde scoren.²
Het initiatief om publiekelijk verantwoording af te leggen maakt deel uit van de plannen in Het Rotterdams Onderwijsmanifest om de kwaliteit van de scholen de komende jaren verder te verbeteren. Daarin is als streven vastgelegd dat binnen vijf jaar tachtig procent van alle leerlingen in Rotterdam het landelijk gemiddelde haalt van de score in hun scholengroep. Scholen kunnen de gegevens nu zelf gebruiken om te kijken hoe zij er ten opzichte van vergelijkbare scholen uitkomen.
Naar aanleiding van de publicatie valt al wel iets te zeggen over de gemiddelde scores van alle scholen of groepen scholen. De resultaten van de Rotterdamse scholen liggen met 529,1 beneden het landelijk gemiddelde van 534,2. De oorzaak daarvan is bekend: in Rotterdam staan relatief veel achterstandsscholen, met een grote groep kinderen wier ouders een lage opleiding hebben. Als de resultaten van Rotterdamse scholen worden vergeleken met scholen die ongeveer dezelfde leerlingbevolking hebben, zijn de verschillen minder groot. Het Cito brengt scholen voor zo¹n eerlijker vergelijking onder in zeven schoolgroepen¹ met meer of minder achterstandsleerlingen.

Islamitische scholen
Rotterdamse scholen met geen tot weinig achterstandsleerlingen scoren zelfs hoger dan het landelijk gemiddelde. Scholen met vrijwel uitsluitend achterstandskinderen liggen met een score van 525,6 zeer dicht bij het landelijk gemiddelde van 526,7. Het grootste verschil doet zich voor bij basisscholen met maximaal een kwart achterstandskinderen. Terwijl landelijk de score bij deze groep op 532,6 uitkomt, ligt deze in Rotterdam ruim drie punten lager op 529,4.
Binnen elke scholengroep zijn de verschillen echter zeer groot. Er zijn scholen ver boven en ver onder het gemiddelde. Toch valt hieruit niets af te leiden over de kwaliteit van een afzonderlijke school. Het kan gaan om incidentele mee- of tegenvallers. Ook is het mogelijk dat er verklaringen zijn voor een tegenvallend resultaat, zoals een sterk wisselende schoolbevolking of een plotselinge instroom van immigranten. Opvallend is dat islamitische scholen het relatief goed doen ten opzichte van andere zwarte scholen.

Gemiddelde score eindtoets 2000, totaal en per schoolgroep
Rotterdam Nederland
aantal scholen score score
Schoolgroep 1   7 541 536,6
(100% 1.0- leerlingen)
Schoolgroep 2  12 536,6 536
(76-99% 1.0- leerlingen)
Schoolgroep 3  23 533,9 534,6
(51-75% 1.0-leerlingen)
Schoolgroep 4  10 529,4 532,6
(0-25% 1.9-leerlingen)
Schoolgroep 5  35 529,7 530,7
(26-50% 1.9-leerlingen)
Schoolgroep 6  33 527,5 529
(51-75% 1.9-leerlingen)
Schoolgroep 7  71 525,6 526,7
(76%-100% 1.9-leerlingen)
Totaal 191 529,1 534,2

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.