• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Het taakbeleid loopt gierend uit de hand 

Kijk, het past!

Is het een bureaucratisch harnas, of een oplossing voor de werkdruk? Helaas, zeggen de critici, heeft het taakbeleid vaak niets meer te maken met de werkelijkheid. “Ik ben veertig uur bezig met mijn mentoraat, daar staat maar twintig uur voor, omdat anders de nieuwe activiteiten niet in het schema passen.” Alternatieven? Adviezen? Teams moeten hun prioriteiten stellen, terug naar de corebusiness!

Sinds de invoering van de lumpsumfinanciering bedenken besturen steeds meer activiteiten om de school aantrekkelijker te maken. Is uw kind hoogbegaafd? Wilt u digitaal meekijken naar de vorderingen van uw oogappel? Extra vakken, reisjes of activiteiten? Kom bij ons! Alleen, hoe krijgen we dat in de normjaartaak? Heel eenvoudig. Je halveert het aantal mentoruren, of brengt steeds meer werkzaamheden onder bij ‘lesgebonden taken’ en kijk, het past!
“Er zijn veel weken met piekbelasting. Sinterklaas, de kerstviering, rapportbesprekingen, de Cito-toetsen. Dan denk je: o ja, ik moet ook nog lesgeven en dus voorbereiden.” Marjolein Zwik (48) geeft les op een basisschool in Zoetermeer. Omdat ze zich ergerde aan het toenemende aantal taken dat in het taakbeleid wordt gepropt, ging ze het allemaal eens uitrekenen. In haar stuk ‘Flipping de normjaartaak’ (op de site wij-leren.nl) rekent ze voor waarom het niets met de werkelijkheid te maken heeft. “Je bent vanaf 8 uur ‘s morgens de hele dag aan het werk en toch blijft er minder dan anderhalf uur over om de lessen inhoudelijk voor te bereiden en het werk na te kijken. Dat is niet goed voor de kwaliteit van de lessen.”
“Als een ouder naar mij toe komt, ga ik niet zeggen: Ik heb mijn uren voor oudergesprekken er al op zitten. Beleidsmakers tonen weinig vertrouwen in ons als ze elk kwartier vastleggen. Volgens staatssecretaris Dekker kunnen vakleerkrachten het werk ontlasten. Maar door de rekenmethode in de normjaartaak worden die uren voor bijvoorbeeld gym afgetrokken van de lessen en moeten leerkrachten die tijd compenseren door in te vallen.” Ze vindt het raar dat iedere school zelf uitmaakt wat er onder lesgebonden taken valt, daardoor kunnen er grote verschillen ontstaan. “Volgens de nieuwe cao hebben we een 40-urige werkweek, maar als de taken hetzelfde blijven heb je daar niets aan. Het moet wel gebeuren en er wordt van uitgegaan dat je overal aan meedoet. Sportdag, Kinderboekenweek, de schoolwebsite, de schoolschoonmaak. Welke ambtenaar of kassière komt ‘s avonds terug om zijn werkplek een grote schoonmaakbeurt te geven? Op die manier wordt er roofbouw gepleegd op professionals die dan als amateur allemaal klussen doen. Tegelijkertijd wordt er meer kwaliteit gevraagd, er wordt meer getoetst en dus ook meer geanalyseerd.”
Zwik zegt veel instemmende reacties te krijgen van collega’s. “Het stuk is door 55.000 lezers bekeken, dus het leeft enorm. Ook op Facebook en op Twitter is het heel veel gedeeld.”

Focus op lesinhoud
In het voortgezet onderwijs kan de leerling nog veel meer kiezen. Saar Postma (30), docent Nederlands op een lyceum in Haarlem vermoedt dat zo’n normjaartaak juist uitnodigt om allerlei extra’s te doen. “Iemand heeft nog een gat van twintig uur, dan kan er in die tijd mooi een activiteit gepland worden. Terwijl de kernvraag zou moeten zijn: Waarom zijn de leerlingen op school? Laten we focussen op de lesinhoud. Er wordt al zoveel extra’s gedaan.”
Het taakbeleid was al ingevoerd toen zij in 2011 les ging geven. “Als beginnend docent maak je allerlei fases door. Er komt veel op je af, je hebt de neiging overal enthousiast ‘ja’ op te zeggen, van slingers ophangen tot mentoraat van de brugklas. Langzaam dringt het tot je door dat er voor bepaalde taken ook uren staan.” Inmiddels weet ze dat er altijd een grijs gebied blijft van dingen die moeten gebeuren maar niet ondergebracht zijn in het taakbeleid. ”Dan zijn het altijd weer de goedzakken die dat op zich nemen en het niet in uren declareren, terwijl anderen van ieder wissewasje een enorme heisa maken. Dat soort dingen veroorzaakt natuurlijk frictie.” Waar Postma zich aan ergert zijn de plotselinge hypes die vaak uit de politiek afkomstig zijn. “Het verplichte antipestbeleid, meer aandacht voor talent, de reken- en taaltoets. Dat wordt dan van bovenaf gedropt en wij zitten onderaan de keten en moeten het allemaal uitvoeren. Terwijl die tijd beter gebruikt kan worden voor verbetering van de lessen.” Volgens haar kan het taakbeleid net zo goed afgeschaft worden, aangezien het hier toch om een soort schijnwerkelijkheid gaat. ”Er wordt bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt naar schoolvak. Maar het is duidelijk dat een docent die grote nakijkklussen heeft veel harder moet werken dan anderen. Als je dan toch taken wilt verdelen, dan moet je het ook goed doen.”

Keuzes maken
In de nieuwe wet onderwijstijd wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen lestijd en onderwijstijd. Dat betekent dat iedere school opnieuw moet definiëren wat een les is, voordat het taakbeleid wordt gemaakt. Bij enkele scholen wordt het huidige maximum van 750 lesuren helemaal losgelaten, alleen de jaartaak van 1659 uur telt nog. Sommigen vrezen dan een totale chaos. Zo vindt Sandra Hoedeman, tegen de trend in, dat er veel meer landelijk vastgelegd moet worden. “Ik vind het raar dat er op de ene school twintig uur voor het mentoraat staat en op de andere veertig.”
Hoedeman geeft al 29 jaar les, momenteel in de bovenbouw van een havo/vwo, maar ziet de werkdruk steeds meer toenemen. Op de website van Beter Onderwijs Nederland (BON) schreef ze een artikel waarin ze pleit voor een strakker model, waardoor scholen gedwongen worden om keuzes te maken. “Voor alles wordt nu minder tijd uitgetrokken, omdat er steeds meer taken zijn en indertussen zijn de klassen ook groter geworden. Een klas met 30 tot 32 leerlingen is erg intensief, maar er staat geen compensatie tegenover via het taakverdelingsmodel. Er zijn docenten met kleine vakken, zoals Grieks, die groepen van acht leerlingen hebben. Ik heb 240 leerlingen, ik kan niet met al die leerlingen een gesprek voeren. Dan wordt er gezegd: Je moet differentiëren. Helaas leent ons gebouw zich daar helemaal niet voor. We hebben nu ook expeditieonderwijs. Groepjes leerlingen die druk zijn voor een project in het buitenland. Die moeten door docenten begeleid worden. Daar leren ze heel veel van, dat geldt bijvoorbeeld ook voor de musical en voor de examencommissie. Maar het is wel onderwijstijd en uiteindelijk leren ze in die tijd geen Engels, want bij sommigen vallen er heel wat lessen uit en ik zit met de exameneisen.”
Ze vergelijkt het taakbeleid met een waterbed: als er ergens iets bijkomt, gaan er van een andere taak uren af, terwijl het werk hetzelfde blijft.

Prioriteiten en dilemma’s
Wat doe je tegen een overvol taakbeleid? AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen denkt dat teams bij elkaar moeten komen om een prioriteitenlijst te maken. “Dan kom je voor moeilijke dilemma’s te staan, maar er moeten keuzes gemaakt worden. Wat is belangrijk? Als huisbezoek bijvoorbeeld belangrijk is, moet je andere taken laten vallen. De medezeggenschapsraad moet dat dan overnemen, want die moet het taakbeleid goedkeuren.”
De PO-raad (werkgevers) wilde én geen taakbeleid én geen 40-urige werkweek. “Wij vonden dat je met 1659 uur als enige norm snel het overzicht kwijt bent. Nu kun je aangeven hoeveel je hebt overgewerkt, zodat je dat de week erop weer kunt compenseren.”
Marjolein Zwik denkt dat het al veel uitmaakt als er extra vakleerkrachten worden ingezet. “Kijk naar Finland, daar gaan de leerlingen 600 uur naar school, bij ons is dat 1000. ‘s Middags nemen de vakleerkrachten het over.”
Ook de VO-raad wil vrij spel. Om af te komen van het maximum van 750 contacturen moet de twee derde meerderheid van het personeel die nodig is om het taakbeleid te veranderen, verdwijnen. Volgens AOb-bestuurder Ben Hoogeboom wordt de druk om meer lessen te geven steeds groter. “Met de invoering van de nieuwe wet onderwijstijd staat het begrip ‘les’ op losse schroeven. Onderwijs is natuurlijk veel meer dan alleen lesgeven. Inmiddels heb je e-learning en worden docenten aangespoord om na te denken over andere lesvormen. Als vakbond moeten we drempels opwerpen tegen overladen roosters. Daarom is zo’n twee derde meerderheid belangrijk bij veranderingen en moeten we bijvoorbeeld eisen dat er alleen nog bevoegde en bekwame docenten lesgeven. Die kunnen dan zelf hun prioriteiten bepalen.”
In de cao-vo is een werkdrukvermindering van vijftig uur opgenomen, personeel kan die zelf invullen. Probleem is alleen dat docenten het vaak te druk hebben om met elkaar stelling te nemen tegen een overladen programma. “Toch moet er in zo’n geval een discussie gevoerd worden over de prioriteiten en de besteding van de middelen. Komen die wel ten goede aan het primaire proces? Ik zou zeggen: terug naar de corebusiness, houd eens op met al die reisjes!”

Beschermen
Tegen een bestuur in Leiden, dat in 2012 het aantal lessen uitbreidde ten koste van de deskundigheidsbevordering, werd wel door het personeel actie gevoerd. De MR had ermee ingestemd zonder twee derde meerderheid. Door een handtekeningenactie werd het besluit weer teruggedraaid. Sectorbestuurder Jan Menger was er nauw bij betrokken. “We zijn daar nu nog met de nasleep bezig vanwege de compensatie van de teveel gewerkte uren.” Hij maakt als rayonbestuurder ook scholen mee waar het wél goed gaat. “Ik ken directies die voor hun taakbeleid juist een groot draagvlak willen onder het personeel, 80 tot 90 procent. Dus het kan wel.” Hij raadt teams aan om niet zomaar mee te gaan in nieuw beleid. “Als de gevolgen onduidelijk zijn, neem dan contact op met de AOb.”
Sandra Hoedeman wil het liefst dat er veel meer in de cao wordt opgenomen dan nu. “Personeel moet beschermd worden tegen directies die niet kunnen kiezen. Nu stemt de MR in met een taakbeleid, maar de invulling wordt overgelaten aan de directie.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.