- blad nr 16
- 25-10-2014
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Van payroll naar vast contract
Jeroen Peters* kreeg na zijn afstuderen aan de pabo eerst een tijdelijke aanstelling en vervolgens een contract via een payroll-organisatie. “Het bestuur gaf geen vaste benoemingen meer omdat ze krimp voorzagen en er mensen uit zouden moeten”, vertelt Peters.
Steeds meer leraren krijgen net als Peters een payroll-contract. “Werkgevers creëren daarmee een flexibele schil, waar ze snel en makkelijk vanaf kunnen”, merkt AOb-jurist Carin Kruyen. Bij payrolling is een werknemer op papier niet in dienst bij een schoolbestuur, maar bij een payroll-organisatie die ook het salaris uitbetaalt. Hierdoor is het makkelijker een werknemer te ontslaan. “Dat is altijd minder gunstig dan een aanstelling direct bij het bestuur volgens de onderwijs-cao”, weet Kruyen.
Natuurlijk zijn er situaties waarin tijdelijke contracten noodzakelijk zijn. “Bij ziek of piek”, zoals Kim Stremmelaar, stafmedewerker flexwerken bij de AOb, het samenvat. “Dan gaat het om tijdelijke vervanging van hooguit enkele maanden tot een jaar. Steeds vaker werken mensen in het onderwijs echter jarenlang op basis van tijdelijke contracten.”
Vooral payroll-constructies zijn onwenselijk, vindt de AOb. “Werken op payroll-basis holt de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van onderwijspersoneel uit”, stelt Stremmelaar.
Payrollers hebben minder rechten. “Het kan zijn dat je de eerste twee dagen bij ziekte niet uitbetaald krijgt, geen recht op interne scholing hebt en minder vakantiedagen krijgt. Ook voor de pensioenopbouw heeft het nadelige gevolgen”, zegt Stremmelaar.
Wie zijn baan kwijtraakt, heeft geen recht op bovenwettelijke uitkeringen (een aanvulling op en verlenging van de ww-uitkering red.) die in de onderwijs-cao staan. Ook gebeurt het dat payroll-medewerkers een lager uurloon krijgen. “Daar kan de AOb een zaak van maken”, zegt Kruyen. “Schoolbesturen moeten bij payroll-organisaties bedingen dat zij het salaris betalen dat volgens de cao geldt voor personeel in dienst van het bestuur.”
Ook Jeroen Peters ondervond de nadelen van een payroll-contract. “Weliswaar had ik werk, in tegenstelling tot veel van mijn medeafgestudeerden. Maar doordat het op payroll-basis was, zorgde het elk jaar opnieuw voor onzekerheid. Ook wilde ik graag een huis kopen met mijn vriendin en in eerste instantie wilde de bank geen hypotheek verstrekken omdat ik geen vast contract had en zij nog studeerde.”
Onzeker proces
De juridische dienst van de AOb krijgt in toenemende mate vragen over payroll-contracten. Kruyen: “Leden kunnen ons altijd hun contract voorleggen. Bij contractbeëindiging bekijken we of er mogelijkheden zijn om dat aan te vechten, eventueel via een juridische procedure.” Punt is dat mensen dat vaak niet aandurven. “Ze hebben altijd een sprankje hoop op een nieuw contract en willen niet de kans lopen de deur dicht te gooien door de AOb op hoge poten een brief te laten schrijven.”
Daarbij is de juridische weg een onzekere doordat de jurisprudentie over payrolling verdeeld is. De uitkomst van rechtszaken verschilt van geval tot geval, ziet Kruyen. “Er zijn kantonrechters die door de constructie heen prikken en zeggen dat iemand feitelijk in dienst is van de opdrachtgever. Maar er zijn ook zaken waarin de rechter over de payroll-constructie oordeelde: de afspraken waren helder, u bent erop gewezen dat het op payroll-basis was.”
Peters besloot met hulp van de AOb wel de stap te wagen om een vast contract bij zijn schoolbestuur af te dwingen. “Ik wilde krijgen waar ik recht op heb. Je gaat niet de pabo doen om een payroll-contract te krijgen. Daarbij dacht ik aan de toekomst, ik wilde graag een huis kopen”, motiveert hij zijn besluit.
Afgelopen zomer dreigde Peters zijn baan kwijt te raken omdat een leerkracht van een krimpende school binnen hetzelfde bestuur zijn werk zou overnemen. “Collega’s en ouders wilden echter graag dat ik op school bleef werken. Mede op hun advies ben ik uit gaan zoeken of ik recht had op een vast contract”, vertelt hij.
Hij belde de AOb. “De advocaat zei: We gaan kijken waar het gezag ligt, wie jouw werkzaamheden bepaalde. Ik was aanwezig bij de nieuwjaarsborrel, kreeg adv-dagen en bij ziekte regelde de stichting vervanging. Via een brief heeft de advocaat aangekaart dat het gezag bij de stichting lag.” Het bestuur ging snel overstag en gaf hem een vaste aanstelling. Peters: “Ze dachten dat ze me geen vast contract hoefden te geven omdat ik via een payroll-organisatie werkte. Ik ben heel blij met de vaste baan, dat was zonder de AOb niet gelukt denk ik.”
{noot}
*)De naam Jeroen Peters is gefingeerd
{kader}
Meldpunt Flexwerken
Waar loop jij als flexwerker tegenaan en wat wil je dat de AOb voor je doet? Om de problemen duidelijk te krijgen en te inventariseren hoeveel flexwerkers er in het onderwijs zijn, heeft de AOb een meldpunt flexwerk. “Mensen die werken op payroll-basis, tijdelijke contracten, met een nul-urencontract en via een uitzendbureau, vragen we om hun ervaringen –anoniem - te delen door online een vragenlijst in te vullen bij het meldpunt van de AOb”, vertelt stafmedewerker Kim Stremmelaar. “Met de verhalen willen we naar de onderwijswerkgevers en politiek Den Haag zodat er iets kan veranderen voor de groeiende groep flexwerkers.”
Op 9 oktober hadden 265 mensen de vragenlijst ingevuld, waarvan 20 procent werkt op payroll-basis. “Een mooi resultaat, maar hoe meer flexwerkers het invullen, des te groter de zeggingskracht de verhalen hebben die we aan het grote publiek en de politiek bekend gaan maken.”
Invullen kan tot 9 november en duurt hooguit tien minuten: www.aob.nl/meldpuntflexwerk