• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

Vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd in besturen en raden van toezicht 

Mannen zijn (heel vaak) de baas

Vrouwen domineren het onderwijs, maar mannen delen de lakens uit. Vrouwelijke bestuurders en toezichthouders zijn anno 2014 nog zwaar in de minderheid, blijkt uit een inventarisatie van het Onderwijsblad. Maar een quotum? Topvrouwen zelf willen er niet aan.

Een transfer in het hoger beroepsonderwijs: Jet de Ranitz stapt over van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten naar Inholland. Daarmee is Inholland vanaf december de derde grote hbo-instelling met een vrouwelijke collegevoorzitter, naast Fontys en de Hogeschool Utrecht. Of de vierde, als je het gezamenlijke bestuur van de Hogeschool en Universiteit van Amsterdam meetelt.
Niemand kijkt er meer van op: een vrouw aan het roer van een schoolbestuur. Toch komt het nog zo weinig voor, in alle onderwijssectoren. Het blijkt dat mannen anno 2014 nog altijd de lakens uitdelen in de colleges van bestuur en raden van toezicht. Amper een kwart van de bestuurders en nog geen derde van de toezichthouders zijn vrouw, en dat in een sector die op de werkvloer – voor de klas – zo sterk gefeminiseerd is.
De cijfers verbleken bij de doelstelling die toenmalig FNV-voorzitter Agnes Jongerius in 2008 naar voren bracht: vrouwen zouden in 2012 veertig procent van de topfuncties moeten bekleden. Dat vereist quota, zei ze in de Volkskrant. ‘Als je het niet wettelijk verplicht, blijf je hangen in goede bedoelingen. Maar de afgelopen 25 jaar is gebleken dat dit niet werkt.’

Maatregelen
Het karige aantal vrouwelijke schooldirecteuren baarde bijna dertig jaar geleden menigeen zorgen. Slechts 1 procent van de mavo-, havo- en vwo-directeuren was vrouw, bij de adjuncten lag het aandeel op 6 procent. Onder de titel ‘De laatste directrices’ verscheen in 1986 een onderzoek naar de positie van vrouwelijke directeuren in het ‘algemeen voortgezet onderwijs’. Het percentage vrouwelijke directeuren moet in verhouding staan tot het aantal vrouwelijke docenten per sector, stelden de onderzoekers. Met vrijblijvendheid zouden we er niet komen. Daarom werd de minister van Onderwijs tot stevige maatregelen aangespoord. Met wettelijke regels moest het bevoegd gezag desnoods verplicht worden tot voorkeursbenoemingen bij (gelijke) geschiktheid. Het was nog de tijd van de tweede feministische golf. Ook AOb-voorloper ABOP bracht een boekje uit over het fenomeen, met de veelzeggende titel ‘Schoolmanager gezocht (v)’. Een van de vrouwen die destijds bij beide publicaties betrokken was, heeft het glazen plafond in het onderwijs wel doorbroken. Sterker nog, volgens hogeschoolvoorzitter Geri Bonhof bestaat het plafond niet meer (zie interview). Geen van de drie vrouwelijke bestuurders die in dit verhaal aan het woord komen, ziet heil in een quotum.

Onwil
Gaat het de goede kant op, of stokt de vervrouwelijking in de bestuurskamer? Het schiet in elk geval niet heel erg op. Het Onderwijsblad turfde het geslacht van bestuurders en toezichthouders van alle universiteiten en hogescholen, en van de twintig grootste instellingen per sector in het mbo, voortgezet en basisonderwijs. Slechts een kwart van de universiteitsbestuurders is vrouw, vier van de veertien zijn voorzitter. Bij de grotere besturen in het mbo, vo en po ligt het aandeel vrouwelijke collegeleden rond een vijfde. In de meeste sectoren doen raden van toezicht het wat dat betreft iets beter. Het aandeel vrouwelijke toezichthouders varieert van 27 procent (hbo) tot 37 procent (wo). Maar rvt-voorzitters zijn bijna allemaal grijze pakken; in dit gezelschap is een vrouw een zeldzame verschijning. In bestuurskringen blijven vrouwen sterk ondervertegenwoordigd.
Illustratief is een bijeenkomst van de toezichthoudersvereniging voor het onderwijs, VTOI. Daar werd onlangs een rapport besproken over de branchecode voor het voortgezet onderwijs in het bijzijn van vooral veel heren. De vraag die aan de orde kwam: Hoe kan het toch dat er zo weinig vrouwen zijn te vinden in de besturen van vo-scholen? Toen een vrouwelijke aanwezige zich hardop afvroeg of het een kwestie was van onwil, volgde een oorverdovende stilte. Tot een man zijn hand opstak en een vraag stelde over een ander onderwerp.

Alle cijfers online via www.aob.nl


{Tabelletje}

% vrouw in college van bestuur raad van toezicht
wo 24 37
hbo 32 27
mbo* 18 30
vo* 20 33
po* 23 35

*Op basis van de twintig grootste besturen


‘Laat nu maar meer vrouwen opstaan’

Judith Steenvoorden (45) is bestuursvoorzitter van ZAAM, een scholengroep voor interconfessioneel voortgezet onderwijs in Amsterdam en omstreken. Er zitten in totaal bijna 12 duizend leerlingen op de 22 verschillende scholen die onder de scholengroep vallen.

“Ik had nooit bedacht om bestuursvoorzitter te worden, want ik had er ‘een beeld van grijze heren’ bij. Toch ben ik nu ruim twee jaar collegevoorzitter bij ZAAM. Problemen heb ik niet ervaren bij de overstap naar nieuwe functies. Ik dacht lang: Wat ben ik een zondagskind, omdat ik vaak gevraagd werd voor banen. Nu denk ik: Ik heb gewoon mijn kansen gepakt.
Vóór mijn huidige baan was ik regiodirecteur binnen de Amarantisgroep, totdat deze organisatie werd opgesplitst en ik bij ZAAM ging werken. Ik houd van organisaties waar je niet alleen op de winkel hoeft te passen. Dertien jaar geleden begon ik als economiedocent in het onderwijs.
Het glazen plafond bestaat dus niet, als je het mij vraagt. Laat vrouwen nu maar meer opstaan, solliciteren en van hun kracht uitgaan. Vaak zie ik ze twijfelen. Kan dit wel met mijn gezin, zijn mijn competenties wel goed? Mannen denken eerder: Dit doe ik, want dat kan ik.
De cijfers zijn bijzonder. In een rapport las ik dat de overgrote meerderheid van de onderwijsbestuurders man is. Meer balans is wenselijk. Het is goed voor de herkenbaarheid tegenover de medewerkers, maar ook omdat er dan met verschillende ‘brillen’ naar de organisatie wordt gekeken.
Hoewel meer balans beter is, ben ik tegen een vrouwenquotum. Ik geloof dat je altijd de beste mensen op een plek moet zetten. Toch heb ik goede hoop. Bij ZAAM zijn nu meerdere vrouwen aangenomen, als directeur bijvoorbeeld. En dat is niet omdat ze vrouw zijn, maar omdat ze het beste bij de functie pasten.”

‘Vrouwelijke bestuurders zijn altijd heel zichtbaar’

Geri Bonhof (60) is veertien jaar hbo-bestuurder, waarvan de laatste elf jaar bestuursvoorzitter van de Hogeschool Utrecht, met zo’n 3500 medewerkers en 36.500 studenten een van de grootste hbo-instellingen van het land.

“Vrouwelijke bestuurders zijn altijd heel zichtbaar. Ik heb in het verleden veel algemene ledenvergaderingen van de Vereniging Hogescholen gehad waarbij ik de enige vrouw was. Er is de laatste jaren wel het een en ander aan het veranderen, dat zie ik gewoon om me heen. Ik geloof niet zo in een glazen plafond. Het gaat langzaam, maar er zijn wel degelijk veranderingen. Toen ik in 2003 voorzitter werd van de HU was ik de enige vrouwelijke collegevoorzitter van een grote hogeschool, nu zijn het er binnenkort drie (HU, Fontys en vanaf december Inholland, red). En de vrouwelijke bestuurders in het hbo doen het ook goed.
Het is tegenwoordig veel vanzelfsprekender dan vroeger om thuis afspraken te maken over een taakverdeling. Belangrijk is ook dat er een kweekvijver is, zodat de stap naar een bestuursfunctie niet een te grote sprong wordt. De managementlaag onder het bestuur is een plek waar je je kunt ontwikkelen, daar komt al veel vrouwelijk talent terecht. Ik geloof ook niet dat vrouwen minder ambitieus zijn of liever andere prioriteiten stellen dan mannen.
Bij raden van toezicht is de man-vrouwverhouding ook meer een issue geworden. Ik weet dat headhunters in sommige gevallen de opdracht krijgen van raden van toezicht om specifiek uit te kijken naar vrouwelijk talent. Die headhunter moet dan ook niet in de oude kringen blijven rondkijken.
Een quotum is niet nodig, er is genoeg talent, zeker in het hoger onderwijs. Ik zou nooit benoemd willen worden op een functie omdat ik vrouw ben. Toen ik lang geleden een leidinggevende functie kreeg in het voortgezet onderwijs, had ik last van het beeld dat ik die baan zou hebben gekregen omdat ik vrouw ben.”

‘Een quotum? Dat is een gewetensvraag’

Adri van der Wind (66) zwaait eind dit jaar af als voorzitter van MBO Utrecht, een instelling met een kleine 4500 studenten. Haar opvolger staat al klaar: een vrouw. Van der Wind is ook toezichthouder in het voortgezet onderwijs.

“Ik heb wel eens de indruk dat vrouwen misschien iets eerder dan mannen denken: Op die functie solliciteer ik maar niet, want die is te hoog gegrepen. Ik zit ook nog vaak in kringen die gedomineerd worden door mannen, dat klopt. Maar ik heb er geen last van. Er zijn soms dominante sprekers in een vergadering en meestal zijn dat mannen. Maar dat er geen ruimte is voor het vrouwelijk geluid, dat maak ik niet mee.
Er is verschil tussen een vrouwelijke en mannelijke stijl van leidinggeven. Hoewel er natuurlijk ook mannen zijn met een vrouwelijke stijl, en hanengedrag komt ook voor bij vrouwen. Ik denk dat het vrouwelijke element is dat je de verbinding zoekt met anderen, terwijl mannen soms wat meer de confrontatie kiezen.
Ik ben behoorlijk werkverslaafd, maar ik heb niet het idee dat ik er veel voor heb moeten laten. Ik heb een gezin en heel veel kleinkinderen. Belangrijk is dat je thuis goede afspraken kunt maken met je partner.
Een quotum bij het benoemen van vrouwen? Dat vind ik een gewetensvraag. Natuurlijk is kwaliteit het belangrijkste, dat zal iedereen beamen. Maar diversiteit in topfuncties is ook belangrijk. Het moet wat mij betreft een aandachtspunt zijn voor raden van toezicht bij de werving van een bestuurder. Mijn indruk is dat dit ook steeds vaker gebeurt, en dat er de laatste jaren meer vrouwen worden benoemd bij besturen in het onderwijs. Er is wel een achterstand uit het verleden, die trek je niet zomaar recht.
Dat mijn opvolger weer een vrouw is, is niet toevallig. De raad van toezicht heeft in de overwegingen meegenomen dat ze in een tweehoofdig bestuur graag diversiteit wil, ook naar geslacht.”

2014 Rapport over universiteiten en umc’s
De meeste instellingen voldoen niet aan een evenwichtige m/v-verdeling. Uit vergelijking met eerder onderzoek blijkt bovendien dat er hierin weinig verandering is.

2014 Monitor onderwijsbestuur vo
71 procent van de vo-besturen bestaat helemaal uit mannen.

2012 Rapport hbo
Van de 79 leden van colleges van bestuur zijn er negentien vrouw. Er zijn vier hogescholen met twee vrouwen en 22 hogescholen zonder vrouwen in het bestuur.

2008 Rapport mbo
De zeer homogene samenstelling van de raden van toezicht is niet veranderd sinds 2005. Een vijfde van de leden is vrouw.

2005 Rapport over raden van toezicht hoger onderwijs
Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.