• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Na de dood

Diana denkt dat ze na haar dood terugkomt als iets anders. Als wat? Dat weet ze niet. Ze heeft geen voorkeur. Paard, spin, eekhoorn? Weet niet. Kevin hoopt dat hij na zijn dood vogel mag worden, de schat.Er zijn meer kinderen in de klas die het op reïncarnatie houden. Toch hebben we maar één hindoe. Zouden de kinderen uit veiligheidsoverwegingen voor reïncarnatie kiezen? Omdat hippe Diana die trend heeft gezet bij de opening van het gesprek? Of is reïncarnatie een logische keuze in een tijd van secularisatie, waarin de mens vrij mag zoeken? Daar begrijp ik niets van; nooit wat met reïncarnatie gehad.

Fatima, Gülüzar en Esma hebben geen zin om te zeggen wat er volgens hen na hun dood gaat gebeuren. Heerlijke meiden, maar met zijn drieën vormen ze een ongenaakbare veste van humeurige superioriteit. De jongens in de klas sidderen voor hen. Ik ga me niet laten kisten. “Geloof je in Allah, Fatima?”, vraag ik wreed. Doet ze. Geloof je dan in een hemel en een hel? Ergens wel, zegt ze met haar ogen naar de tafel, en daar wilde ze het graag bij laten.

Mees gelooft in een hemel, niet boven of onder ons, maar in ‘een soort andere dimensie’, zegt hij zachtjes. Het fantasy-genre komt het geloof in deze les wel vaker te hulp. John heeft niet zo’n zin erover na te denken en kiest snel voor ‘naar de hemel, dacht ik’. Gelooft hij ook in een hel? Daar heeft hij wel eens van gehoord. Maar hij wordt duidelijk niet gekweld door de gedachte dat hij wel eens eeuwig in het vuur zou kunnen branden, als hij ‘je moeder is een hoer’ blijft zeggen tegen jongens die daar slecht tegen kunnen.

Giovanni zoekt het niet in de hemel of de hel. We blijven op aarde rondzweven, als onzichtbare geest. “Dus onze voorouders zitten nu overal om ons heen?”, vraag ik. Zo ver had Giovanni nou liever niet willen doordenken, maar “zo is het wel, ja”. Hij zegt het enigszins ongerust .

Misja is nergens ongerust over. “Er is niks, juf, helemaal niks, je gaat de grond in en dat was het dan. Wegrotten en pfff…” Hij wrijft het er wellustig in. Een paar anderen, onder wie ik, denken dat hij gelijk heeft. Anderen redeneren er nog even tegenin.

En dan vertel ik het verhaal van Isis en de wederopstanding van Osiris en de dodencultus van de Egyptenaren. Daarna stel ik wat vragen over het oude Egypte, die ze schriftelijk moeten beantwoorden. Didactisch gesproken is het een les uit de prehistorie. Ik deed het negen jaar geleden al zo, toen ik net begon en nog veel minder orde had. Ik doe het niet voor hen maar voor mezelf. Al mijn somberheid over ontlezing en het ge-game en ge-whatsapp glijdt van me af, als ik merk hoe graag en hoe eerlijk ze de grote kwesties onder ogen zien. Een vmbo’er stelt geen stommere vragen dan een gymnasiast: wat is er nou precies geknald bij die oerknal en waar kwam het vandaan?

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.