• blad nr 16
  • 25-10-2014
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Allochtone student en autochtone docent begrijpen elkaar slecht 

Over vooroordelen en DNA

Te laat komen, niet aankijken, onderhandelen. Veel allochtone studenten kennen de mores van het Nederlandse hoger onderwijs niet. En docenten, meestal autochtoon, weten zich daar vaak geen raad mee. Het is tijd voor een flinke dosis wederzijds begrip.

“Ik heb zelf meegemaakt dat een allochtone student mij geld bood als ik hem maar de gewenste voldoende gaf. Ik was razend.” Machteld de Jong, docent bij de opleiding management, economie en recht (MER) bij hogeschool Inholland in Amsterdam, promoveerde twee jaar geleden op het onderwerp identiteitsvorming van hoogopgeleide Marokkaans-Nederlandse jongeren. Zij doet al jaren onderzoek naar studiesucces van allochtone studenten in het hoger onderwijs. Onlangs bracht ze een boek uit over de relatie tussen allochtone studenten en (meestal autochtone) docenten. Daartoe sprak ze met docenten, mentoren en leidinggevenden in het hoger onderwijs, maar ook met studenten. Conclusie: allen voelen een verschil tussen allochtoon en autochtoon. Zijzelf dus ook. Ze signaleert in haar onderzoek dat wat in het algemeen over allochtonen wordt gezegd, ook in het hoger onderwijs opgaat: studenten komen bijvoorbeeld vaker te laat en willen onderhandelen over cijfers en deadlines.

Typisch Nederlands
Docenten hebben moeite die verschillen te benoemen, ze willen niet discrimineren. Typisch Nederlands, zegt David Pinto, zelf Joodse Marokkaan en emeritus hoogleraar en directeur van het Inter-Cultureel Instituut. “Als je zo vasthoudt aan dat diepgewortelde Nederlandse gelijkheidsdenken, als je problemen onder de tafel houdt, kun je ze ook nooit oplossen. Er zijn verschillen tussen allochtonen en autochtonen, erken dat toch eens. En door die verschillen kennen ze elkaars regels en codes niet.”
Dat is precies wat docent De Jong stelt: door cultuurverschillen kennen allochtonen de regels niet van het hoger onderwijs. Onzin, vindt MER-student Majda Ahraoui van de Haagse Hogeschool. “Studenten hebben heel hun leven Nederlands onderwijs genoten. Ze hebben net als ik op de havo gezeten, of op het mbo. Dan kun je mij niet wijsmaken dat je niet weet dat je op tijd moet komen of dat je je aan een deadline moet houden. Of je je aan de regels houdt, is een tweede.”
Ahraoui is een Marokkaanse Nederlander wier ouders geen hoger onderwijs hebben genoten. Ook haar oudere zus heeft niet gestudeerd. Naast haar studie verricht ze veel andere activiteiten. Ze was tutor, helpt bij open dagen en ze begeleidde Marokkaanse basisschoolkinderen naar het voortgezet onderwijs. Je zou haar een rolmodel kunnen noemen. Vandaar dat ze ambassadeur is van de Echo Foundation, die allochtone studenten in het hoger onderwijs ondersteunt. Ahraoui loopt nu stage bij de gemeente Den Haag. Hoewel ze van huis uit niet de traditie heeft meegekregen – “Ik moest alles zelf uitzoeken” - heeft ze nooit moeite gehad zich staande te houden in het hoger onderwijs. Met haar docenten heeft ze goed contact.
Toch herkent ze De Jongs verhaal. “Ik kom net als veel andere allochtonen van een ‘zwarte’ middelbare school. Als je dan naar het hbo gaat, waar autochtonen in de meerderheid zijn, is het verschil wel voelbaar.”

Eer
“Het viel me op de basisschool al op: juffen en moeders van anderen zeiden altijd ‘kijk me aan’, dat heb ik mijn moeder nooit horen zeggen”, vertelt Ahraoui. “Tijdens een les gesprekstechnieken in mijn tweede jaar op de Haagse Hogeschool werd mij verteld dat ik mijn gesprekspartner amper aankeek, en dat het verstandiger is dat wel te doen. In mijn cultuur is het niet gebruikelijk je gesprekspartner lang aan te kijken, zoals Nederlanders dat doen. Met die feedback kon ik echt wat.”
Het is een voorbeeld van wat De Jong en Pinto dolgraag vaker zouden zien in het onderwijs. Pinto: “Volgens de behoeftepiramide van klinisch psycholoog Maslow is de ultieme behoefte van de mensheid zelfontplooiing. Ja, dat gaat op voor de westerse wereld. Maar in veel andere culturen is de ultieme behoefte ‘eer’. Die wetenschap hebben de meeste mensen niet. Zo weten veel docenten niet dat zij niet in een groep kritiek moeten leveren op een allochtone student, dan kom je aan zijn eer, en zal hij je niet meer respecteren.”
Pinto bepleit niet dat docenten zich moeten aanpassen aan de waarden en normen van andere culturen. “Integendeel. Maar leg een student uit welk gedrag voortkomt uit cultuurverschillen. Als je zaken bespreekbaar maakt, kun je begrip kweken.”
“Het onderwijs zoals ik het ken, is prima”, vindt Ahraoui. “Ik zou docenten niet willen veranderen. Ik vind dat de bal ook ligt bij allochtone studenten. Hun houding kan wel wat positiever. Ik hoor ze vaak klagen: ‘Als ik de arbeidsmarkt op kom begin ik met een -5’. Misschien is dat gedeeltelijk waar. Maar als je steeds zo blijft denken, ben je minder gemotiveerd. Die lakse, negatieve houding brengt je nergens. Tegelijkertijd zou het helpen als docenten meer kennis hebben van de achtergrond van hun studenten. Dan kunnen ze het soort feedback geven dat ik heb gehad bij die les gesprekstechnieken.”

Achterstand
“Je moet enerzijds een band opbouwen met een student, een relatie waarin de allochtone student zichzelf kan zijn, waarin hij jou vertrouwt als docent. Tegelijkertijd moet de student wel aan de eisen van het hoger onderwijs voldoen”, legt docent De Jong uit.
“Diversiteit en achterstand zijn een feit. Als allochtone student moet je eerlijk zijn dat er op bepaalde vlakken een achterstand is. Denk niet: Ze moeten me hier niet, dus laat maar. Maar wees je ervan bewust dat die andere wereld van het hoger onderwijs je verder kan brengen, ga actief werken aan je achterstand: ‘Leer mij de taal, geef mij de woorden. Leer mij in lastige situaties rustig te blijven’. Studenten moeten een open houding hebben. En docenten moeten hun handelingsverlegenheid erkennen.”
Het lijkt De Jong een goed idee om in lessen ruimte te maken voor discussie over cultuurverschillen. Op veel hogescholen en universiteiten worden al diversiteitstrainingen gegeven aan docenten. De Jong geeft ze zelf ook. Pinto zou het liefst veel verder gaan. Hij wil dat er vanaf de basisschool een volwaardig vak komt “vergelijkbaar met Nederlands of aardrijkskunde waardoor mensen leren over cultuurverschillen. We leven in 2014, we weten allemaal dat het niet goed gaat met de multiculturele samenleving, we worden geconfronteerd met verschillende culturen, de wereld wordt kleiner: het is tijd voor wederzijds begrip.”
Verwachten dat tijd en onderwijs uiteindelijk de miscommunicatie wel tackelen, is naïef, stelt hij. “Dat je hier opgroeit is geen garantie dat je ‘Nederlander’ wordt. Socialisatie gebeurt namelijk merendeels thuis. Zo is het mogelijk dat een leeftijdgenoot in dezelfde straat, die naar dezelfde school gaat, een heel andere socialisatie krijgt. Uit onderzoek blijkt ook dat allochtonen van de derde generatie dezelfde kernwaarden hebben als allochtonen van de eerste generatie. Cultuur zit in het DNA.”

{kader 1}
Tips voor docenten uit Diversiteit in het hoger onderwijs van Machteld de Jong:
• Wees je bewust van je verwachtingen van allochtone studenten. Als je de klas al indeelt in kansarm/kansrijk, moet je als docent beseffen dat je te ver gaat.
• Draag zorg voor een sociaal veilige omgeving waarin studenten dingen durven vragen, aan de orde durven stellen of durven te vertellen.
• Sta open voor problemen van studenten.
• Geef feedback over studieprestaties en sociale gedragingen.
• Stimuleer sociale integratie. Stel bijvoorbeeld zelf werkgroepen samen en mix daarin allochtone en autochtone studenten.

{citaatjes}
‘Ik moet eerlijk zijn. Als ik in de eerste periode weer zo’n groepje Marokkaanse, Turkse of Surinaamse jongens in mijn klas zie zitten, vaak half onderuitgezakt, totaal onvoorbereid op het college en veelal meer met elkaar bezig dan met de stof zelf, dan heb ik ze al half opgegeven’

‘Ik vind het toch pijnlijk als een allochtone student na periode 1 echt goed in mijn vak blijkt te zijn en ik dan nog altijd denk: Hè, hoe kan dat? Het zegt iets over de studieprestaties van deze studenten en mijn beeldvorming over deze groep’

‘De overgang van mijn gekleurde middelbare school naar de witte universiteit was heel groot. (..) Voor het eerst werd ik gewezen op mijn Surinaamse accent en tijdens presentaties werd ik vaak uitgelachen. Ik vond dat heel erg, het raakte me’

‘Ik vind dat veel allochtone studenten weinig bekend zijn met de omgangsregels in Nederland. Het is toch gewoon onbeleefd om een college dat om 10.00 uur begint telkens om 10.15 uur, of zelfs later, binnen te komen lopen, vaak ook hard lachend. Ik vraag me dan af hoe zij mij als docent zien’

‘Kijk, natuurlijk weet ik dat ik te laat ben, maar als ik dat ben, kijkt wel de hele klas naar mij en dat geeft me een goed gevoel’

{noot}
Citaatjes komen uit Diversiteit in het hoger onderwijs, van Machteld de Jong, Noordhoff Uitgevers Groningen / Houten, ISBN 9789001835040, € 26,95

{

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.