• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Loonfatsoen moet je doen

In oktober verscheen bij uitgeverij Boom Loonfatsoen. Dit boek stelt een aantal fundamentele vragen. Wat verdien je met je werk? Kun je dat ook uitleggen? Bij leraren kom je dan al gauw op opleidingsniveau, anciënniteit en functioneren op school. Maar wat geeft de doorslag? Opleidingsniveau steeds minder. Een tergend langzaam proces. Onhandig ook. Kijk mee terug.
Na de Tweede Wereldoorlog bepalen leeftijd en opleiding de hoogte van de schamele verdiensten van het onderwijspersoneel. In 1953 koppelt de overheid de lerarensalarissen aan die van ambtenaren. Academici gaan 23 procent meer verdienen. De zestiger jaren versnellen de vooruitgang. Alleen al in 1964 krijgen leraren er 10 procent bij. Tien jaar daarna begint de nivellering die nooit ophoudt. Onder het kabinet-Den Uyl (1973-77) gaan alleen de lagere salarisschalen omhoog. In 1978 leveren academici vier periodieken in. De overheidsbezuinigingen van de jaren tachtig leiden tot verdere inkomensafhankelijke kortingen. De herstructurering onderwijssalarissen (HOS) van 1985 treft starters en verschuift de beloningsgrondslag van opleidingsniveau naar functie. Voor nieuwe academici zijn de hogere salarisschalen vanaf dan nagenoeg onbereikbaar. Na de invoering van de lumpsum in 1995 trekt de overheid zich terug. Werkgevers en werknemers gaan over de arbeidsvoorwaarden. Voor werkgevers zijn leraren een kostenpost. In het ledenbestand van de vakbonden tellen academici amper mee. Opleidingsniveau? Wat maakt het ook uit? Alexander Rinnooy Kan sputtert in 2007 nog even tegen. Zijn onderzoekscommissie pleit voor opleidingsgerelateerde beloningsschalen. Werkgevers en bonden smoren dit voorstel met de functiemix. Het weglekken van academisch denkniveau gaat vrolijk verder. Een rimram aan studiebeurzen, professionaliseringdrift en registerwaanzin verandert daar weinig aan. De Tilburgse hoogleraar Frank Cörvers stelt in zijn in juni uitgesproken inaugurale rede dat de loonachterstand van een 45-jarige eerstegrader ten opzichte van een gelijkgeschoolde leeftijdgenoot tussen de 25 en 35 procent ligt.
Veertig jaar nivellering, de docent is onderwijzer, ziehier het hedendaagse loonfatsoen. Gelijke beloning op de middelbare en de basisschool is de volgende stap. Prima, maar daarmee blijft het vertrek van de academicus een ramp. Het gemiddelde opleidingsniveau van de beroepsgroep daalt. Een lagere arbeidsmarktwaarde vertaalt zich op termijn in een lagere loonsom. De komende tien jaar beweegt de leraar richting carrièrepatroon van de politieagent. Deze demotie is voor iedereen slecht.
Een paar weken geleden bezochten de topeconomen Piketty en Stiglitz Nederland. Hun stelling is: door de hedendaagse vermogensongelijkheid verdienen die paar rijken meer met beleggen dan de rest met werken. Dat gegeven belemmert de economische groei. Het laatste boek van de Nobelprijswinnaar Stiglitz, Creating a Learning Society, biedt een uitweg. Blijvend leren begint bij slimme leraren, dat is de enige kans op maatschappelijk vooruitkomen voor iedereen, de motor achter een rechtvaardige toename van welvaart.
En dan Nederland, met zijn loonfatsoenlijke nivellering, vier decennia lang het academische denkniveau de school uit pesten, hoe dom kun je zijn? Daarom minister, grijp in. Beloon het opleidingsniveau. Op de dag dat de universitaire master behaald is, gaat het salaris omhoog, ongeacht functie of onderwijstype. U betaalt dat. Want als leraren zich ontwikkelen, leren kinderen meer. Voor loonfatsoen moet je wel iets doen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.