• blad nr 18
  • 22-11-2014
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

‘Weg met de rekentoets’

Te talig, infantiel en irrelevant. Dat vindt wiskundeleraar Karin den Heijer van de rekentoets. Scholieren struikelen er massaal over. Achteraf discussiëren over de vragen mag niet. Deze blijven namelijk voor iedereen geheim.

Wiskundedocent Karin den Heijer van het Rotterdamse Erasmiaans Gymnasium pakt wat stenciltjes. Allereerst laat ze opgaven uit de Rekentoetswijzer zien die het College voor Toetsen en Examens heeft gebruikt:

Hoeveel liter water bevat een zwembad van 25 m lang, 15 m breed en een waterdiepte van 2,5 m?

Een tijdschrift verhoogt zijn abonnementsprijs van €45,- per jaar tot €48,50 per jaar. Hoeveel procent prijsverhoging is dat?

‘Goede opgaven. Hoewel met rekenmachine, maar als ’t dan toch moet…’, schrijft ze eronder. Vervolgens laat ze een voorbeeldopgave zien van de rekentoets.

‘Dit vind ik geen rekenopgave’, schrijft Den Heijer onder de opdracht. Ze onderstreept het woord ‘geen’ en legt uit: “Dit is een zoekplaatje dat irrelevante informatie bevat die leerlingen op een dwaalspoor zet. Bovendien is de context vergezocht en gekunsteld.”
‘Imbeciel’, noteert ze onder de opdracht. Ze streept de term weer door en vervangt hem door ‘infantiel’.
Het moge duidelijk zijn: de wiskundedocent is geen fan van de rekentoets die drie jaar geleden in het leven is geroepen toen bleek dat Nederlandse scholieren zwak scoren op rekenvaardigheden. Sinds vorig schooljaar maken bovenbouwleerlingen de toets verplicht. Het cijfer komt op een bijlage bij de examencijferlijst. Vanaf volgend schooljaar moeten havo/vwo-leerlingen minstens een 5 voor de rekentoets halen, anders zakken ze. Bovendien betekent een onvoldoende dat ze bij de vakken wiskunde, Nederlands en Engels minstens een 6 moeten scoren. Ook voor mbo-4-scholieren is de rekentoets vanaf volgend schooljaar verplicht.
Vmbo-leerlingen maken een eenvoudiger toets, net als leerlingen mbo-2 en -3. Daar wordt de toets over twee jaar verplicht.

Wisselgeld
Laten we bij het begin beginnen. Het is slecht gesteld met de rekenvaardigheden van de Nederlandse jeugd.
Den Heijer: “Leerlingen kunnen niet meer delen door 1/2. Dus ja, het is slecht gesteld met de rekenvaardigheden. Maar ik denk dat niet precies helder is welk probleem moet worden opgelost, omdat er geen consensus bestaat over wat rekenen is. Als ik aan mensen vraag: ‘Wat vind jij dat rekenen is?’, dan zeggen de bakker en de fietsenmaker dat rekenen het oplossen van een eenvoudig sommetje is. De bloemist vindt dat rekenen iemand in staat moet stellen wisselgeld terug te geven zonder dat daar een machine bij aan te pas komt. Ik ben het met hen eens. Maar het College voor Toetsen en Examens heeft heel andere ideeën over wat rekenen is. De rekentoets – die moet meten of eindexamenleerlingen nog steeds het rekenniveau van groep 8 bezitten – is een intelligentietest, een ogentest en een concentratietest. Een leerling zei laatst tegen mij: ‘Ik ben wel blij dat de rekentoets geen rekenen toetst, want ik kan helemaal niet rekenen’. Ik vraag mij af het college niet te ver van de werkelijkheid af staat.”
Hoe moeten de rekenvaardigheden van leerlingen dan opgekrikt worden?
“Rekenen in het basisonderwijs is enorm veranderd: sommen werden in een context geplaats, plaatjes kregen een grotere rol. Tegelijkertijd werd de rekenmachine belangrijker. Ik denk dat het rekenonderwijs dus op de basisschool aangepakt moet worden. Daar hoort het ook thuis. Het is vervolgens aan het voortgezet onderwijs om rekenen te onderhouden. Er zijn daar nu in de hele middelbareschooltijd geen prikkels voor. Dat moet anders.”

Geheim
Pilots met de toets verliepen rampzalig. In 2013 scoorde 22 procent van de vwo’ers onvoldoende, 72 procent van de havisten had kennelijk een lager rekenniveau dan achtstegroepers en in het vmbo was dat 68 tot 77 procent. Een speciale commissie – de commissie-Bosker – oordeelde dit voorjaar dat de opgaven ondermaats, te moeilijk, te gekunsteld of te talig zijn. Ook het gebruik van de rekenmachine werd gehekeld. De minister reageerde dat de toets aangepast zou worden, maar dat de trein zou blijven rijden.
Heeft u vertrouwen in de aangekondigde aanpassingen?
“Eerlijk gezegd niet. Bovendien, ik kan niet controleren of de vragen aangepast zijn. Want de docent heeft geen recht op inzage achteraf. De toets is geheim. Dat is een absurde situatie. Na de toets hebben leerlingen vragen. Zo stond er een viercijferig getal in een vraag. Leerlingen vroegen mij of er na het eerste getal een punt of een komma kwam, dat was hun onduidelijk. Ik kon het antwoord niet geven, ik heb de toets niet gezien. Ik mag niet eens praten over wat ik gehoord heb of tijdens het surveilleren heb gezien. Als leraar krijg je altijd examens achteraf in te zien, waarom die rekentoets niet? Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heb ik inzage gevraagd. Het mocht niet baten: volgens het College voor Toetsen en Examens benadeelt openbaarmaking van de rekentoets de staat ‘onevenredig’. Alleen de rechter kan openbaarmaking afdwingen.”
Het ziet er dus somber uit voor de tegenstanders van de rekentoets. Wat zijn uw verwachtingen?
“De VO-raad heeft ervoor gepleit dat de rekentoets niet wordt opgenomen in de slaag-/zakregeling. Als dat toch gebeurt, vrees ik dat veel eindexamenkandidaten struikelen over de rekentoets.”

{kadertje}
Ook de AOb pleit voor een pas op de plaats. Rekenmeesters zijn het onderling niet eens over de inhoud van de toets en over de noodzaak ervan. Laat de leerlingen niet de dupe zijn van een discutabele rekentoets, vindt de bond.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.