• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

Een methodiek die uitgaat van de nieuwsgierigheid van kinderen 

‘Het moet gaan borrelen, en soms lukt dat’

Leerkrachten van de Bredeschool Academie in Utrecht krijgen veel tijd om samen naschoolse lessen begrijpend lezen voor te bereiden. Kinderen met een taalachterstand gaan met sprongen vooruit.

De schoonmaker mopt de gang. Het schoolplein is leeg. Het is half vier geweest. Toch zijn er nog kinderen aan het werk in twee lokalen van de Anne Frank-school in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. In een carré van houten tafels, vol kranten en tijdschriften, hebben vijftien zevendegroepers van vooral Turkse en Marokkaanse afkomst hun dagblad breed voor zich uit geslagen. Het AD en jongerenkrant 7Days zijn favoriet. Juf Yaëlle van de Stolpe leest zelf de Volkskrant. Ze draagt een zwart colbert en een zwarte zonnebril in het haar.
Er knispert eens een pagina bij het omslaan. Er schuift een stoel. Het is de sfeer van een leestafel in een bibliotheek of, gezelliger, een café. Want de kinderen happen ook gedachteloos van hun boterham. En de voorbije schooldag wordt tussentijds besproken.
“Als je de achtergrond van deze kinderen kent, dan is dit een spectaculair beeld”, zegt Arjen Scholten. “Ze zijn thuis totaal onbekend met het lezen van een krant. Laat staan dat ze erover praten.”
Scholten draagt Nikes en een baardje. Hij heeft vijf jaar geleden de Bredeschool Academie opgezet. Verspreid over locaties in zes Utrechtse achterstandswijken volgen in totaal 330 leerlingen naschoolse lessen, vanaf groep 6 tot in de eerste klassen van de middelbare school. De gemeente Tiel heeft het concept een jaar geleden gekopieerd, zegt Scholten. Zaanstad en Antwerpen volgen binnenkort.

Taalarm milieu
Kinderen op de Bredeschool Academie komen binnen met een hoge Cito-score op rekenen (landelijk bij de beste 25 procent) en een ondermaatse score op begrijpend lezen (op of onder het landelijk gemiddelde, maar niet bij de zwakste 10 procent). Scholten: “Die discrepantie tussen taal en rekenen zegt iets over de mogelijkheden van deze kinderen, juist omdat ze uit zo’n taalarm milieu komen.”
Dat blijkt. De eerste groepen leerlingen gingen vanaf het schooljaar 2010/2011 in begrijpend lezen sterk vooruit: van benedengemiddeld (percentielscore Cito onder 50) naar het beste kwart van Nederland (percentielscore 79). In woordenschat was geen verbetering meetbaar.
‘Lekker makkelijk’, zeggen mensen wel eens tegen Scholten, ‘jij werkt met gemotiveerde kinderen, in kleine groepen. Jouw leerkrachten besteden bijna de helft van hun werktijd aan voorbereidingen. Niet gek dat je zulke mooie resultaten boekt.’
Toch, zegt Scholten, zit het succes niet in de strenge selectie of het geringe aantal lesuren. Of in elk geval: niet alléén daarin. Hij gelooft in zijn methodiek die uitgaat van de nieuwsgierigheid van kinderen. In een resultaatgerichte aanpak. En in een stimulerende omgeving, waarin leerkrachten met collega’s samenwerken aan de inhoud van hun vak. Scholten selecteert ook op ambitie, doorzettingsvermogen en nieuwsgierigheid. Leerkrachten of interne begeleiders hebben kinderen op hun ‘houding’ gescreend. En ze zijn met hun ouders op sollicitatiegesprek geweest. “Begrijpend lezen is de sleutelvaardigheid om in het voortgezet onderwijs goed vooruit te kunnen”, zegt Scholten. “Maar om het vwo te halen hebben deze kinderen ook een goede houding nodig.”
Leerkrachten van de Bredeschool Academie bereiden lessen voor in kleine zelfstandige groepen, dagelijks tussen 13.00 en 15.00 uur. Van 15.30 tot 17.00 uur staan ze voor de groep.

Ademen
Scholten gruwt nog van de teamvergaderingen die hij vroeger heeft moeten uitzitten over sinterklaas of het traktatiebeleid. Op de Bredeschool Academie gaat overleggen anders. In een kantoorpand in de Utrechtse wijk Overvecht zitten leerkrachten rond laptops in groepjes bijeen. Er klinkt jazzmuziek. “Mensen moeten kunnen ademen”, zegt Scholten. Hij zal het vier keer herhalen.
Vrij ademen, waarschuwt Scholten, is niet ‘je eigen gang gaan’. Vrijheid voor het team? Experimenteren in de klas? De directeur vreest verkeerde associaties: “Zelfregulerende teams zijn een van de grootste mislukkingen in het onderwijs. En dat wil wat zeggen. Zo werkt het hier niet.”
Scholten zelf zat in de jaren zeventig op een basisschool in Papendrecht waar topografie en spellingonderwijs waren afgeschaft. “Het was de tijd van mijn leven”, zegt hij. “Maar ik heb van die school lang last gehad. Ik kwam in de brugklas onbeslagen ten ijs.”
Leerkrachten op de Bredeschool Academie maken hun eigen lessen, maar wel binnen een vast curriculum en met vaste taken die op A4’tjes aan de muur zijn geplakt. De één kiest deze week een tekst uit. Een ander gaat op zoek naar moeilijke woorden. Een derde bepaalt met welk ‘eigen onderzoek’ kinderen na het lezen aan de slag gaan en een ‘kwaliteitscontroleur’ bewaakt ‘het proces’.
De Bredeschool Academie nodigt experts uit. Docenten lezen vakliteratuur. En wat bedacht en besproken is, wordt getest in de klas. Welke vragen moet je stellen bijvoorbeeld om een goed gesprek te voeren over een tekst? “Het op gang brengen van kwalitatief hoogwaardige interactie is hondsmoeilijk”, zegt Scholten.

Microben
Juf Yaëlle heeft strategieën getest uit Teach Like a Champion, het boek van Doug Lemov. Flitsbeurten bijvoorbeeld, waarbij iedereen aan bod komt, niet alleen kinderen die hun vinger opsteken. En ‘weet niet, geldt niet’, waarbij leerlingen die een vraag eerst niet konden beantwoorden, het juiste antwoord van een klasgenoot herhalen.
Voordat juf Yaëlle op de Bredeschool Academie aan de slag ging, werkte ze zeven jaar in de bovenbouw van het regulier basisonderwijs. Ze zegt: “Ik zou niet zomaar terug willen. Het is heerlijk om de tijd te hebben voor voorbereidingen en je eigen ontwikkeling.”
Inspirerende teksten kiezen is een belangrijke doelstelling van de middagvergaderingen. Zoals laatst, zegt Yaëlle, de tekst over microben in je lichaam, naar aanleiding van de opening van Micropia in Artis: “Heb je het niet gezien, bij De Wereld Draait Door? Dat we maar een derde zien van alles wat er op aarde leeft? En dat je die microben bij elke handdruk aan elkaar overbrengt? Zo’n onderwerp prikkelt je als leerkracht. Vandaaruit kunnen goede lessen ontstaan.”

Groepsdiscussie
De zevendegroepers op de Anne-Frank hebben twintig minuten zitten lezen. Juf Yaëlle vraagt ze om één artikeltje kort samen te vatten, steekwoorden op te schrijven of belangrijke passages aan te strepen in de tekst. Voordat de groepsdiscussie start, vertellen de kinderen elkaar over wat ze zojuist hebben gelezen. “Ik vind het belangrijk dat je goed snapt waar het artikel over gaat”, zegt juf Yaëlle. “Dus vraag door als je iets niet snapt.”
Kinderen op de Bredeschool Academie werken op hun eigen school met de methode Nieuwsbegrip. Toch draait het niet om toepassing van ‘Nieuwsbegripstrategieën’, zoals het voorspellen van de tekstinhoud of het stellen van vragen vooraf. “Die strategieën zijn nuttig”, zegt Scholten, “maar uit onderzoek blijkt dat kinderen ze niet toepassen op andere teksten. Wij willen teksten zo interessant maken dat kinderen vanuit zichzelf gemotiveerd zijn om exact te begrijpen wat er staat.”

Ebola
Na een paar minuten kletsen in duo’s opent juf Yaëlle het klassikale gesprek. Ze stelt vragen: “Ik zag dat heel veel kinderen de krant hadden opengeslagen bij het verhaal over ebola. Ayoub, wil jij even heel kort vertellen waar het over ging? En Yasmin, jij maakte je zorgen over ebola, stelde dit bericht jou gerust? Oualid, wat vond jij heel interessant?”
Stukje bij beetje reconstrueren de kinderen het verhaal. Ayoub heeft gelezen dat ebola niet meer voorkomt in Senegal en Nigeria. Yasmin vertelt dat Nederlandse deskundigen zeggen “dat je niet bang hoeft te zijn”. Het oog van Oualid is gevallen op de sterftekans van “70 tot 90 procent”.
Juf Yaëlle gaat door met vragen. Waarom is die sterftekans zo hoog? Door een gebrek aan vaccin. Maar wat is een vaccin? Er ontspint zich een discussie, waarin de werking van het immuunsysteem de revue passeert. De les over micro-organismen, naar aanleiding van Micropia, komt van pas. “Het moet gaan borrelen”, heeft juf Yaëlle gezegd voordat de les begon. “Dat lukt niet altijd. Maar in elk geval moet je niet vragen: ‘Vertel eens wat je hebt gelezen’. Dan komen kinderen met een verhaal over een man die driehoog-achter dood is gevonden in Amsterdam. Met zo’n onderwerp haakt iedereen snel af.”
Hoe het wél gaat borrelen? Soms, zegt Scholten, zijn kinderen uit zichzelf gemotiveerd om het naadje van de kous te willen weten. “Maar je kunt die motivatie ook oproepen. Dat doen we in het onderwijs veel te weinig.”
Scholten toont een pakket A4’tjes met mummies voorop. Who owns the dead staat erop. “Mummies zijn sowieso een aansprekend onderwerp”, zegt Scholten. “Maar wat telt is de uitwerking. Je moet kinderen niet vertellen hoe het zit. Laat ze niet de piramide geel kleuren en de sfinx blauw. Ga de discussie aan. Dode mensen tentoonstellen, wat vinden jullie daarvan? Mag dat eigenlijk? Het is mooi om te zien hoe kinderen met deze achtergrond over zo’n onderwerp aan het debatteren gaan.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.